Mogen ‘kakkers’ in Bussum dan geen actie voeren?

De oude beukenboom staat er nog, op het Lomanplein – ondanks het korte maar hevige mediastormpje dat vorige week over de Bussumse buurt trok.

NRC bracht twee columns over protesten van omwonenden in villawijk Het Spiegel tegen de vestiging van een basisschool in het leegstaande schoolgebouw op het Lomanplein.

Jutta Chorus kaartte de zaak aan, in een column over afnemende tolerantie (Geen spelende kinderen in onze buurt, 1 februari). Zij concludeerde dat dit daar een symptoom van was: „kleine stoorzenders” als spelende kinderen „worden niet getolereerd”. De omwonenden gaat het om „puur eigenbelang”, citeerde zij een sociaal-cultureel werker.

Maar de zaak explodeerde pas echt door de column van Youp van ’t Hek de zaterdag erna (Een schooltje, 4 februari). Hij baseerde zich op het stuk van Chorus, op zijn eigen herinneringen aan de „dodelijk saaie” buurt, en op het bezwaarschrift „vol juridisch gekwaak” van de omwonenden: „kakkers” met „miljonairsgeneuzel” en „rijkemensengezeik”. Terwijl wanhopige Afrikaanse „dobberzielen” verdrinken in de Middellandse Zee, aldus de columnist (680.942 volgers op Twitter). In de leeslijsten van NRC stond zijn column zaterdag én zondag met stip bovenaan.

Goed – daar zit je dan als buurtbewoner met je bezwaarschrift, dubbelloops aan flarden geschoten in je eigen avondblad. Zeg pap, mag jij dit nu niet vinden omdat het oorlog is in Syrië? Of omdat je wel eens een „rode en gele weekendbroek” draagt (Van ’t Hek)?

Omwonenden klommen in de pen naar mij, en Chorus. In het kort: zij zeggen helemaal niet tegen de komst van „een schooltje” te zijn, maar wel bezwaren te hebben tegen de omvang ervan. Daarnaast zit het hen hoog dat de gemeente de zaak in hun ogen jaren heeft geprobeerd te forceren, zonder alternatieven serieus mee te wegen.

Je zou deze kwestie dus net zo goed heel anders kunnen framen, vinden zij: als casus van een bot gemeentebestuur dat een plan doordrukt. Of geldt voor sympathie met buurtbewoners een inkomensgrens? Rieten dak of groene broek? Vergeet het dan maar.

Chorus licht toe dat ze op het idee voor de column kwam, door de uitspraak van een GGZ-onderzoeker over afnemende tolerantie in de samenleving. Ze vond het interessant, schreef ze een buurtbewoner die haar op het stuk aansprak, om „de casus van Bussum in verband te brengen” met die uitspraak. „Vervolgens ben ik naar Bussum gereisd om ter plekke te vragen of inderdaad het verband bestond.”

Welja, stelt die buurtbewoner („geen advocaat, geen bankier, geen arts en geen verzekeraar”) vast, wij zijn er dus gewoon bijgezocht als „casus”, mooie boel. Dat heet „tunnelvisie”, vindt hij.

Ik kan me dat wel voorstellen. Chorus ging niet naar Bussum om verslag te doen, maar met een normatieve stelling op zak die ze wilde toetsen.

Ze bestudeerde het dossier van de zaak, en in de buurt sprak ze zeven mensen, met uiteenlopende meningen, onder wie een lid van het actiecomité „met een nerveuze lach”. Maar heel veel feiten bevatte de column niet, zoals om hoeveel leerlingen het eigenlijk gaat (397), om hoeveel vierkante meter uitbreiding, en hoe ellenlang deze zaak al sleept (jaren van noodlokalen en plannen, in 2014 negatief advies van een commissie, daarna juridische procedures waarin de gemeente grotendeels gelijk kreeg maar ook nieuw onderzoek naar geluidshinder werd gelast).

Chorus zegt: „Mijn interesse was niet juridisch. Ik was op zoek naar het maatschappelijk gevoel. Als mijn vooronderstelling gelogenstraft was, was dát mijn column geweest.”

Maar is die bevestigd? Twee buurtbewoners in het stukje zijn het met de stelling eens, andere weerspreken die. Het blijven meningen.

Van ’t Hek, op zijn beurt, is alleen columnist, geen verslaggever – en hoeft zich ook niet te houden aan wat er in de krant staat (zaterdag schreef hij over de seksvideo van Patricia Paay, waar NRC geen aandacht aan had besteed).

Het effect was nu wel dit: NRC maakt een landelijke kwestie van deze lokale rel met twee opiniërende stukken - de één matig, de ander bulderend - maar zonder één keer onversneden reporting. Geen wonder dat omwonenden zich tekort gedaan voelen. Zoals een van hen schrijft: „Jammer dat je tegenwoordig kennelijk eerst een perstraining moet volgen voordat je je tuinpad afloopt.”

Dat betekent nog niet dat Chorus of Van ’t Hek ongelijk hebben – maar wel dat de lezer te weinig feiten heeft gekregen om het zelf te beoordelen.

Youps column kreeg volgens betrokkenen reële effecten: geruzie op Facebook, en een actie van ouders die de column her en der in de buurt plakten: zij willen dat er nu eens tempo gemaakt wordt. De interim-directeur van de school (die zich verre wil houden van de procedure): „Groningen heeft Freek, wij hebben Youp.” Ironie, bedoelt hij, want de kwestie in het Noorden is natuurlijk veel groter. Bovendien, zegt hij, van Youp hebben ze op school na die column niets meer gehoord.

In bredere zin is dit buurtbrandje relevant, omdat het de vraag oproept naar de grens tussen verslaggeving en opinievorming. In een stuk over ‘journalistiek in het Trump-tijdperk’ roept de Amerikaanse media-ethicus Tom Rosenstiel de pers op artikelen weer zo duidelijk mogelijk te onderscheiden: nieuws, analyse en opinie. Ook in NRC is die grens niet altijd duidelijk.

Met de opinies zat het in dit geval wel snor, althans die waren duidelijk. Maar nu NRC dit relletje heeft aangemerkt als een maatschappelijk symptoom, kan er ook wel wat pure berichtgeving vanaf, lijkt me. Gewoon, verslag doen.

Op zijn minst verplicht de krant zich, net als de gemeente, tot een nieuw akoestisch onderzoek – het rumoer daar gaat nog wel even door.

Reacties: ombudsman@nrc.nl