Column

Lootzakken

Donderdag las ik over die voetbalclub uit Bladel waar die kinderen geroyeerd zijn omdat ze te weinig lootjes hadden verkocht en ik loop daardoor nog steeds met een grote glimlach op mijn gezicht. Zie steeds die vergadering voor me waarop een aantal volwassen mensen dit ooit bekokstoofd heeft. En heb helemaal de bijeenkomst van afgelopen donderdagavond op mijn netvlies. Daarin hebben ze als volleerde Trumpjes besloten dat ze hun manke poot stijf houden en niet capituleren. Het lag volgens de brabo’s ongetwijfeld aan de media.

Zag een van die kneuzen op de televisie het verenigingsstandpunt verdedigen en een golf van medelijden ging door mijn hoofd. Medelijden met zijn eventuele vrouw en zeker met zijn kinderen. Die zagen hun vader zomaar opeens op de buis bazelen over mannetjes van tien jaar oud die hun lootjestarget niet gehaald hadden en daarom niet meer mogen voetballen. In elk geval niet meer op Bladella. Geweldige naam trouwens.

Wat is er met zo’n bestuurslid gebeurd? Waar ging het mis? Ik weet ook wel dat alle clubmensen zielenpoten zijn. Maakt niet uit of het om voetbal, hockey of korfbal gaat. Bestuurskamers van amateurclubs worden al eeuwen gevuld met sneuneuzen die zowel op hun werk als thuis niks in te brengen hebben en zich daarom binnen een vereniging moeten laten gelden. Liefst zeven avonden per week. En op een gegeven moment zijn ze geestelijk zo bont, blauw en blind dat ze helemaal niet meer door hebben dat het heel erg raar is als je een kind met een strijkbout langs de hoekvlaggen stuurt omdat dat goed voor het clubgevoel is. En op een dag trap je een kind van een club omdat het vijftien lootjes te weinig heeft verkocht. Hoorde ooit een hockeymoeder vertellen dat haar dochter in de herfstvakantie de bekers uit de prijzenkast moest poetsen. De moeder was daar trots op. Haar man is om die reden bij haar weggegaan. Daarna is ze in de armen van een andere clubpsychopaat gevallen. En ze is zielsgelukkig. De club ook.

Ik word trouwens altijd wel heel vrolijk van dit soort pruttelnieuws. Dat kleinzielig mierenneuken. Als ik maar kan lachen. Iemand trouwens nog het schoolkrantinterview van Rick Nieman met onze Geertje Wilders gezien? Dat was echt topamusement. Mijn linkse vrienden vonden het misdadig dat deze rechtse rukker niet één kritische vraag aan de PVV’er stelde, waarop ik ze uitlegde dat Rick in dienst is van WNL. Dat is de Telegraaf en daarom mocht hij geen ingewikkelde vragen stellen. Anders haken de bange bejaarden af. Maar volgens mijn vrienden zijn er dan nog grenzen. Dit was bewaarschooljournalistiek van de onderste plank. Of ik gezien had dat Rick Geertje feliciteerde? Ik heb het allemaal gezien en ik heb vooral keihard gelachen. Die oubollige setting in die twee clubfauteuils was geweldig, het premiersgevoel dat onze blonde Mozart een uurtje mocht hebben was ronduit lief en het feit dat Rick niet één ridicuul antwoord van de doordravende PVV’er in twijfel trok was aandoenlijk. Volgens mijn vrienden was het één grote reclamespot, maar het tegendeel is waar. Het gesprek dat geen gesprek was maar een zielige monoloog, was de nekslag voor Geertje. Je kon maar één conclusie trekken: die geblondeerde gozer is inderdaad knettergek en dit uurtje Telegraaftelevisie kost hem zeker zeven zetels.

Waar ik op ga stemmen? Jezusleeft natuurlijk. Alleen al om die van de pot gerukte lijsttrekker. Wie laatst die gozer bij Jinek heeft gezien weet wat ik bedoel. Knetterstoned van de Messias deed hij daar zijn woordje en sindsdien moet hij van mij de komende vier jaar in de Kamer. Dat wordt heerlijk debatteren. Liefst met Henk Krol en nog een paar politieke lilliputters.

En verder? Verder huil ik met Nijntje mee. Ik kijk naar de mooie getekende traan op het lieve gezicht. De magistrale eenvoud spat van de tekening. Nijntje is stikverdrietig. Verdrietig om de dood van Dick Bruna. De man die niet alleen prachtig tekende, maar ook zo zacht en bescheiden was. Niet iemand die een kind, dat tien lootjes te weinig heeft verkocht, van een voetbalclub trapt. Nee, een tekenaar die heeft geprobeerd een kleuter te ontroeren. En dat is hem gelukt. Niet bij een kleuter, maar bij wel honderd miljoen kleuters. En bij mij. Maar ik ben dan ook de grootste kleuter. Kortom: Dank u wel meneer Bruna!