‘Ik kon uren geilen op een kostuum’

De eerste baan

Acteur Achmed Akkabi (33) begon zijn carrière als verkoper in een herenmodezaak in Kijkduin. Hij leerde daar alles over mozzarella en confectiematen.

Foto Niels Blekemolen

Toen Achmed Akkabi 16 was, had hij nog geen flauw idee dat hij ooit zou gaan acteren. Dat hij bekend zou worden als Rachid de vakkenvuller uit de Albert Heijn-reclame, Appie uit Huis Anubis en rechercheur Bram uit Moordvrouw. Hij ging naar de detailhandelschool. Omdat zijn beste vriend er heenging, en omdat er – dacht hij – veel meisjes op zouden zitten. Met die meisjes viel het tegen. Maar: „Iets met kleding doen vond ik best tof.”

Akkabi deed zijn tweede stage bij Carlo Mode in Kijkduin. Na de vrouwenafdeling van de H&M wilde hij wel iets anders proberen: iets kleinschaligers en liefst in een hoger segment. Toen hij op een dag vastberaden de zaak binnenstapte keek de eigenaar hem ietwat fronsend aan, maar stemde toe.

Carlo Perfini was een kleine, gezette, charmante Italiaan die wist hoe hij zijn klanten in de watten moest leggen. Daarom kwamen die klanten meestal ook terug. Akkabi: „Het waren machtige mensen uit Den Haag en omstreken. Vastgoedhandelaren en figuren uit de entertainmentwereld, maar ook de dealer die even een Versacebroek kwam kopen als hij net een goede slag geslagen had.”

Van Carlo leerde hij geen onderscheid te maken. „Iemand kon binnenkomen in een joggingbroek maar je wist nooit hoeveel flappen hij in zijn zakken had.”

Doorgeefluik

Bij Carlo Mode leerde hij ook hoe je een stropdas strikt. Welke stoffen prettig voelen op de huid, het opnemen van confectiematen (en alles over buffelmozzarella). „Alle eer komt toe aan Carlo Perfini uit Kijkduin”, zei Akkabi dan ook toen hij vorig jaar tot Best Geklede Man van Nederland werd uitgeroepen.

Na een tijdje kreeg hij het verkopen onder de knie. De truc: als iemand voor een broek kwam, dan moest-ie weggaan met ook een shirt, schoenen, als het even kon een jas. „Als jij levert wat iemand toch al wil kopen, ben je geen verkoper. Dan ben je een doorgeefluik.”

Na zijn stage mocht Akkabi in de winkel komen werken. Dat deed hij bijna drie jaar lang, vijf of zes dagen in de week. Hoewel hij in het gedeelte stond waar sportieve kleding verkocht werd, ging hij ‘die andere kant’, de klassieke, steeds meer waarderen. „Als er geen klanten in de winkel waren, kon ik soms uren geilen op een kostuum. Als er een jasje was dat iets strakker getailleerd was en mij paste, kon ik dat de hele dag aanhebben en in de spiegel kijken.”

Dat zijn baas hem in het bijzijn van rijke klanten aansprak met Maurizio - „uit Sicilië” - deed hem weinig. „Blijkbaar was er toen al een Marokkanenprobleem. Al leek het de klanten niks te interesseren.”

Ambassadeur van Den Haag

Voor zijn acteerwerk verhuisde Akkabi onlangs naar Amsterdam. Toch weet hij nu al dat hij naar Den Haag zal terugkeren. Niet voor niets is hij ambassadeur voor het project ‘30 days as a Hagenees’, waarmee stad jonge werkenden wil trekken. Het is de plek waar hij het onbereikbare wist te bereiken. Waar hij na het zien van een amateurtoneelstuk besloot: dat wil ik ook. Want dat is the story of his life: „Als iemand zegt: ik zou het maar niet proberen, ze gaan je nooit aannemen. Dan denk ik: Oh really? Watch me.”

In de nieuwe rubriek Mijn eerste baan vertelt iedere week iemand over het begin van zijn carrière.