Recensie

Een ‘nieuw’ werk van Stravinsky in de ZaterdagMatinee

Het inpassen van Stravinsky was een goede stunt. Maar de publiciteit erover overstemde bijna dat er een heuse wereldpremière plaatsvond tijdens de ZaterdagMatinee.

Dirigent Markus Stenz met Peter-Jan Wagemans in het Concertgebouw. Foto Esther de Bruijn

Plotseling was daar een ‘nieuw’ werk van Stravinsky. Het verloren gewaande Begrafenislied werd teruggevonden in een achterafkamertje van het conservatorium in Sint Petersburg en een paar maanden geleden door Gergiev voor het eerst sinds 1909 uitgevoerd. De sensatie betrof nadrukkelijk de vondst; de muziek zelf, gecomponeerd als eerbetoon aan zijn overleden mentor Rimski-Korsakov, is mooi en vakkundig, maar verraadt in vrijwel niets de explosie van originaliteit die één jaar later al zou leiden tot de Vuurvogel en Stravinsky’s andere muziek voor de Ballets Russes van Diaghilev.

Het concert is terug te luisteren op Radio4.nl.

De Nederlandse première werd te elfder ure slim ingepast in de ZaterdagMatinee. Goeie stunt; al overstemde de publiciteit omtrent de nieuwe oude Stravinsky dat er ook een heuse wereldpremière plaatsvond.

Pangea van Peter-Jan Wagemans (1952) is een tweedelig ‘imaginair ballet’, met Wagemans’ verbeelding als choreograaf. De titel suggereert een pendant van zijn bonte blazerssymfonie Panthalassa. Maar er is een sombere ondertoon: Wagemans gebruikt het uiteenvallen van het supercontinent Pangea als metafoor voor de desintegratie van ‘onze westerse wereld’. Als tegenwicht heeft hij van Pangea een exuberant vitalistische wildedans gemaakt, waarin klank en kleur de hoofdrol spelen.

Het muzikale betoog was simpel: toenemende fragmentatie. Het schitterende ontwaken van de wereld, met ontstemde harpen en fluitgekwetter, liep al vlug uit in omineuze klankzwellingen. Het waren zinderende crescendo’s, rijk aan innerlijk detail. De verbrokkelende voortgang werd steeds grotesker, en Wagemans’ geraffineerde instrumentatiekunst kreeg alle ruimte. De immanente dreiging ontplofte in tetterende elleboogfanfares. Om meteen om te slaan in een prachtig klankeffect van staccatostrijkers, marimba en glockenspiel. Na een woest koper- hoketus en een copieuze solo voor maar liefst 5 paukenisten was de desintegratie compleet – weergaloos, al zal menig oor zal hebben getuit.

Mooi detail: na de pauze soleerde de 72-jarige John Lill in Brahms’ Eerste pianoconcert, wat hij precies 45 jaar geleden óók al eens deed in de Matinee.