Column

En weg was Sonja’s vader

In onversierde taal, zonder literaire pretenties, schreef Sonja Barend haar levensverhaal in het boek Je ziet mij nooit meer terug, dat deze week uitkomt. Verwacht geen lekker leesboek met sappige anekdotes over het tv-wereldje. ‘Sonja’, zoals de kijkers haar noemden, blijft ernstig.

Daar was ook reden genoeg voor, want het lot heeft haar allerminst gespaard. Een Joodse vader die haar op 2-jarige leeftijd door de Duitse bezetter ontnomen werd, een mislukt huwelijk, zware ziektes op hoge leeftijd – je zou er op tv een heel praatprogramma mee kunnen vullen, maar dit boek is er geschikter voor. Een hier en daar ontroerend boek, juist doordat ze zonder pathos schrijft.

Ze laat de feiten liever voor zichzelf spreken. Sommige daarvan waren al uit interviews bekend; ik herinner me de tv-documentaire die Coen Verbraak in 2012 over haar maakte. Hét drama van haar leven is te herleiden tot die ene indrukwekkende scène die ze als kleuter niet bewust heeft meegemaakt.

„Er werd aangebeld. Mijn moeder deed open. In het halletje beneden stonden twee Nederlandse mannen. Mijn moeder stond twee trappen hoger. Achter elkaar aan kwamen ze ongevraagd naar boven, keken omhoog en een van hen zei: ‘Is uw man thuis, mevrouw?’ Ze zei: ‘Ja meneer.’ En weg was mijn vader. Voorgoed.” Zijn laatste woorden tegen zijn vrouw waren: „Je ziet mij nooit meer terug.” Dat gebeurde in 1942. Het jaar daarop werd David Barend in Auschwitz vermoord.

Toen ze ouder werd, rezen er steeds kwellender vragen. Had haar moeder niet flinker moeten zijn, en zou zij, Sonja, dat wel zijn geweest? Het werd er niet beter op toen, veel later, zich andere feiten aandienden.

Haar moeder had in 1943 een kind gekregen met een man – Sonja’s stiefvader – toen nog onduidelijk was wat er met David gebeurd was. Ze had zich laten scheiden met het (juridisch noodzakelijke) motief dat haar verdwenen man overspel had gepleegd. Maar niet hij was overspelig geweest – maar zij.

Haar moeder wilde niet over dit verleden praten. Sonja bleef tevergeefs vragen en zoeken naar bijzonderheden over haar vader. Wat restte was de wrange herinnering aan de rol van haar moeder. Zo bleef de oorlog een duister obstakel tussen hen. Want wat zou er gebeurd zijn als haar vader wél uit Duitsland was teruggekeerd?

Daarvan hebben wij thuis al die jaren dat we naar de goedlachse, maar soms ook heftige Sonja keken, niets geweten. Toch was dit verleden een van de drijfveren achter haar werk, waarin ze het vaak voor minderheidsgroepen opnam. Ze had dit verband tussen leven en werk explicieter mogen beschrijven, haar tv-werk blijft nu onderbelicht.

Haar verleden verklaart ook de felheid waarmee ze Theo van Gogh bestreed nadat die de Joden in een pamflet op de hak had genomen. Ze sleepte hem voor de rechter wegens antisemitisme en de Hoge Raad stelde haar na zes jaar in het gelijk, schrijft ze. Hij schreef haar tien jaar lang scheldbrieven; ze reageerde nooit. „Alles wat de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog zoal bedacht hebben om van de Joden af te komen, gunt hij mij van harte.”

In de slotregels toont ze zich, ondanks alles, een gelukkig mens. De man die daarvoor zorgde noemt ze ‘A.’ Eén letter kan boekdelen spreken.