Met Tsonga is in Ahoy de lach terug

ABN Amro-toernooi

Jo-Wilfried Tsonga won in Rotterdam. Hij verdreef het zuur na de afmelding van Nadal.

De Fransman Jo-Wilfried Tsonga versloeg in de finale de Belg David Goffin: 4-6, 6-4 en 6-1. „Ik vond het lullig voor hem. We zijn goede vrienden.” Foto Michael Kooren/Reuters

De vraag van een journaliste aan Jo-Wilfried Tsonga: wat deed hij vanaf het moment dat hij opstond tot aan de finale. „Wil je alles weten?”, reageert de Franse tennisser. Gelach klinkt in de volle perszaal in Ahoy, zondagavond. Zijn antwoord: „Ik heb ontbeten, ging naar het stadion, had mijn warming-up, at voor de wedstrijd, ging even relaxen, speelde het duel en nu ben ik hier met jou.”

Zie hier de aard van Tsonga, de vriendelijke en grillige publieksspeler. Met hem heeft het ABN Amro-toernooi de winnaar die het toernooi van glans voorziet. Charismatische persoonlijkheid, mooi repertoire, met de innemende lach onder het afrokapsel. Hij is het die het zuur van de late afmelding van de beoogde ster Rafael Nadal verdreef in het Rotterdamse Ahoy.

Waalse muur

In een wisselende finale versloeg Tsonga de razendsnelle Belg David Goffin, die op de nieuwe wereldranglijst als eerste Belgische speler ooit in de toptien staat. Tsonga brak de Waalse muur in de tweede set: 4-6, 6-4 en 6-1. Geen dansje bij Tsonga zoals gebruikelijk, hij vierde het ingetogen. „Omdat ik tegen David speelde. Ik vond het lullig voor hem. We zijn goede vrienden.”

Tsonga (31) is zoon van een Congolese vader en een Franse moeder. Zijn vader emigreerde in de jaren zeventig naar Frankrijk om op topniveau te handballen. Hij komt uit een sportfamilie, zijn neef Maël Lépicier is profvoetballer bij het Belgische KSV Roeselare en speelt voor het nationale team van Congo.

Negen jaar geleden was Tsonga er opeens, op de Australian Open haalde hij vanuit het niets de finale waarin hij verloor van Novak Djokovic. Daarna is hij altijd de grote belofte geweest, die de laatste stap naar de absolute top niet wist te maken. In het ijzersterke tijdperk van de Big Four (Federer, Nadal, Djokovic, Murray) behoorde hij tot het groepje best of the rest. Tegen alle leden van de Grote Vier heeft Tsonga een negatieve balans, al was hij wel de eerste speler die ze alle vier wist te verslaan op een grand slam.

Op de slams komt hij steeds ver, maar strandt vaak op weg naar de eindstrijd, zijn cv: één finale, vijf halve finales, negen kwartfinales. Hij vindt het lastig zich te focussen, zei hij een week terug in een interview in De Telegraaf. „Op de baan dwalen mijn gedachten te vaak af en buiten de baan hou ik te veel van het leven. Tennis is belangrijk, maar niet alles voor me. Ik wil met mensen praten en ik wil met ze lachen. Dat is positief, omdat ik daardoor een goede relatie heb met de buitenwereld. Soms is dit negatief voor mijn spel. Misschien moet ik egoïstischer zijn.”

Goedmoedige jongen, hij oogt relaxed als hij met een hippe koptelefoon de persruimte binnenloopt. Geliefd bij velen. Juist omdat hij te lief is, ontbreekt wellicht een grandslamzege. Zijn carrière wordt getekend door wisselvalligheid. „Mijn pieken zijn hoog, maar mijn dalen kunnen ook diep zijn”, zei hij in het interview.

Tsonga heeft de afgelopen maanden gesleuteld aan zijn techniek, vertelde hij zondag. Aan zijn forehand, aan zijn backhand, aan zijn return, maar vooral aan zijn service. Dat betaalt zich uit: de service leidde hem naar de titel in Ahoy, met veertig aces in zijn vijf duels. „Ik heb veel veranderd. Dit is de beloning.”

Rotterdam geldt een beetje als ‘Frans toernooi’. Het is de vijfde keer dat er deze eeuw een Fransman wint, na Cédric Pioline, Nicolas Escudé (tweemaal) en Michaël Llodra. Van oudsher doen er vaak veel Fransen mee. Dit jaar zeven.

Toernooidirecteur Richard Krajicek is blij met Tsonga. „Een mooie winnaar.” Hij spreekt van een „goede editie” met „veel spannende partijen”. De vibe was doordeweeks ver weg, maar de drie slotdagen maakten veel goed. Er waren 113.837 bezoekers, iets minder van vorig jaar. Het beleid qua deelnemersveld blijft voor volgend jaar ongewijzigd: grote talenten, een paar Nederlanders, brede internationale top en een grote ster.

De afmeldingen vorig jaar (Federer) en dit jaar (Stan Wawrinka, Nadal) laten zien hoe kwetsbaar een toernooi is met het halen van een topspeler: niets is zeker tot hij écht speelt. De vraag is hoe geloofwaardig het nog is topnamen te presenteren, als ze later – door blessures of overbelasting – weer moeten afzeggen. Krajicek: „Ik snap dat gevoel, als dat er zou zijn. Maar dat betekent niet dat we niet meer achter een grote naam aangaan.”

Hij voorziet veranderingen in de communicatie naar buiten. „We hadden het toernooi nu heel erg aan één persoon opgehangen. Ik weet niet of we dat volgend jaar weer gaan doen.”