Campagne met de SP: zonder roeptoeter de buurt in

Amsterdam-Noord

Arjan Vliegenthart, SP-wethouder in Amsterdam, werft stemmen in een ‘rode’ buurt. „Emile Roemer heeft u nog nooit bedonderd.”

Arjan Vliegenthart in Tuindorp Oostzaan: „De PVV doet niks tegen lekkende dakgoten.” Foto Olivier Middendorp

De laatste keer dat hij heeft gestemd was het PvdA, net als alle keren daarvoor. Maar dat doet Henk Halsema (67) niet meer. Hoe díé partij is meegebogen met de VVD en het bedrijfsleven. Sinds 2008 is zijn pensioen – Halsema was schilder en beheerder van een buurthuis – niet meer aangepast en de kosten blijven maar stijgen. Elk jaar houdt hij maandelijks 30 euro minder over. Een andere partij zal dat niet veranderen, denkt hij. En dus stemt hij helemaal niet meer.

We gaan met Arjan Vliegenthart, SP-wethouder in Amsterdam en een van de belangrijkste campagnestrategen van partijleider Emile Roemer, de straat op in Tuindorp Oostzaan, Amsterdam-Noord. „Voor dit soort wijken”, zegt hij onderweg, „is de SP opgericht.”

Als hij even poseert voor de fotograaf, komt Henk Halsema in de deuropening staan.

Vliegenthart luistert naar Halsema en zwijgt. Totdat Halsema zegt dat hij zich „bedonderd” voelt door de politiek. Vliegenthart steekt een vinger op en zegt: „Eén ding: Emile Roemer heeft u nooit bedonderd.” De betrouwbaarheid van Roemer scoort hoog in opiniepeilingen, de partijtop hoopt dat dat helpt op 15 maart.

Halsema denkt even na. „Nee”, zegt hij. „Maar die regeert ook niet.”

Tuindorp Oostzaan is van oudsher een rood dorp. Veel inwoners zijn er relatief arm. En als je rondvraagt: veel vertrouwen in de politiek is er niet meer. De SP doet het hier helemaal niet slecht. Bij de Provinciale Statenverkiezingen van 2015 haalde de partij 17,7 procent van de stemmen. Maar de PVV haalde bijna 30 procent.

Juist in dit soort wijken gaat de SP nu langs de deuren, legt Vliegenthart uit. Laat kiezers maar vertellen over hun onvrede en probeer ze, hoe dan ook, naar de stembus te krijgen.

We gaan koffie drinken in buurtcentrum De Evenaar. Vier mannen en twee vrouwen spelen biljart. Een grote man komt op Vliegenthart af en geeft hem een hand: „Volhouden, hoor.”

„Geert Wilders”, zegt Vliegenthart als hij zit en om zich heen kijkt, „is hier nog nooit geweest en ik maak me sterk dat geen PVV’er hier ooit een flyer heeft uitgedeeld. Zij bedrijven de politiek van de roeptoeter, wij komen in de buurten.”

En toch: de PVV staat hoog in de peilingen, de SP niet. Daar maakt u zich vast veel zorgen over?

„De PVV doet niks tegen lekkende dakgoten. Ik heb er veel zorgen over, maar het is te simpel om tegen mensen te zeggen: u stemt op de verkeerde partij. Dus dan stroop je als SP’er de mouwen op en ga je nog meer doen voor buurten als deze.”

Met zijn tweets haalt Wilders meer stemmen binnen dan jullie, op straat, in de buurt.

„Als je daadwerkelijk iets wilt veranderen, moet je zelf in de buurt zijn. Dat is een project van de lange adem. De beste eigenschap van een revolutionair, zei Fidel Castro, is geduld.”

Arjan Vliegenthart, wethouder SP op werkbezoek in Amsterdam Noord. Foto Olivier Middendorp

Je kunt ook zeggen: kennelijk is migratie, waar de PVV het van moet hebben, nu het belangrijkst.

„Wilders is een politieke laaienlichter. De firma Stank en Rook heeft nog nooit iets concreets verbeterd in het leven van de mensen in deze buurt. Wij wel. Maar ik begrijp waarom hij floreert. Wij snappen dat mensen zich ongemakkelijk voelen onder de arbeidsmigratie. Nieuwkomers verdringen Nederlanders bij banen, ze drukken de salarissen omdat ze hetzelfde werk voor lager loon doen. En dan hebben ze ook nog recht op de schaarse sociale huurwoningen. Je kunt niet internationaal alles opengooien en denken dat je nationaal de verzorgingsstaat in stand houdt.”

Er was een tijd dat de SP, onder Jan Marijnissen, de partij was die juist de onvrede kon aftappen: stem tegen, stem SP. Nu niet meer?

„We hadden de afgelopen periode wel steviger kunnen zijn op het onderwerp migratie en integratie. Maar als je de toon in het debat nu hoort: daar kun je nooit overheen schreeuwen zonder jezelf te verloochenen. Het gaat ons om de lange termijn. En laten we ook niet meegaan in apocalyptische visioenen dat het licht uitgaat in Nederland als de PVV op 15 maart de grootste wordt.”

Daarmee loopt u alvast vooruit op een slechte uitslag voor de SP?

„Zo bedoel ik dat niet. Maar soms kosten de dingen tijd. Wij moeten doen wat we vinden dat we moeten doen. Op 15 maart gaan we zien wat de kiezer ons geeft. Die kiezer wil gehoord worden. De PVV spreekt hem aan met tweets, Jesse Klaver staat in de Heineken Music Hall, wij zijn in de buurten.”

Zijn dat vooral buurten waar de SP eerder actievoerde? Bijvoorbeeld om woningen te laten verbeteren?

„Zeker. Wij moeten eerst laten zien dat we iets doen, daarna komen de stemmen. Wij zijn de partij van het maatschappelijk socialisme.”

In Amsterdam zit de partij van het maatschappelijk socialisme in het stadsbestuur met D66 en VVD, twee liberale partijen. Wethouder Vliegenthart is verantwoordelijk voor het armoedebeleid. In de coalitieonderhandelingen heeft de SP bedongen dat hij daar jaarlijks 20 miljoen euro aan mag uitgeven. „Onze coalitiepartners zouden dat geld er zelf nooit voor uittrekken. En de oppositiepartijen GroenLinks en PvdA hebben hiervoor acht jaar in het college gezeten zonder zoveel geld voor de armen te reserveren.”

Arjan Vliegenthart, wethouder SP op werkbezoek in Amsterdam Noord. Foto Olivier Middendorp

Het is dus prima samenwerken met de VVD?

„In Amsterdam kunnen wij met de VVD heel goed afspraken maken.”

Uw partijleider sluit de VVD uit als eventuele regeringspartner.

„Op gemeenteniveau kun je de maatschappelijke ongelijkheid niet fundamenteel aan de orde stellen. Wij repareren in Amsterdam alleen iets van de gevolgen daarvan. En de lokale VVD laat ons dat doen. Landelijk zouden wij er nooit uit komen. Denk aan de verdeling van de welvaart, de verhouding met Brussel – daar denkt de VVD zo anders over dan de SP.”

Dat Roemer de VVD uitsloot was voorbereid in het campagneteam?

„We hebben het er een paar keer over gehad. Aan de deuren merken we dat er grote afkeer is van het kabinet en vooral van de VVD. In de PvdA zijn veel mensen die we aan de deur spreken, teleurgesteld. Die partij voelde als een bondgenoot door wie ze in de steek zijn gelaten. Ik weet zeker dat we in wijken als deze groter zullen worden dan de PvdA.”

De PvdA kunt u natuurlijk niet uitsluiten, dus was het idee: dan maar voluit tegen de VVD?

„Met de PvdA hebben we inhoudelijk meer verwantschap. Aan de andere kant, die partij heeft een memorabele flexibiliteit: als je de afgelopen jaren zo naar rechts kunt buigen, moet het naar links ook gaan.”

U heeft een strategie voor de wijken. Hoe belangrijk is het leiderschap van Roemer in de campagne?

„Roemer wordt beter. Het noordelijk lijsttrekkersdebat heeft hij goed gedaan. Zijn leiderschap markeert een fase in de ontwikkeling van de SP. Van tegenpartij zijn we een partij geworden die in een groot aantal stadsbesturen en in de helft van de provincies meebestuurt. Dat is bewust.”

U bedoelt dat de SP bereid is om standpunten te verruilen voor een plaats in het bestuur?

„Het gaat erom: hoe behoud je je eigenheid als je in een coalitie stapt? Als je compromissen sluit, moet je ze ook uitleggen. Dat is lastig. Ook al weet je dat in het bestuur meer bereikt dan in de oppositie.”

Als de foto is gemaakt, op de stoep, begint Henk Halsema over het „internationaal kapitalisme”. „Dat bepaalt alles.” Vliegenthart steekt zijn hand uit: „Dan zijn wij het eens.” Halsema blijkt een makkelijk over te halen kiezer. „Als dat zo is, stem ik op u.”

Voordat hij op zijn fiets stapt, kijkt Vliegenthart nog even naar het huisnummer: 172. Reken maar dat hij een paar dagen voor 15 maart nog een SP’er bij Halsema langs stuurt.