Column

De rode knop

Nadat ze aan haar been was geholpen kwam er een grijs apparaat met een rode knop in het leven van mijn bejaarde moeder. Ze ging ermee rond alsof het een nieuwe koekjestrommel was. „Als ik hierop druk,” zei ze, „dan gaan er overal alarmbellen af…” In haar stem hoorde ik het ontzag voor de nieuwe vinding. „Een veilig idee.”

Terwijl ze het zei drukte ze per ongeluk op de rode knop. Ze liet het ding van schrik op de parketvloer vallen. Even later klonk een vrouwenstem.

„Hallo?!”, zei mijn moeder, terwijl ze naar het apparaat kroop. „Ik heb op de rode knop gedrukt en daarna heb ik u laten vallen.”

„Ja, mevrouw Van Roosmalen… U bent gevallen, we komen eraan! Beweegt u niet!” De verbinding werd verbroken, mijn moeder bewoog niet meer.

Mijn moeder werd gek van de rode knop. Ze ging er een keer te hard overheen met een stofdoek, drukte erop als ze de telefoon wilde grijpen en stootte het apparaat ook een keer om bij het sluiten van de gordijnen. Na een paar weken, de bloeddruk was ervan gestegen, zette ze het apparaat in een kast. Om haar nek hing voortaan een ketting met een rode knop. „Ideaal. Nog niet één keer op gedrukt.”

Het was de eerste keer dat ik iemand complimenteerde omdat die niet op een rode knop had gedrukt. Even later greep de dochter (1) die bij oma op schoot zat naar de nieuwe ketting.

Uit de kast klonk de vrouwenstem. „Hallo… Mevrouw van Roosmalen… Hallo…” Mijn moeder rende naar de kast, roepend dat ze niets verstond omdat ‘ze’ in de kast zat. „U zit in de kast. Ik heb niet op de rode knop gedrukt…” De vrouwenstem: „U zit vast. Geen paniek, we zijn onderweg.”

Op een dag belde mijn moeder, ze had gedroomd dat ze in bed op de ketting met de rode knop was gaan liggen. Ik: „Gelukkig was het een droom.” Mijn moeder: „Dat dacht ik eerst ook, maar het was echt zo.” Van een hulpmiddel was de rode knop verworden tot een ‘rotknop’.

Op mijn verjaardag begon ze me vorige week al om zes uur ’s morgens te bellen, hetgeen ik overijverig vond. Toen ik haar een paar uur later terugbelde om me te laten feliciteren, kreeg ik een onbekende aan de lijn. Mijn moeder was van de trap gevallen en was daarna naar haar telefoon gekropen. Ze had haar hele adresboekje gebeld.

Zaterdagmiddag gingen we bij haar op bezoek. Haar hoofd was blauw, van kin tot kruin. Het kwam ook door de bloedverdunners, zei ze. Daarna, bijna triomfantelijk: „Maar ik heb niet op de rode knop gedrukt!”

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.