In het pgb-dossier werd wel erg veel weggelakt

Gevoelige documenten Ambtenaren hielpen Van Rijn structureel om de meest onwelgevallige feiten in het pgb-dossier niet op papier vast te leggen.

Het is een van de pijlers van de democratie: een Nederlands kabinet hoort de Tweede Kamer zo actief en volledig mogelijk te informeren. Maar hoe werkt dat in de praktijk?

De mislukte invoering van een nieuw persoonsgebonden budget (pgb) laat zien welke trucs bestuurders en ambtenaren gebruiken om de werkelijkheid te camoufleren. NRC kreeg de beschikking over honderden vertrouwelijke documenten over dit dossier.

Martin van Rijn (PvdA), als staatssecretaris van Volksgezondheid verantwoordelijk, heeft het fiasco politiek overleefd. In talloze Kamerdebatten neutraliseerde hij beschuldigingen dat hij bij de voorbereiding van deze stelselwijziging had zitten slapen en bij de chaos die erop volgde niet daadkrachtig genoeg optrad.

Daarbij werd Van Rijn geholpen door structurele pogingen van zijn ambtenaren om de hem meest onwelgevallige feiten helemaal niet op papier vast te leggen.

Lees de gehele reconstructie van het pgb-debacle: De 10 pgb-missers van staatssecretaris Martin van Rijn

Van ‘onuitvoerbaar’ naar ‘risico’

De mantra is: zet gevoelige zaken niet op papier. Wat vastligt, kan uitlekken – en ambtenaren en politici zijn zich daar altijd van bewust. Als gevoelige documenten dreigen te ontstaan, worden verwoede pogingen gedaan dat te vermijden.

Dat gebeurt bijvoorbeeld bij een kritische brief die de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in de zomer van 2015 probeert te versturen. De SVB kreeg in het nieuwe stelsel een belangrijke rol bij de uitbetaling van verzorgers. In de brief maakt de SVB zich grote zorgen over een bepaalde deadline die gemeenten naar achteren willen schuiven en waardoor nieuwe problemen met de pgb’s worden gevreesd.

De SVB is zich ervan bewust hoe gevoelig een kritische brief is. Een manager geeft opdracht het eerst naar de betrokken ministeries te sturen met „super grote letters ‘concept’ erop”. Binnen één week gaat de brief zes keer heen en weer tussen het verantwoordelijke ministerie en de SVB. Elke keer wordt de boodschap van de SVB verder afgezwakt, tot er van de fundamentele zorgen niets over is.

In het eerste concept noemt de SVB het uitstel „onuitvoerbaar”. Er zou „onvoldoende” tijd overblijven voor patiënten om hun zaken voor het volgende jaar goed te regelen. Gemeenten meer tijd geven ten koste van patiënten brengt „onverantwoordelijke risico’s met zich mee”.

Het ‘onuitvoerbaar’ verandert onder druk van ambtenaren in: „veel en hoge risico’s”. Maar een hoge ambtenaar streept het woord ‘veel’ weg. „Ik wil wegblijven uit kwalificaties […] maar gewoon risico’s schetsen”. ‘Onvoldoende tijd voor de patiënt’ wordt afgezwakt tot „weinig” tijd voor de patiënt. Onverantwoordelijke risico’s worden „grote risico’s”.

Zelfs dat mag niet van het ministerie. In de definitieve brief schrijft de SVB alleen nog dat het plan „enkele uitwerkingsslagen nodig” heeft. Elke indicatie dat patiënten daardoor niet genoeg tijd zouden hebben om hun informatie daarna nog te leveren, verdwijnt.

In het dossier zitten herhaaldelijk zulke suggesties om dingen maar onbenoemd te laten. „Laten we er niet al te diep op ingaan”, schrijft een ambtenaar dan. Of „het is niet nodig” om bepaalde zaken op te schrijven.

Bewindspersonen in de problemen gelasten vaak een „onafhankelijk onderzoek”. Zo ook Van Rijn, die adviesbureau KPMG een rapport liet maken over mogelijkheden om het pgb te verbeteren. In een vroege versie van het rapport staat een analyse van de oorzaak van de problemen. Daar heeft VWS geen zin in: „Het is voor VWS […] niet noodzakelijk om teksten over ‘hoe het is gekomen’ zo breed op te nemen. Dat kan ingekort of geschrapt worden.”

Pijnlijke conclusies verdwijnen. Zoals het feit dat het softwaresysteem van de SVB niet genoeg ontwikkeld was „om een soepele start te kunnen verwachten”. Of de opmerking dat het nieuwe proces „nog onvoldoende getest was om te kunnen concluderen dat introductie succesvol zou zijn”. Het zijn enkele van de belangrijkste verklaringen voor het pgb-drama.

Kijken: zo ingewikkeld is het om een pgb aan te vragen:

Alles is geheim, tenzij…

Deze verwijderdrang heeft vooral te maken met de angst dat die ooit door burgers worden gelezen. Iedereen mag, via de Wet openbaarheid van bestuur (WOB), in principe alle overheidsdocumenten opvragen om zo te begrijpen hoe hún bestuurders tot bepaalde besluiten komen.

Het idee van de WOB is dat alle informatie openbaar is, tenzij de overheid goede redenen heeft zaken geheim te houden. Maar ambtenaren en bestuurders van sommige ministeries proberen dat om te keren: alles is geheim verklaard, tenzij het echt niet anders kan.

Niet alleen NRC heeft last van lakgrage ministeries: Wat ministeries achterhouden bij WOB-verzoeken

NRC vroeg documenten op over de totstandkoming van het nieuwe pgb. Hoewel de overheid binnen acht weken moet beslissen, deed Van Rijn er bijna een jaar over. Toen bleek dat vele stukken met gevoelige informatie waren achtergehouden, of zo zwartgelakt dat er geen touw meer aan was vast te knopen.

Uiteindelijk kreeg NRC de documenten die door het ministerie waren zwartgelakt of niet werden geleverd ook langs andere weg in handen. Zo werd goed zichtbaar wat Van Rijn wilde verbergen.

Eén voorbeeld is een memo waarin Van Rijn een half jaar voor invoering van het nieuwe pgb besluit de „éénloketgedachte” los te laten. Patiënten, zo blijkt uit het memo, moeten zelf maar uitzoeken of ze hun vragen aan gemeenten of de SVB moeten stellen. Van Rijn maakte het memo openbaar, maar juist de passage over het ene loket is onleesbaar gemaakt.

Beweeg de slider heen en weer om de verschillen te zien:

 

De gebrekkige voorlichting aan patiënten was een groot probleem bij het nieuwe pgb. In een document dat NRC via de WOB kreeg waren allerlei conclusies over deze communicatie onleesbaar gemaakt: „Onzeker welke kant het opgaat”, „Wordt nog niks voor gedaan”.

Van Rijn wist hoever hij was afgeraakt van de bedoeling van de wet, zo blijkt uit een verslag van de SVB van een gesprek met zijn ambtenaren over de WOB van NRC. De staatssecretaris „geeft aan dat hij veel gelakt vindt en vraagt of de gehanteerde laklijn niet te stringent is?” Van Rijn maakte zich zorgen: „Gelet op de negatieve pers […] over zwart gelakte documenten overlegt de Stas [de staatssecretaris, red.] morgen in de Ministerraad of het standpunt van de raad t.a.v. zwartlakken wellicht gewijzigd is. Als de stukken zo zwartgelakt de deur uit gaan wil de Stas dus dekking van de Ministerraad.”