Recensie

Hedendaags ballet bij Introdans toont van alles tegelijk

Het nieuwe programma van Introdans, is zowel abstract als soepel en romantisch. De uitvoering is sterk.

Foto Hans Gerritsen

Zo verschillend kan hedendaags ballet zijn: abstract, strak en simpel, in voortdurend van richting en samenstelling verschuivende bewegingspatronen. Of soepel en complex, vol romantische gedrevenheid Of een werk waarin technische hogeschooldans gelijke tred houdt met telkens wisselende stemmingen. Monumentaal, het nieuwe programma van Introdans, toont alle drie, met hernemingen van Lucinda Childs en twee voor Introdans nieuwe werken.

Memory of a Shape van Regina van Berkel is een Nederlandse première. De choreografe, die als danseres onder andere met William Forsythe werkte, laat bijna het hele ensemble (achttien dansers) uitrukken voor het ballet dat zij in 2009 voor Ballett Mainz maakte. Tijdens de vijf delen van Theo Verbeys Fractal Symphony zwermen zij in afwisselende formaties door de ruimte, soms even bevriezend in een tableau, dat vervolgens weer in deeltjes uit elkaar spat. De bewegingstaal verraadt duidelijk Van Berkels Forsythe-erfenis: de extreem opgerekte ledematen, uitstulpende heupen, knakkende polsen, de schijnbare nonchalance waarmee de dansers overdreven posities inlassen.

Niet alleen variaties in dynamiek zijn bepalend. Het decor van Dietmar Janeck speelt een gelijkwaardige rol: klonteringen van rechthoekige vlakken, die als wolkenpartijen boven het toneel drijven, van vorm, kleur en stemming veranderen, van blauwig maanlicht tot warme avondzon.

Even sfeerrijk, maar compleet anders van structuur en aanblik, is Lieder eines fahrenden Gesellen (1982) van Jirí Kylián. Met liederen van Mahler, een achterdoek dat een lange weg door een onherbergzaam landschap toont, lange jurken en losse overhemden is Lieder een typisch voorbeeld van Kylián-oude-stijl, de Kylián van geliefde, meeslepende balletten als Sinfonietta en Psalmensymfonie, waarin nauwgezet elk element van de muziek wordt beantwoord met een beweging.

Hier deinen vijf paren flexibel mee op weemoed, vervoering, hoopvolle verwachting. De choreografie vereist minutieuze afstemming in het partnerwerk, met een enorme hoeveelheid, razendsnel opeenvolgende, soms complexe lifts. Van met name de vrouwen wordt bovendien een extreem flexibele rug geëist.

Lieder stamt duidelijk uit een andere tijd, maar verouderd is het niet. Daarvoor is de danstaal te sterk, mede dankzij een goede uitvoering door Introdans.