Bouw: veel risico voor bescheiden rendement

Deze rubriek belicht beursfondsen die deze week in de belangstelling staan. Vandaag: de bouwsector.

Foto Desiree Schippers/ANP

Beleggen in een bouwbedrijf is niet zonder risico. Het zijn ondernemingen met een beperkte marge; van de omzet blijft slechts een klein deel over als winst. „Als alles goed gaat, kom je meestal uit op 2 tot 4 procent”, zegt Philip Ngotho, analist bij ABN Amro. „Maar als het misgaat, kunnen de verliezen vrijwel onbeperkt zijn.”

De kans dat een project averij oploopt, is niet gering. Slecht weer, trage vergunningverlening of een failliete onderaannemer – het kost allemaal tijd en geld. Hoe groot de schade dan kan zijn, bleek vorige week maar weer eens bij Heijmans. Aanvankelijk zou het pas aanstaande donderdag de cijfers over 2016 presenteren, maar onvoorziene tegenvallers op een aantal projecten noopten het bedrijf tot het afgeven van een winstwaarschuwing. Onder meer de aanleg van de N23 Westfrisiaweg bij Alkmaar en de bouw van de Energiefabriek in Tilburg vielen duurder uit. De totale extra kosten: 90 miljoen euro.

Projecten als de N23 zijn een erfenis uit het recente verleden, zegt Joost van Beek, analist bij Theodoor Gilissen. Door de crisis namen bouwbedrijven werk soms te goedkoop aan. „Als je dan toch je personeel aan het werk wilt houden, moet je soms projecten aannemen waaraan meer risico’s zijn verbonden.”

Heijmans was daarin zeker niet de enige. Ook bouwbedrijf BAM, dat dinsdag met de jaarcijfers komt, moest de afgelopen jaren meermaals afschrijven op projecten die duurder uitvielen. Maar daar lijkt volgens beide marktkenners het ergste nu achter de rug. „In 2014 heeft BAM het management vervangen en het risicobeleid aangescherpt”, zegt Van Beek. „Ze zijn eerder begonnen met het nemen van verliezen.”

Of bij Heijmans alle tegenvallers nu ook boven tafel zijn, is volgens analist Ngotho van ABN Amro nog maar de vraag. Niet alle verliesprojecten zijn immers al afgerond en ook tijdens de uitvoering kunnen zich nog tegenvallers voordoen. „Dat hebben we in het verleden wel vaker gezien. Ballast Nedam moest bij een project aan de A15 meerdere keren verliezen nemen en ging daar bijna aan ten onder.”

Positief: de markt zit mee

Positief voor Heijmans – en natuurlijk ook voor BAM – is dat de markt meezit. Uit cijfers van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) bleek in december dat de bouw tussen juli en september de snelst groeiende bedrijfstak van Nederland was. De toegevoegde waarde van de bouw steeg die maanden met 9,5 procent op jaarbasis. De sector groeide daarmee bijna vier keer zo snel als de totale Nederlandse economie. Voor dit en volgend jaar zijn de vooruitzichten volgens het EIB nog beter.

Daarbij is vooral BAM volgens beide marktkenners interessant voor beleggers. Zij verwachten dat de koers van het aandeel gaat stijgen en beiden hanteren een koopadvies. Bij de cijfers van dinsdag kijkt Ngotho vooral naar de marge. „Nu de problematische projecten zijn afgerond, zou die weer moeten toenemen.”

Heijmans is volgens beide analisten een ander verhaal. Positief is dat het bouwbedrijf uit Rosmalen de risico’s nu in kaart heeft en dat een gevreesde aandelenuitgifte nu niet nodig lijkt. Maar tegelijk moest het goedlopende buitenlandse bedrijfstakken verkopen om de verliezen te kunnen betalen. De vraag is hoe dat uitpakt, zegt Van Beek. „Heijmans is geen aandeel dat wij aanbevelen aan onze klanten.”