Recht & Onrecht

Blijft de politie de rechtsstaat steunen, als die onder druk komt?

Politiemensen oefenen gedreven hun vak uit maar ervaren de eigen organisatie als een sta in de weg. Dat laatste kan ons opbreken als de rechtsstaat onder vuur komt te liggen, schrijft Guus Meershoek in de politiecolumn.

Bij alle verontrustende berichten uit de Verenigde Staten keerden de afgelopen weken mijn gedachten toch vaak terug naar de nieuwjaarstweet van minister Van der Steur en vooral naar de reacties die deze in de politie losmaakte. De minister bedankte de mannen en vrouwen die de voorafgaande nacht in dienst waren geweest en kreeg per omgaande de boodschap zijn mond te houden, gevolgd door een digitale stortvloed aan verwensingen. Hij leek flink geschrokken van alle op de werkvloer levende frustratie en onvrede.

Nu is frictie tussen leiding en uitvoerders in de politie geen ongebruikelijk verschijnsel. Het was een van de eerste ontdekkingen van politieonderzoekers toen deze een halve eeuw geleden voor het eerst de binnenkamers van de organisatie betraden. Sindsdien behoren de verschillen tussen de belevingswereld van management cops en street cops tot de basiskennis van iedere onderzoeker. De eersten leven in een wereld van targets en planning; de laatsten in een wereld van individuele moed en onderlinge steun. Beiden spreken een andere taal, ergeren zich aan elkaar en proberen de organisatie naar de eigen hand te zetten. Maar, verbonden door een gedeelde missie houden de tegenstrevers elkaar toch min of meer in balans. Althans, als het goed is.

Heftige beleving

Dat de reacties op de tweet in mijn gedachten bleven terugkeren, kwam omdat ik de ophef in verband bracht met de uitkomsten van een onderzoek onder politiemedewerkers twee maanden eerder. Dat onderzoek had een even klassieke ambivalentie in de cultuur van de werkvloer blootgelegd. Mij trof bij lezing van de uitkomsten vooral de heftigheid van de beleving. Traditioneel positieve kenmerken van het vak bleken ongebruikelijk sterk positief te worden beleefd; traditioneel negatieve kenmerken wekten, sterker dan ooit ergernis. Zo gaven politiemensen aan het uitvoerend werk heel inspirerend te vinden, zich geen enkele zorg te maken om het behoud van hun baan en volop te genieten van de vrijheid om zelf invulling te geven aan hun werk. Een ruime meerderheid getuigde van de eigen loyaliteit aan het vak.

Tegelijk vindt meer dan de helft het werk emotioneel zwaar belastend. Velen ervaren stress. Bureaucratie wekt de meeste en grootste ergernis. Maar liefst 91 procent ergert zich daar groen en geel aan. Daar komt bij dat een ruime meerderheid meent dat het doel van de organisatie niet duidelijk is en dat ondermaats wordt gepresteerd. Vrijwel eenstemmig verklaren zij dat de problemen van de organisatie niet hun eigen problemen zijn. Je kan al met al niet anders concluderen dan dat politiemensen in Nederland lekker aan de slag zijn maar de eigen organisatie de rug toe hebben gekeerd.

Ruggesteun nodig

Nu kan je opmerken dat die houding niet veel verschilt van die van een groot deel van de bevolking. Beschreef het Sociaal-Cultureel Planbureau die enkele jaren geleden niet als: ‘met mij gaat het goed, met Nederland gaat het mis?’
Dat neemt niet weg dat voor de politie die gespletenheid bij het personeel verontrustend is, zeker nu in landen als Hongarije, Turkije, Polen en de VS politici aan de macht zijn gekomen die welbewust en doelgericht de liberale democratie te gronde willen richten. De rechtsorde is geen rustig bezit meer. Die geïnspireerde, zelfstandige en werklustige politiemensen zullen voorlopig wel op eigen kracht steunpilaar van de rechtsstaat blijven. Maar als het er om gaat spannen, hebben zij de ruggensteun van de eigen organisatie hard nodig.
Afgelopen zondag vroeg korpschef Akerboom in het Amsterdamse debatcentrum De Balie de daar verzamelde lijsttrekkers om de politie niet verder te belasten met nieuwe opgaven en doeleinden. Heel begrijpelijk na een fase waarin de hyperactieve voorganger van Van der Steur de korpsleiding hoorndol maakte. Kritiek op de geringe innovatiekracht pareerde de korpschef met de mededeling dat het natuurlijk verloop de komende jaren voor flink wat vernieuwing en verjonging van het personeel gaat zorgen. Ten slotte zei hij de naam Nationale Politie te verafschuwen omdat die teveel afstand tot de burgers creëert. Hij spreekt liever gewoon van politie.

Rechtsstaat is fairplay

Mooie woorden, maar bij nader inzien toch vooral de taal van een management cop. Waarom de naam Nationale Politie niet als geuzennaam gebruikt? Zou iets meer assertiviteit niet helpen om het personeel het doel van de eigen organisatie voor ogen te brengen?
Bovenal miste ik antwoord op het vraagstuk dat het eerdergenoemde onderzoek bloot legde en dat met de opmars van autoritaire politici in de Westerse wereld acuut is geworden: hoe te zorgen dat het politiepersoneel ook als het er om gaat spannen de rechtstatelijke waarden blijft uitdragen? Geloof in de rechtsstaat is in de kern zowel voor burgers als voor politiemensen geloof in fair play. Dat geloof wordt gevoed door de ervaring dat het zin heeft je aan regels te houden omdat deze zowel beperkingen opleggen als mogelijkheden scheppen. Politiemensen ervaren nu dat in de eigen organisatie de balans zoek is, dat de organisatie hen in de weg zit en te weinig sterkt bij het optreden. Dat gebrek aan ruggensteun knaagt aan hun geloof.

De Politiecolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld.

Blogger

Guus Meershoek

Guus Meershoek studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. Hij publiceerde over verleden en heden van de Nederlandse politie.