Een Maria voor elke dag van het jaar

Expositie

Ze is de meest afgebeelde vrouw ter wereld: Maria. In Museum Catharijneconvent is een tentoonstelling over haar te zien.

Maria met kind, Pieter Fransz de Grebber, 1632

Wanneer je van het station naar het museum loopt, kom je haar al drie keer tegen. Eerst door een naar haar genoemd plein over te steken, Mariaplaats. Dan, als je links aanhoudt, zie je afgebeeld op tegels in een muur de voormalige Maria Maiorkerk, gebouwd in de elfde eeuw, gesloopt in 1844. Daarna is er nog de Mariapomp, tijdens een cholera-uitbraak in de negentiende eeuw één van de weinige openbare pompen in Utrecht waar nog schoon drinkwater uit kwam.

Dat laatste krijg je niet mee als je langs die pomp loopt, maar valt daarna wel te lezen in Geen dag zonder Maria, het boek dat hoort bij de tentoonstelling Maria, de grootste expositie ooit van Museum Catharijneconvent. Over Maria dus, moeder van Jezus en mogelijk de bekendste, in ieder geval de meest afgebeelde vrouw ter wereld.

Oermoeders

Hoe dat door de eeuwen heen is gedaan, laat het museum zien in zeven thema’s, van ‘oermoeders’ tot ‘moeders in andere religies’. Speciaal voor deze tentoonstelling, die de hele eerste verdieping beslaat, zijn de kloostergangen van het eeuwenoude convent ontdaan van hun houten betimmering: ze zijn weer zoals ze moeten zijn geweest toen er nog monniken liepen.

Maria met kind in bloemenkrans. Jan Anton van der Baren, ca. 1650

Die aanpassing bepaalt mede de serene sfeer, ook al omdat de ramen van de kloostergangen zijn afgeplakt met gekleurd folie waarop vanuit de binnentuin (waar een grote Maria-sculptuur is neergezet) lampen zijn gericht. Het is alsof je terug in de tijd gaat, naar stille dagen van kaarslicht en devotie. En ja, er is veel te zien dat je verwacht bij zo’n soort tentoonstelling, in een museum voor religieuze kunst: beelden, gewaden, geschriften, iconen.

Kracht en zwakte, vreugde en verlies

Maar net als je denkt: het is wel erg sacraal allemaal, is er de schok van een modern, houten beeld: Virgin of Mercy (2015) van de Nederlandse kunstenaar Elisabet Stienstra. Een naakte, jonge vrouw is het, die uitdagend haar geslacht toont, de handen tot vuisten gebald. Maar haar hoofd is heel anders, dat heeft ze devoot gebogen, het is het gezicht van een sereen, middeleeuws Mariabeeld. Vanaf dat moment realiseer je je de impact van dit universele symbool voor kracht en zwakte, vreugde en verlies, moeder en kind.

En dat gevoel blijft je bij, de hele tentoonstelling lang. Want overal is er vervolgens die afwisseling tussen toen en nu, met voor ‘toen’ bruiklenen als een Jan Toorop, een Rembrandt of een Rubens, en voor ‘nu’ ontregelend werk als de Piëta (2015) die Klaas Kloosterboer maakte na de aanslagen in Parijs of L’Ange déchu (1988) van Jan Fabre: een met goudgroene kevers bedekte, hangende jurk zonder lichaam. Een apart zaaltje is ingeruimd voor de video-installatie The Greeting (1995) van Bill Viola, een bruikleen van Museum De Pont: de hallucinerend intieme ontmoeting tussen drie vrouwen, van wie één een zwangere Maria.

Pauw (met verbeelding van Maria). Marc Mulders, 2007

Maria als cupcake

Voorafgaand aan die video-installatie waren er muurbrede, enigszins op de lachspieren werkende video-opnamen te zien van processies in Maastricht, Den Bosch en Bergen op Zoom. Daarvoor, in de ‘devotie’-zaal, passeerde je een hilarische wand met moderne beeldcultuur, van Maria als stripfiguur tot een Maria-cupcake. Want ook dat is slim en aansprekend gedaan bij deze tentoonstelling: de afwisseling tussen ernst en lichtvoetigheid.

Behalve in de expositie zie je dat ook terug in de bijzondere catalogus die erbij hoort, en die eigenlijk geen catalogus is, het boek Geen dag zonder Maria. Voor elke dag van het jaar staat er een Maria-weetje in (En wie is Jozef dan?), een Maria-feestdag, een kunstwerk van de tentoonstelling natuurlijk, een gedicht of lied (Weesgegroet! van Herman Finkers), een cartoon (Fokke&Sukke) of een recept (Tia Maria, Pannenkoeken voor Maria Lichtmis). Het is allemaal prachtig geïllustreerd en liefdevol bij elkaar gezocht. Sterker, Désirée Krikhaar, gastconservator en samensteller van het boek, heeft de recepten nog uitgeprobeerd voor ze ze erin zette.