Bedrijven met uitsluitend jonge werknemers, is dat wel handig?

Iedereen junior

Er is een hausse aan nieuwe bedrijven. Vaak werken daar veel jonge werknemers. Maar is het ook handig, zo’n eenzijdig personeelsbestand?

Foto's Bram Patraeus

Bij reclamebureau Natwerk zijn zo weinig mogelijk bazen en bovenbazen, geen lease-auto’s en hebben de werknemers zelfs geen eigen bureau. Wie ’s morgens binnenkomt bij het bedrijf in de Amsterdamse Rozenstraat, aan de rand van de Jordaan, zoekt een plekje aan de lange houten tafel, klapt zijn laptop open en gaat aan het werk.

Natwerk is het prototype van een jong bedrijf: de gemiddelde leeftijd van de dertien werknemers ligt rond de dertig, er is weinig hiërarchie en er hangt een informele werksfeer. „Communicatie is hier key”, zegt Reinier Steures (31), partner bij reclamebureau Natwerk, doelend op de inrichting van het pand. „We doen er alles aan om een losse, open en gelijke sfeer te creëren.”

„Dat soort dingen zie je niet vaak in bedrijven met 50-plussers”, constateert Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt in Tilburg. „Jonge bedrijven zoeken het communitymodel. Gezellig samen aan één lange werktafel. Ik las laatst over een groep jongeren die samen een huis kocht, daar ging wonen en daar ook een onderneming begon. Heel handig: ze hebben geen reistijd, kunnen werken wanneer ze willen en wonen relatief goedkoop.”

Energiek en goedkoop

Het mag er fris en dynamisch uitzien, bedrijven met vrijwel uitsluitend jonge werknemers, maar is het ook handig? Is een mix van leeftijden niet beter voor de kennisoverdracht, de spreiding van talenten en vaardigheden, de flexibiliteit etc? Reinier Steures van reclamebureau Natwerk weet wel waarom hij graag met jongeren werkt. „Omdat ze veel energie hebben. Ze zijn eager, willen het verschil maken. Daar komt bij dat ze goedkoper zijn dan meer ervaren werknemers. De inkomsten in de reclamesector zijn een stuk minder florissant dan men denkt, dus je moet heel creatief met je personeelsbestand omgaan.”

Om zijn werknemers toch in contact te laten komen met ouderen moedigt Steures hen aan om mentoren buiten het bedrijf te zoeken. „Onze mensen mogen fouten maken, maar ze moeten het de volgende keer dan wel beter doen. Een lerende organisatie is het grotere doel. Wij hebben een coach die ons daarbij helpt en we promoten ontwikkeling door interne en externe trainingen.”

Jonge bedrijven zijn er altijd geweest, maar relatief nieuwe sectoren als ICT en de crisis die veel mensen dwong om zelfstandig ondernemer te worden, hebben hun aantal de afgelopen jaren fors doen toenemen. Tussen 2014 en 2015 steeg het aantal snelgroeiende bedrijven (ondernemingen die in drie jaar tijd jaarlijks minimaal 10 procent groeien qua aantal werknemers) met 10 procent. Bedrijven met veel jongeren zijn vooral te vinden in de duurzaamheidssector, de advieswereld, de techniek, mode en design.

Frisse blik

Hoogleraar Wilthagen begrijpt de jonge bedrijven wel. „Jongeren hebben recente kennis en kunnen omgaan met apps en sociale media.” Maar er is meer nodig om een bedrijf gezond te houden, vindt hij. „Een mix van jongeren en ouderen is het beste. Je hebt ook mensen nodig met verstand van marketing en businessmodellen. Mensen die uit ervaring weten wat wel en niet werkt. Hoe je aan kapitaal komt, welke risico’s nog verantwoord zijn. Met alleen onbezonnen, enthousiaste mensen kom je er niet.”

Bij adviesbureau Jonge Honden – de gemiddelde leeftijd van de veertig werknemers is 27 jaar – denken ze daar net iets anders over. „Voor ons bedrijf is het bijna noodzaak om alleen met jongeren te werken”, legt Sjoerd Laarman (29), consultant en teamcoach bij het bedrijf, uit. „Wij leveren klanten adviseurs met een frisse blik, die maximaal drie jaar van de universiteit af zijn en nog niet te veel gevormd zijn door eerdere ervaringen. Wie op zoek is naar een adviseur om bestuurslagen te herstructureren, moet dus niet bij ons aankloppen.”

Hun toegevoegde waarde? Laarman: „Wij kunnen mensen sturen die met een open mind miscommunicatie kunnen oplossen en vastgelopen projecten met de juiste vragen kunnen openbreken.” Jonge mensen kunnen zich vaak heel snel inwerken, terwijl ervaren adviseurs vaak vooroordelen hebben en daardoor weerstand kunnen oproepen, aldus Laarman.

Verlies van kennis

Werknemers hebben bij Jonge Honden na twee jaar de keus: óf ze vertrekken óf ze sluiten zich als zzp’er aan bij het bedrijf óf ze worden ondernemer en krijgen de leiding over een team, met elk zijn eigen specialisatie, bijvoorbeeld de zorg. Laarman: „Iemand die niet wil ondernemen, gaat dus na twee jaar weg. Informatie over klanten slaan we zo goed mogelijk op, maar er gaat natuurlijk wel kennis verloren door het snelle vertrek van mensen.”

Daar staat tegenover dat die gedwongen verversing weer nieuwe mensen met nieuwe ideeën brengt, zegt Laarman. „Bij ons werken geen ervaren mensen die zeggen: dat idee is al eens geprobeerd en dat werkte toen niet, dus gaan we het nu niet opnieuw doen. Nee, we proberen het gewoon nóg een keer omdat de factoren zijn veranderd. Een mooi voorbeeld hiervan is de Jonge Honden Trainerspool, onze tak die trainingen en workshops verzorgt. Jaren geleden was er intern niet voldoende animo voor en de markt was ook niet ideaal. Onlangs zijn we toch weer begonnen met trainingen om studenten voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Dat werd wel een succes. Nu hebben enkele Jonge Honden naast het adviesbureau een succesvol trainingsbureau opgericht.”

Gratis meewerken

Ook Computer Futures, een internationaal opererende recruitment agency voor de techsector, werkt veel met jongeren. De gemiddelde leeftijd in het bedrijf, dat twee kantoren heeft in Nederland waar in totaal circa 75 mensen werken, ligt rond de 28 jaar. „We geloven in organische groei”, verklaart senior project manager Sherry-Ann Sprock (39), al twaalf jaar werkzaam in het bedrijf. „Jongeren kunnen we zelf nog helemaal opleiden via onze leadershipprogramma’s, zodat we onze eigen managers kweken. Jongeren vinden die interne opleidingsmogelijkheden prettig, dus trekken we automatisch jongeren aan.”

Als voordelen van jonge werknemers noemt Sprock hun nieuwsgierigheid, het feit dat ze nog ‘gepolijst’ kunnen worden en hun flexibiliteit. „Bijvoorbeeld dat ze bereid zijn om over te werken, indien nodig. Dan bestel ik gewoon pizza’s en mogen ze de volgende dag later beginnen.” En als veel van die jonge vrouwelijke werknemers min of meer tegelijkertijd met zwangerschapsverlof gaan? „Geen probleem”, aldus Sprock, „dat biedt collega’s het voordeel dat ze tijdelijk op een andere plek kunnen werken en aan die functie kunnen ruiken.”

Dat relatief nieuwe bedrijven zoveel jongeren tellen, heeft ook te maken met het feit dat mensen graag met leeftijdgenoten werken, volgens hoogleraar Ton Wilthagen. „Vaak begint een start-up al op de universiteit. Dan kun je qua werknemers eigenlijk alleen maar putten uit jongeren. Maar wat ook meespeelt, is dat veel start-ups nog helemaal geen salaris kunnen betalen. Die laten jongeren gratis meewerken en delen in eventuele opbrengsten. Een soort onbetaalde stage dus en in het beste geval een contract voor een aantal uur. Die werknemers blijven wonen op hun studentenkamer, blijven op zaterdag gewoon vakken vullen bij Albert Heijn en kijken hun ouders eens lief aan als ze geld nodig hebben. Zo’n businessmodel trekt geen oudere, ervaren werknemers.”

Wilthagens zorg is wel of de start-ups het redden. „Zijn het geen blijvertjes, dan staan veel jongeren weer op straat. Al is dit een flexibele, avontuurlijke generatie die wel gewend is aan financiële onzekerheid.”