Column

Ideeën zijn de ultieme migranten

Net zoals mensen hebben ook dingen en ideeën een stamboom. Die zijn vertakt over de hele wereld en gaan ver terug in de tijd. Dat leren de Longobarden, Toyota, de iPhone en de nul.

Televisieprogramma’s als Verre Verwanten en Verborgen Verleden confronteren bekende of onbekende Nederlanders met hun familiegeschiedenis. Dat roept vaak sterke emoties op, bijvoorbeeld als blijkt dat men voorouders uit Indië of Suriname heeft. In Amerika is eenzelfde programma te zien: Finding Your Roots. Juist in dit immigratieland bij uitstek doet de enorme variëteit aan etnische, raciale en religieuze achtergronden de deelnemers duizelen. Vooral voor Afrikaans-Amerikanen zijn de spaarzame details vaak confronterend. Een voorouder is soms een enkel regeltje in een verkoopakte van slaven: „Meisje, zes jaar.”

Modern DNA-onderzoek maakt onze stamboom nog beter en dieper zichtbaar. Onze wortels graven niet alleen terug in de tijd, maar vertakken zich over de wereldbol. Men zegt wel dat er drie gespreksniveaus zijn: dingen, mensen en ideeën. Net zoals mensen een stamboom hebben, hebben dingen en ideeën een genealogie in ruimte en tijd . En soms zijn dingen, mensen en ideeën zo innig met elkaar verknoopt, dat het niet duidelijk is wie precies wanneer de grens over gaat.

Een collega aan mijn instituut probeert zulke knopen te ontwarren. Patrick Geary is mediëvist en bestudeert de volksverhuizingen van de vroege Middeleeuwen, zoals de ‘invasie’ van de Longobarden die in de vijfde en zesde eeuw vanuit Duitsland via Hongarije naar Italië trokken. Een van de manieren om deze migraties te traceren is via opgegraven sieradendie kenmerkend zijn voor de cultuur. Daarover stelt Geary een simpele maar cruciale vraag: wat verhuisde precies? De Longobarden, hun juwelen of het ontwerp? Zoals hij het stelt: als over duizend jaar de garages van Amerikaanse huizen worden opgegraven, zijn al die Toyota’s dan een bewijs van een massieve Japanse invasie? Of zullen archeologen begrijpen dat de meeste auto’s gewoon in de Verenigde Staten zijn gebouwd en dat alleen het idee van een Toyota de Stille Oceaan is overgestoken?

Net zoals voor mensen, kan ik me ook een genealogische verrassingsshow voor dingen en ideeën voorstellen. We zouden even verbaasd zijn hoe die stambomen over de wereld uitwaaieren. Neem een iPhone en kijk waar de onderdelen vandaan komen. De camera en het scherm uit Japan, het geheugen en de processor uit Korea, de hoes en de batterij uit China, plus belangrijke onderdelen uit Frankrijk, Italië, Duitsland, Nederland, Taiwan en Singapore. De lijst telt 31 landen – ja, inclusief de VS.

Maar we kunnen ook met al die onderdelen terug in de tijd gaan als we de familielijn van het idee van een rekenmachine volgen. Terug naar de eerste computers en het werk van Turing en de Von Neumann. Verder in de tijd naar de Analytical Engine, de mechanische rekenmachine van de wiskundige Babbage, en de Franse weefmachines van Jacquard. En nog verder terug naar de astronomische rekenmachines van moslimgeleerden, tot de telramen uit China en Babylonië – het moderne Irak. Wat en wie reisde in dit historisch fabricatieproces? Dingen, mensen of ideeën? Het is in ieder geval duidelijk dat geen enkele natie het exclusieve geboorterecht heeft.

Een ander mooi voorbeeld is de nul. Ons digitale leven is ondenkbaar zonder nullen en enen, maar de stamboom loopt dwars door de wereldgeschiedenis, van de Italiaanse renaissance via het Arabisch schrift naar de bron in India. Ik zie de aflevering al voor me. Een grote nul op zoek naar zijn verborgen verleden, die bladert door oude wiskundeboeken en zijn verre Indiase nazaten ontmoet.

In een tijd waar de voordelen van globalisering en internationale handel wereldwijd in twijfel worden getrokken, zou zo’n programma mensen helpen te beseffen dat er een terrein is waar door de eeuwen heen de vrije uitwisseling van goederen, mensen en gedachten altijd winst heeft opgeleverd: kennis. Van de zeventiende-eeuwse republiek der letteren tot de moderne mondiale onderzoekcultuur, is wetenschappelijke samenwerking altijd win-win geweest.

Daarom is het nu extra pijnlijk dat deze uitwisselingen ineens verdacht zijn. Dat we in een tijd leven waar extra muren worden opgeworpen. Een schrijnend geval is in mijn eigen instituut te vinden. Sabine Schmidtke is hoogleraar islamitische intellectuele geschiedenis. Haar achtergrond en haar werkterrein zijn ingewikkeld. Ze is Duits, christen, diplomaat, opgeleid in Israël en Engeland. Ze bestudeert manuscripten in het Arabisch, Perzisch en Hebreeuws, die ze onder andere vindt in Iran, Yemen en Rusland. In haar werk zijn islam, christendom en jodendom innig met elkaar verstrengeld. Omdat juist de shi’itische stroming haar aandacht heeft, wordt zij nauwgezet gevolgd in Iran. Onlangs werd daar ineens kritisch over haar geschreven, hetgeen haar naaste Iraanse medewerker nerveus maakte. Deze weken is het president Trump die de gemoederen bezig houdt. Een perfecte lose-lose-situatie.

De geschiedenis leert hoe moeilijk het is grenzen te dichten. Je kunt importtarieven heffen, een ban tegen immigranten uitvaardigen, landen en bevolkingsgroepen verdacht maken, maar hoe hoog je de muren ook bouwt, ideeën klimmen er altijd overheen. De gedachtepolitie staat machteloos. Ideeën zijn de ultieme migranten.

Professor Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton