Opinie

Genezing is te belangrijk om aan artsen over te laten

Genezing is meer dan reparatie, schrijven en . Het gaat om ons heil; gebedsgenezing speelt ook een rol.

Maagd Maria in Lourdes, Frankrijk. Foto IStock

In zijn column in NRC van 7 februari trok Frits Abrahams flink van leer tegen het promotie-onderzoek van huisarts Dick Kruijthoff naar onverklaarde genezingen. Hij wist al wat er uit gaat komen, namelijk dat er niets te bewijzen valt. Nu was het niet zo moeilijk geweest om even te googelen wat dat onderzoek inhoudt, om te zien dat Abrahams’ kritiek onjuist is. In Trouw (28/12/16) antwoordde Kruijthoff op de vraag of hij ging onderzoeken of gebedsgenezing werkt: „Nee, die vraag valt niet te beantwoorden.” Het onderzoek is primair inventariserend. Het is immers interessant dat er blijkbaar mensen zijn die van ernstige ziekten genezen (of sterk verbeteren) na een gebed of handoplegging. Wat de verklaring daarvan ook is.

Opvallend is dat gebedsgenezing zulke heftige, afwijzende reacties oproept, zelfs onder theologen. In de studie Testing Prayer (2012), waarin Candy Gunther Brown een groot aantal gebedsgenezingen documenteert, wordt ook duidelijk dat er maar weinig onderwerpen zijn die zo hysterisch benaderd worden. Het thema draagt blijkbaar de reuk mee van magisch denken. Of van een al te doorzichtige manier om het bestaan van God te bewijzen uit onverklaarde fenomenen.

Maar net als vrijwel alle theologen vinden wij ook dat God geen wetenschappelijke hypothese is; een ‘god van de gaten’ wijzen wij af als theologisch onverantwoord. God is geen protocol, pil of therapie; hij concurreert niet met de dokter. Het klassieke godsbeeld dat in het christendom wordt beleden, laat op dit punt geen misverstand bestaan. God werkt net zo goed in ‘reguliere’ genezingen als in onverklaarde genezingen. En is net zo betrokken bij lijden en dood als bij gezondheid en vitaliteit.

Maar genezing is een te belangrijk onderwerp om aan artsen over te laten. Andere disciplines, zoals de theologie, hebben daarover ook iets te melden. Nietzsche noteerde al dat de laatste mens, na de dood van God, niets anders meer over had om voor te leven dan zijn gezondheid. Gezondheid is nu eenmaal heel belangrijk en de zorg een van onze belangrijkste maatschappelijke verworvenheden. Het lijkt ondraaglijk dat de superieure westerse gezondheidszorg een blinde vlek zou hebben.

Onderzoek naar gebedsgenezing geeft de gelegenheid relevante vragen te stellen, die buiten beeld blijven bij een standaardbenadering. Bijvoorbeeld wat ‘genezing’ eigenlijk is vanuit de persoon die genezing ervaart. Inmiddels is ook in de medische wetenschap aan het doordringen dat genezing meer is dan de reparatie van wat stuk is. Een mens is geen auto of vaatwasser, die tot zijn functies kan worden gereduceerd. Ziekte raakt alle dimensies van ons bestaan en genezing heeft met al die dimensies te maken. Vanouds spreekt de theologie hier van ‘heil’, een woord dat verwant is met ‘heling’, maar meer omvat dan genezing van een ziekte. Het Griekse Nieuwe Testament gebruikt hetzelfde woord voor ‘genezing’ en ‘vergeving van zonden’. Wijst dit alleen op een verouderd wereldbeeld, of stuiten we hier op een onontkoombare dimensie van het menselijk bestaan?

Behalve dat ‘genezing’ meer omvat dan in een strikt naturalistische benadering wordt erkend, geldt ook dat ‘genezing’ medisch gezien nogal eens ongrijpbaar is. Neem allerlei psychosomatische klachten met onduidelijke oorzaken. Nog niet eens zo lang geleden ‘genazen’ mensen van RSI, terwijl je er nu nooit meer iemand over hoort. Je kunt dat kwakzalverij noemen of een modeverschijnsel, maar daardoor lijden mensen heus niet minder. Hoe moeten de klachten van mensen toen worden ingeschat en wat betekende ‘genezing’ toen? Is de medische bril hier misschien te zeer dubbelblind?

Wellicht is het zinvoller om over ‘herstel’ in diverse domeinen van het leven (lichamelijk, psychisch, sociaal, moreel, op zingevingsgebied) te spreken dan over ‘genezing’. Gezondheid is ook een kwestie van perspectief: herstel op het ene domein kan op het andere effect hebben. Herstel is niet alleen het verdwijnen van lichamelijke klachten, maar ook het vinden van zin en betekenis in een chronische kwaal. Soms is ‘genezing’ wat de patiënt als genezing ervaart. Dat is misschien irritant, maar het is niet magisch.

Gebedsgenezing is als het goed is geen vervanging van normale medische zorg. Het is geen homeopathie of andere kwakzalverij. Gebedsgenezing legt een ander probleem bloot: de succesvolle methodologie van de medische wetenschap leidt al te gemakkelijk tot een gesloten wereldbeeld, waarin geen andere vragen worden toegelaten dan die door de empirische methode kunnen worden beantwoord. Gebedsgenezing levert af en toe prettig ‘storende’ gegevens op, die ons helpen naar ziekte en genezing te kijken vanuit het perspectief van heil.