Column

Meneer Kluivert

De smadelijke nederlaag van FC Barcelona tegen Paris Saint-Germain was heksenwerk. Eén schot op doel, één bal tussen de palen, alle duels verloren, 4-0… De illustere MSN-voorhoede inspiratielozer dan houten stakkerds. Sommigen zagen het einde van een tijdperk. Dat is misschien iets te vroeg geconcludeerd, maar onrustwekkend was de vertoning van Barça zeker. Al helemaal omdat PSG in de Franse competitie een terugval kent.

Al even treurig was de afranseling van Arsenal door Bayern München. Goeroe Arsène Wenger zal ook dit jaar weer buiten de prijzen vallen. Twintig jaar willen, maar niet kunnen, is de tragiek voorbij. Zeker met creatieve en doelgerichte mannen als Özil en Sánchez in het elftal. De professor met het eeuwige leven heeft grandioos gefaald.

Wat PSG kan, zou Ajax ook moeten kunnen. Als AA Gent ook nog kan winnen van de Spurs is het helemaal onbegrijpelijk dat het Nederlandse voetbal zo bleekjes uitvalt in Europa. Het lijkt wel gestolde pleinvrees.

Nederland heeft nog één vedette in het buitenland: Arjen Robben. De 33-jarige vleugelspits kent dit jaar weer veel blessurelast, maar als hij speelt spetteren gouden vonken over het veld. Zijn doelpunt tegen Arsenal was beeldschoon. Hij flitste van rechts naar binnen als een paling en leverde een schot af van hogere meetkunde: bal in de verre hoek na een niet geregisseerde draai tijdens de vlucht. De 33-jarige Groninger blijft pure wereldklasse. In zijn eentje houdt hij de rijke historie van het Nederlandse voetbal in het buitenland hoog. Helaas, te vaak op krukken.

Toch stond ook hij deze week in de schaduw van Patrick Kluivert, nu sportief directeur van PSG. De wending die het voetballeven van de ex-spits heeft genomen, is bijna surrealistisch. Altijd speelvogel geweest tussen het scoren door, inclusief nogal wat reuring in zijn privéleven. Na de carrière freewheelend in de staf van het Nederlands elftal en een paar clubs. Meestal als spitsentrainer. Tussentijds bondscoach van Curaçao om voorlopig te eindigen als directeur sportif bij de Franse grootmacht Paris Saint-Germain.

Van jongen tot leermeester en zakelijk leider. Ik had het niet in hem gezien. Coach ja, maar dan bij een Nederlandse of Spaanse club, wie weet in de Premier League. Niet in Frankrijk. Als virtuoos in de Franse taal heb ik hem nooit gekend, maar kennelijk heeft hij een talenknobbel. Afgezien van zijn taalvaardigheid doet hij het uitstekend als directeur bij PSG. Hij heeft het respect van wereldspelers als Ángel Di Maria, Blaise Matuidi en Edinson Cavani en zijn eerste grote aankoop, Julian Draxler is een schot in de roos. Met baroneske zwier vult hij zijn stoel op het ereterras.

Het is bijna een esthetische ervaring om hem daar te zien zitten. Afgeborsteld tot in de puntjes, baas over zijn grimassen en gebaren, het hoofd glanzend van deftigheid. In no time de meneer Dassault van het Franse voetbal geworden. Où sont les neiges d’antan toen hij verlegen in de armen van zijn moeder viel op een vliegtuigtrap en hij nog lid van de kabel moest worden. Meneer Kluivert heeft een ongelooflijke lange weg afgelegd om met meer majesteitelijke gratie naast François Hollande te zitten. Het is het wonder van een carrière en een leven. Het wonder van de uitvouwbare mens dat je in de sport vaker tegenkomt.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver