Klimaat? D66, GL en CU scoren best

Planbureau voor de Leefomgeving

Slechts drie partijen voldoen met hun partijprogramma’s aan de eisen die het Parijse klimaatakkoord aan Nederland stelt.

Tweede Kamerlid Stientje van Veldhoven (D66) is „ontzettend trots!”, juicht ze op Twitter. Haar partij heeft „verreweg [het] beste programma voor klimaat”. Ze voegt aan haar tweet een foto toe van een pagina uit de donderdag verschenen doorrekening van het Planbureau voor de Leefomgeving. Daarop is inderdaad te zien dat bij D66 de wereldwijde uitstoot van CO2 in 2030 daalt met 36 megaton ten opzichte van het huidige beleid – meer dan bij de andere partijen. En, schrijft Van Veldhoven, alleen een daling van de mondiale uitstoot helpt echt tegen de opwarming van de aarde.

Toch is het gek. Want GroenLinks wil veel meer geld uitgeven aan klimaat- en milieubeleid dan D66: 16,4 miljard euro, ten opzichte van 9,5 miljard door D66. Hoe kan het dan dat GroenLinks mondiaal niet meer dan 26 megaton haalt?

Dat komt door Brussel. Klimaatbeleid is Europees geregeld. De invloed van de nationale politiek op de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd is beperkt. In het klimaatakkoord van Parijs is Nederland weliswaar officieel partij, maar de Nederlandse emissies worden opgeteld bij die van de hele EU. Vervolgens onderhandelen de lidstaten over wie welk deel van de afgesproken reductie voor zijn rekening neemt.

Via het Europese emissiehandelssysteem ETS zijn die reducties nog veel nauwer met elkaar verknoopt. Voor de uitstoot door energiebedrijven en vervuilende industriesectoren geldt een (langzaam dalend) plafond. Zolang ze daar gezamenlijk niet overheen gaan, is uitstoten geoorloofd. Dus als Nederland een kolencentrale sluit, of een windmolenpark op zee aanlegt, kunnen andere partijen daarvan profiteren doordat er uitstootrechten beschikbaar komen. Vandaar dat de rekenmeesters van het PBL emissiereducties in partijprogramma’s niet meetellen voor het verminderen van de mondiale uitstoot als ze binnen het ETS vallen. Voor de VVD was dat bijvoorbeeld een aanleiding om geen extra klimaatbeleid in het programma op te nemen. Omdat het voor de optelsom van Europese emissies toch niets uit zou maken.

Maar uit de cijfers van het PBL blijkt dat die redenering niet helemaal opgaat. Want de uitstoot van met name GroenLinks, D66 en de ChristenUnie daalt wel degelijk dankzij hun extra klimaatbeleid. Weliswaar is het mondiale effect veel kleiner dan het nationale effect, maar het is nog steeds substantieel.

Lees de NRC Programmawijzer, een overzicht van de verkiezings­programma’s. Met een handig filter lees je alleen over de partijen en onderwerpen die je het meest interesseren.

D66 wil emissierechten opkopen

Dat D66 er bij de wereldwijde emissies beter vanaf komt dan GroenLinks heeft te maken met het feit dat D66 17 megaton aan emissierechten wil opkopen. Dat is ongeveer de hoeveelheid CO2 die wordt gereduceerd bij de sluiting van de kolencentrales. Door die emissierechten uit de markt te halen, kunnen ze niet meer elders in Europa worden gebruikt. Daar staat tegenover dat het opkopen van rechten structureel nauwelijks iets bijdraagt aan de enorme maatschappelijke veranderingen die de komende dertig tot veertig jaar ook in Nederland nodig zijn om het doel van het klimaatakkoord van Parijs (zorgen dat de wereld minder dan twee graden opwarmt ten opzichte van de tijd voor de industrialisering) te bereiken. Ook al helpt het zeker, het opkopen van emissies is eerder een boekhoudkundig plan dan beleid dat leidt tot verandering.

Dat blijkt ook uit de kwalitatieve beoordeling van de klimaatplannen, die het PBL heeft uitgevoerd. Daarin scoort GroenLinks wel iets beter dan D66, juist doordat GroenLinks zich meer richt op een maatschappelijke omslag. Klimaatverandering betreft de lange termijn. Het vraagt volgens het PBL zo’n grote maatschappelijke transitie, dat verder moet worden gekeken dan tot 2030. Het PBL erkent dat het moeilijk is om voor de periode na 2030 precieze cijfers te geven, daarom is gekozen voor een beoordeling op basis van een schaal van 0 tot 10. Het bestaande beleid levert al 3,5 punten op, maar dat is ruim onvoldoende om onder de grens voor riskante opwarming te blijven. De VVD voegt daar een half punt aan toe, de Vrijzinnige Partij één punt. PvdA en SP komen beiden op +3,5 (dus een verdubbeling ten opzichte van het huidige beleid).

Het PBL is daarover niet expliciet, maar uit de cijfers blijkt dat geen van deze vier partijen de belofte waarmaakt die Nederland op de klimaattop in 2015 in Parijs heeft gedaan. ChristenUnie en D66 (beide +5) en GroenLinks (+6) doen dat wel. Het zal voor Nederland nog een hele opgave worden om in een coalitie met veel partijen, waarvan de meeste niet zo ver willen gaan, de doelstelling van ‘Parijs’ te halen.