Column

Iedereen heeft het recht om in een hokje te passen

Column Maxim Februari

Hokjes moeten. Hokjes zijn goed. Dit in antwoord op post van alle lieve organisaties die me laten weten dat we met elkaar de hokjes gaan opheffen. U weet niet half hoeveel clubs toe willen naar een wereld zonder hokjes. Dit kan nog heel groot worden, deze beweging, voor je het weet sticht men een politieke partij.

Nou nou, homoseksueel, homoseksueel, we zijn toch allemaal mensen?

Volgens mij is het opheffen van hokjes in strijd met de Grondwet. Het ongelijkheidsbeginsel van artikel 1 geeft ieder nadrukkelijk het recht in een hokje te passen. Om homoseksueel te zijn, bijvoorbeeld, zo rigoureus en radicaal homoseksueel als je maar wilt. En dan begrijp ik best dat zachtaardige mensen zo’n hokje te polariserend vinden, dat ze zeggen: ‘Ach, zijn we niet allemaal een beetje homoseksueel?’ en ‘Nou nou, homoseksueel, homoseksueel, we zijn toch allemaal mensen?’ – maar dat is niet wat de Grondwet bedoelt.

Volgens mij beogen de lieve clubs met het afschaffen van de hokjes eigenlijk het afschaffen van reductionisme. Niemand wil worden gereduceerd tot één hokje, tot ras, geslacht, religie of levensovertuiging. Je persoonlijke identiteit bestaat nu eenmaal niet uit één persoonskenmerk, maar uit een optelsom van vele. En niemand wil dat één enkel hokje gevolgen heeft op allerlei terreinen die daarmee niets te maken hebben. Dat is precies wat de Grondwet ook zegt. Iemand mag een vrouw zijn. En dat mag de overheid dan niet tegen haar gebruiken, tenzij haar vrouw-zijn om de een of andere reden relevant zou zijn voor het beleid.

Tot zover alles in orde. Iedereen het met elkaar eens. Maar toch sluipt in sommige kringen de wens binnen om dan maar helemaal niet meer over persoonskenmerken te spreken. Sterker nog, om ze finaal af te schaffen, vanuit de gedachte dat we allemaal mensen zijn. Dat heuglijke feit moet kennelijk voldoende zijn om de cultuur te laten bloeien. Weg met mannen en vrouwen, schrijven de aanhangers van de genderless-, no-gender- en genderfree-beweging me tegenwoordig dagelijks. Want zijn we niet allemaal een beetje man? En tegelijk een beetje vrouw?

Nee, dat zijn we niet. Het recht om tot verschillende seksen te behoren hadden we juist vastgelegd. En hoe lief het negeren van verschillen tussen mensen ook is bedoeld, het pakt niet altijd even lief uit. Sociale verschillen ontkennen is inderdaad prettig, maar vooral voor degenen die het goed hebben getroffen. Het is leuk om chic te doen en niet over geld te praten zolang je er veel van hebt, maar minder leuk als je aan de grond zit. Het is grappig niet over sekseverhoudingen te willen praten als je man bent en baas van het universum, maar minder grappig als je een vrouw bent in de jaren vijftig zonder handelingsbekwaamheid.

Ik zou er daarom voor zijn, dacht ik laatst, over verschillen in intelligentie bijvoorbeeld veel vaker te praten. Het is natuurlijk beleefd om dat niet te doen. Maar die beleefdheid pakt niet bijster gelukkig uit voor degenen die geacht worden mee te hollen met een samenleving die net iets te hard holt. Rondom artikel 1 van de Grondwet zou je voortaan verschillen in intelligentie juist nadrukkelijker moeten benoemen en ze daarmee beschermen. Iedereen heeft het volste recht minder intelligent te zijn dan gemiddeld en toch gelijk te worden behandeld.

Hokjes hebben hun basis in de realiteit. Sommige ervan kun je afschaffen, maar zijn er voorlopig nog wel, andere lijken lastig te verwijderen. De taxonomieën kunnen worden verfijnd, door bijvoorbeeld te laten weten dat je zelf geen man bent en geen vrouw, en dat is prima. Maar je kunt moeilijk per decreet metafysische grote schoonmaak houden en verordonneren dat er geen mannen en vrouwen bestaan. Maak beleid gender-neutraal, op die terreinen waarop gender er niet toe doet, maar dwing mensen niet genderneutraal te worden.

Vanuit de beweging der genderlozen wordt me steeds het boek De Argonauten toegeworpen. In deze Amerikaanse bestseller vertelt dichteres Maggie Nelson over haar relatie met genderfluïde kunstenaar Harry, die besluit mannelijke hormonen te gaan gebruiken. Het boek, aangeprezen als een radicaal boek over genderbending, is een vrouwenboek. Het gaat over placenta’s, baarmoeders en lesbisch moederschap, over angst voor heteroseksualiteit en het afpompen van melk en ik dacht tijdens het lezen de hele tijd maar één ding. ‘Waar is Harry?’ Waar is in dit genderfluïde universum de mannelijkheid gebleven?

Iedere dag krijg ik post over hokjesloosheid. Van clubs die het licht hebben gezien en die mensen vervolgens als mensen zijn gaan beschouwen. Het lezen van al die lieve post heeft me duidelijk gemaakt dat niemand de hokjes echt opheft. En dat kan ook niet. Er bestaan verschillen tussen mensen: ga daar zorgzaam mee om.

Maxim Februari is jurist en schrijver. Deze column is wekelijks.