Recensie

Iets te stoere mannen in wereld vol ‘ongelukkige zielen’

Er zijn vast mensen die erg genieten van het nieuwe boek van Michael Lewis, succesauteur van boeken over geld, macht en succes, maar ik was daar niet een van. Aan het onderwerp ligt dat niet. The Undoing Project beschrijft het leven van twee beroemde Israëlische psychologen, Daniel Kahneman (1934) en Amos Tversky (1937-1996), die samen een flink aantal systematische fouten in de menselijke intuïtie in kaart hebben gebracht. Het is een soort driedubbelbiografie over de twee mannen en hun werk.

Het is ook een aanvulling op Lewis’ eerdere bestseller Moneyball (2003). Daarin beschreef hij hoe de Oakland Athletics een stuk goedkoper uit waren toen ze hun honkbalteam gingen samenstellen op basis van objectieve statistieken in plaats van op subjectieve meningen van trainers, spelers en zichzelf over wie goed was en wie niet. Dat boek werd in 2011 verfilmd met Brad Pitt in de hoofdrol. En moneyballing – geld besparen door beslissingen op objectieve gegevens te baseren – werd een buzzword, schrijft Lewis, ook in andere takken van sport dan sport, zoals onderwijs en zorg.

Maar bij de auteur bleef een recensie in New Republic knagen van een econoom en een rechtsgeleerde, die schreven dat de systematische beoordelings- en beslissingsfouten die mensen maken allang door Kahneman en Tversky waren beschreven. Lewis kende hen niet. Ook dat Kahneman in 2002 de Nobelprijs voor de Economie had gekregen, was econoom Lewis ontgaan. Dit boek vult die kennislacune.

Mensen zijn geen computers. We zien vaak statistische verbanden die er niet zijn. We zijn sowieso slecht in statistiek. Zelfs statistici die op hun intuïtie afgaan, zitten er vaak naast. We zijn eerder bang om te verliezen dan gretig om te winnen. We gedragen ons dus verschillend als exact dezelfde situatie in termen van potentiële winst of potentieel verlies wordt voorgespiegeld. Dat is allemaal interessant en belangrijk om te weten, zeker in deze post-truth-tijd.

Maar Lewis hemelt Tversky en Kahneman wel erg kritiekloos op. Hij geeft toe dat hij niet thuis was in de psychologie, een wetenschap die hij beschrijft als „rommelig volgepropt met ongelukkige zielen en mystiek”. Ja, dan is het makkelijk om Kahneman en Tversky te zien als de allereerste genieën die het licht zagen. Lewis beschrijft hoe historici een lezing van Tversky over hindsight bias (het idee dat je achteraf, als je weet hoe iets gegaan is, makkelijk praten hebt) met asgrauwe gezichten verlieten. Maar hij geeft geen blijk van enig besef dat die bias ook zijn eigen geschiedschrijving zou kunnen beïnvloeden.

The Undoing Project is te stoer, te zelfverzekerd van toon voor een boek over de onmogelijkheid van zekerheid. En het is sluipend seksistisch. Er komen amper normale, intelligente vrouwen in voor, zelfs die van Kahneman en Tversky zelf vrijwel niet. Voor de twee elkaar ontmoetten, liet een emigrerende vriend van Tversky „Amos achter zonder iemand om mee te praten”. Tversky was toen al getrouwd en zijn vrouw was ook psycholoog, maar kennelijk geen gesprekspartner. Verderop staat heel terloops dat ook Kahneman getrouwd is en dat zijn vrouw twee kinderen heeft gebaard. Als die vrouwen echt zo onbelangrijk voor hen waren, verdient dat toch explicietere aandacht. Nee, kun je zeggen, dit is een verslag van de opkomst en ondergang van een mannenvriendschap (de extroverte Tversky kreeg meer erkenning voor hun werk dan de introverte Kahneman; ze kregen steeds meer ruzie; Tversky kreeg kanker en overleed). Maar ik heb het gevoel dat ik Tversky en Kahneman maar deels heb leren kennen. Ik had graag nog meer van hen gezien door de ogen van hun vrouwen en kinderen, met wie Lewis toch heeft gesproken.