Cultuur

Interview

Interview

Khalid Amakran

‘Ik deed me mannelijker voor dan ik was’

In de rubriek Jong! vertellen pubers elke week over ouders, school en vrienden.

Slappe lach

„Ik ben niet zo goed in alleen zijn. Ik heb veel vrienden, ik vind het belangrijk omringd te zijn met positieve mensen. Simpele dingen als de slappe lach, samen dansen, samen zingen. Klinkt stom misschien, maar dat zijn wel de momenten dat ik me het gelukkigst voel. Dans is voor mij een soort uitlaatklep. Tijdens het dansen ben ik het meest mezelf.”

Jongensdingen

„Voor ik uit de kast kwam wilde ik meer jongensvrienden om jongensdingen te doen. Mijn oudere broer heeft een leuke vriendengroep met wie hij ging voetballen. Ik dacht dat het zo hoorde. Ik probeerde me mannelijker voor te doen dan ik eigenlijk was. Toen ik geaccepteerd had dat ik me daar niet het fijnste bij voel, vond ik het prima om vooral vriendinnen te hebben. Het was niet heel moeilijk om aan ouders en vrienden te vertellen dat ik homoseksueel ben. Ik wist dat ik in een milieu zit waar mensen het wel zouden accepteren.”

Thuisgevoel

„Familie vind ik heel belangrijk. Het thuisgevoel. Met vrienden is het zo dat ze je toch niet 100 procent begrijpen. Ik heb veel autochtone Nederlandse vrienden; het is fijn om af en toe ook te kunnen praten over dingen die je tegenkomt als niet-westerse allochtoon. Als kind had ik er last van dat ik aan klasgenoten moest uitleggen dat we thuis geen Sinterklaas vieren. Verder heb ik nooit problemen gehad met het feit dat ik Surinaams ben, een bruine huid heb. Op school is het geen issue.”

Misschien iets met mode

„Vorig jaar ben ik blijven zitten. Het is eigenlijk wel fijn. Ik dans meer en ik heb een jaartje langer om na te denken wat ik wil na de middelbare school. Misschien iets met mode. In de schoolkrant had ik een tijd een artikel over mode, trends. Maar misschien wordt het toch een maatschappelijke studie aan de universiteit. Mijn broer studeert politicologie.”

Soort van teleurgesteld

„Mijn moeder zegt altijd count your blessings. Ze bedoelt dat het niet vanzelfsprekend is dat ik mezelf kan zijn, vwo doe. Dat ik daar dankbaar voor moet zijn en het niet moet verwaarlozen. Toen ik bleef zitten waren mijn ouders denk ik toch soort van teleurgesteld. Ze hebben ook wel gezegd dat ik nonchalant met mijn privileges omging. Ik kon dat accepteren omdat ik weet dat ze eigenlijk wel gelijk hebben. We praten thuis veel over wat goed is en wat niet. Ruzie hebben we eigenlijk nooit.”

Meedoen? Mail naar pubers@nrc.nl