Recht & Onrecht

Als rechters en presidenten vechten…

Kritiek van de Amerikaanse president op de rechterlijke macht is vaker voorgekomen. Maar minachting is niet genoeg voor afzetting – meineed wel, schrijft Erik Boerma, in de Togacolumn.

In juni 2014 tweette Donald Trump of een president kan worden afgezet wegens grove incompetentie. Een vraag die volgens sommigen al relevant lijkt te worden nu hij zelf vier weken aan de macht is. De manier waarop hij rechters die uitspraak deden over het onlangs ingevoerde reisverbod voor burgers uit het Midden Oosten publiekelijk aanviel, leidde onder andere tot een online petititie van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak om Amerikaanse rechters een hart onder te riem te steken. Minachting voor rechters is misschien wel reden voor selectief protest, het is alleen geen grond voor afzetting.

Kritiek van een president op de rechtspraak of het terzijde zetten van rechterlijke uitspraken is iets wat vaker is voorgekomen in de Amerikaanse geschiedenis, juist ook uit de meer liberale, activistische, hoek. Behalve dat de presidenten Jefferson en Roosevelt in hun drang om vooruit te komen zich soms gehinderd voelden door de rechtspraak en die daarom aan hun laars lapte, was het enkele jaren geleden nog Barack Obama die publiekelijk zijn frustratie uitte. Hij hield in 2015 via de media de Supreme Court aansprakelijk voor het geval de burgers door hun uitspraak het recht op gezondheidszorg die zij ontleende aan de Afforable Care Act zouden verliezen. Ook in zijn State of the Union in 2016 sprak hij harde woorden over hen uit. Drie conservatieve rechters waren om die reden ook niet eens aanwezig tijdens die rede.
Obama deed dus niet veel anders dan Trump die de rechters die zijn inreisverbod terzijde schoven publiekelijk aansprakelijk hield voor mogelijk nog komende aanslagen. Ik kan mij niet herinneren dat er toen ook een petitie is opgesteld.

Militaire dictatuur

Het explicieter voorbeeld van strijd tussen een president en de rechtspraak is de Merryman zaak. Abraham Lincoln liet in 1861, tijdens de Amerikaanse burgeroorlog, een man gevangennemen. Hij onthield hem de toegang tot de rechter of die gevangenneming ook rechtmatig was. Judge Taney van de Supreme Court (afbeelding) schreef hierover een arrest wat neerkwam op de vraag of, net als het Amerikaanse Congres op grond van artikel 9 van de Amerikaanse Grondwet, de president in tijden van oorlog of revolutie de rechtsbescherming van burgers wel kon beperken. Taney vond van niet omdat burgers daarmee niet langer in een rechtstaat, onder bescherming van wetten (en rechters) maar in een militaire dictatuur zouden leven. Lincoln daarentegen vond van wel omdat naar zijn mening de grondwet hem als commander in chief (in oorlogstijd) de macht daartoe gaf.

Het is om deze reden dat Trump, in zijn verdediging van het inreisverbod en zijn presidentiële bevoegdheid hierover een besluit uit te vaardigen, het argument van oorlog tegen terrorisme gebruikt. De rechters zouden in dat geval niet meer bevoegd zijn te oordelen, de oorlogssituatie zou dit rechtvaardigen. En hoezo zouden die rechters dan inderdaad zich hier tegen aan mogen bemoeien? Vorige week werd bekend gemaakt dat Amerikaanse regering heeft verzocht om aanhouding van een beslissing in hoger beroep op het inreisverbod, in afwachting van een nieuw overheidsbesluit dat in lijn is met de rechterlijke uitspraken hierover. Het “oorlogs”- argument lijkt blijkbaar niet zo houdbaar, de onbevoegdheid van de rechters om zich hierover uit te spreken evenmin. De dictatoriale geest van Lincoln is dus weer even terug in de fles.

Onder ede liegen

Minachting voor rechters is dan wel geen grond voor afzetting, meineed daarentegen wel. De Amerikaanse grondwet kent, net als de Nederlandse grondwet in artikel 119, een bepaling dat het huis van Afgevaardigden of Senaat, bij wet die in stemming moet worden gebracht, bepaalt of een ambtsdrager zoals een president of minister kan worden vervolgd of afgezet. Anders dan in Nederland, waarin de grondwet vervolging wegens alle ambtsmisdrijven mogelijk maakt is de Amerikaans grondwet op dit punt beduidend vager en op het oog beperkt tot ernstige misdrijven en verraad. In de afzettingsprocedure tegen Bill Clinton werd het onder ede liegen als een dergelijk misdrijf beschouwd, maar in de Senaat werd het aantal vereiste stemmen voor verdere vervolging en afzetting niet behaald.

Najaar 2016 is er in Nederland, voor het eerst in bijna 150 jaar, aangifte gedaan tegen een minister, Asscher, wegens het plegen van een ambtsmisdrijf. Het is de vraag of dit tot vervolging en veroordeling zal leiden. Een veroordeling door de Hoge Raad van een minister heeft in het verleden in elk geval maar een keer eerder plaatsgevonden. Op 9 januari 1868, werd minister Pels Rijcken vervolgd vanwege overtreding van een veterinaire wet. Hij had zijn hond los laten lopen in een gebied waar dat vanwege de veetyphus verboden was. De Hoge Raad veroordeelde hem tot een boete van tien gulden. Het mag toeval heten dat het kantoor van de landsadvocaat de naam van deze minister draagt.

De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een advocaat, officier of rechter.

Blogger

Erik Boerma

Erik Boerma studeerde rechten in Amsterdam. Hij werd rechter in 2000 bij de rechtbank Oost-Brabant. Hij behandelt sinds 2003 als insolventierechter vooral schuldsaneringen en faillissementen. Daarnaast is hij als projectleider Toezicht betrokken bij het digitale innovatieprogramma KEI van de rechtspraak.