Biesheuvelprijs voor Maarten ’t Hart

Hij wint de prijs voor de beste korteverhalenbundel met ‘De moeder van Ikabod’. De jury roemt het “aanstekelijk schrijfplezier” dat uit de bundel blijkt.

Illustratie Paul van der Steen

Maarten ’t Hart heeft de beste korteverhalenbundel van het jaar geschreven. Met De moeder van Ikabod won hij de J.M.A. Biesheuvelprijs. De prijs werd zondag voor de derde keer uitgereikt. In 2015 won Rob van Essen, in 2016 Marente de Moor.

De bundel van ’t Hart kenmerkt zich door “kleurrijke personages, de subtiele excentriciteit en de onmiskenbare kwaliteit”, aldus de jury:

“De jury bekroont het boek dat een grote kennis met aanstekelijk schrijfplezier en een grote ambachtelijkheid weet te verenigen met een ongeëvenaarde stijl, een boek dat de lezer voortdurend aanspoort om dóór te lezen.”

Aan de prijs is een geldbedrag verbonden dat volledig door crowdfunding bij elkaar is gebracht. Dit jaar gat het om 5105 euro en 70 cent.

Naast ’t Hart waren ook A.H.J. Dautzenberg (De dag dat de gieren buigen), Bertram Koeleman (Engels voor leugens), A.N. Ryst (De blauwe maanvis) en Kira Wuck (Noodlanding) genomineerd.

Het is de derde prijs in ’t Harts loopbaan. In 1975 werd hij met de Multatuliprijs onderscheiden voor zijn boek Het Vrome Volk, in 1994 kreeg hij de Gouden Strop voor Het woeden der gehele wereld.

Uit de recensie van NRC van De Moeder van Ikabod:

“Maarten ’t Hart gaat graag zijn eigen weg, en laat zich daarbij niet van de wijs brengen door sloten of prikkeldraad. Die vanzelfsprekende eigenzinnigheid klinkt door in de hele bundel – en geeft er ook meteen de hoekige charme aan. Bij die eigen weg hoort ook een eigen leefwijze die je gerust calvinistisch kunt noemen: sober, op het gierige af, gericht op productiviteit en nut en niet op gemak en comfort. ’t Hart doet niet aan vakantie, terrasjes, cafés of andere vormen van voorgeschreven vertier. Hij gaat bij voorkeur vroeg naar bed: om acht uur ’s avonds, zodat hij bij het krieken van de dag weer fris uit de veren kan.”