Hoe Trump het amateurisme van Wilders’ partij op de agenda zet

Haagse Invloeden

Deze week: de betekenis van Trump voor de Nederlandse campagne.

Ofwel: waarom bestuurlijk amateurisme en verbale agressie hoog op de agenda horen.

Donderdagmorgen liep ik een ambtelijk medewerker van de Tweede Kamer tegen het lijf. Zo iemand die al decennia nabij de nationale vergaderzaal werkt.

In een paar minuten vertelde hij me dat er de laatste tijd vrij veel misgaat in het contact tussen volksvertegenwoordiging en maatschappij.

Om te beginnen creëert het succes van Wilders dat enkele afdelingen van de Kamer voortdurend te maken hebben met buitenlandse journalisten, die vaak weken vergeefs contact met de PVV zoeken. Zwaar gefrustreerd, soms schuimbekkend, halen ze verhaal: wat moeten ze doen om die lui aan de lijn te krijgen?

Het is erger. De telefooncentrale van de Kamer heeft vergelijkbare ervaringen met burgers. Bezorgde burgers, verontwaardigde burgers, geïnteresseerde burgers, hoopvolle burgers – ze bellen in groten getale omdat ze hun verhaal kwijt willen aan de man op wie ze al hun hoop hebben gevestigd. Of anders aan een van zijn medewerkers.

Maar helaas: de telefooncentrale kan zelden iemand vinden bij de PVV-fractie die opneemt, dus talrijke burgers zien hun pogingen stranden.

Partij van het volk – totdat het volk belt.

Nu kun je zeggen: zo erg is dat niet. Kijk naar de peilingen, de media, de sfeer in het land: de PVV voelt voortreffelijk aan wat er leeft.

Maar als de laatste maand iets is bewezen, door Wilders’ voorbeeld Donald Trump, is het dat regeren méér is dan het meest geliefde stapeltje standpunten vertolken.

Lees ook correspondent Guus Valk over de chaotische persconferentie van Trump: Er is ‘nul chaos, de lekken zijn echt, het nieuws is nep’

Regeren is een vak. Behalve standpunten innemen vergt regeren juristerij, organisatietalent, personeelsbeleid, professionaliteit en afgewogenheid. Elk hoofd van een regering zal alleen controle en regie houden wanneer hij (m/v) vakkundige politici en medewerkers om zich heen verzamelt.

En laten we wel wezen: wanneer een partij na ruim tien jaar in de Kamer nog niet in staat is mensen vrij te maken om bellende burgers te woord te staan, of basale vragen van (buitenlandse) verslaggevers te beantwoorden, moeten we het ergste vrezen.

Dit raakt aan een telkens terugkerende tekortkoming van Nederlandse campagnes. In de laatste weken gaan zij bijna alleen nog over standpunten en CPB-doorrekeningen, afgewisseld met interviews in de Linda en andere trivia.

Zelden of nooit draaien ze hier om een cruciaal aspect van democratie: hebben partijen en leiders het vermogen hun standpunten in daden om te zetten? Kúnnen ze iets, behalve praten?

Je hoort dan: dit interesseert de kiezer niet. Of erger, het stoot de kiezer af. Maar nu Trump een maand aan het werk is, durf ik wel het vermoeden uit te spreken dat de belangstelling iets toeneemt. Dus misschien moeten media even hun gewoonte doorbreken.

Want de VS laat zien dat zulk amateurisme nogal duur kan zijn. Trumps inreisverbod voor inwoners uit zeven landen was populair bij kiezers maar werd zo onbekookt ingevoerd dat de ene na de andere rechter het vernietigde. Tegelijk haalde de president zich er de woede van de halve wereld mee op de hals: een winwin-situatie is anders.

Hij ontsloeg de fungerend minister van Justitie. Hij verbrak het gesprek toen de voornaamste troepenleverancier in Irak tegen IS, de premier van Australië, hem tegensprak. Hij heeft ruzie met Mexico – het land dat die Muur moet betalen.

Hij benoemde een Poetin-bevriende nationaal veiligheidsadviseur die Russische contacten verzweeg aan de FBI, en daardoor deze week weg moest. Hij blijkt te worden omringd door adviseurs die dubieuze contacten met Russen tijdens de campagne hadden.

Niemand kan nu al claimen dat deze man zeker zal mislukken. Maar het nut van een beetje ervaring in regeren lijkt me na een maand wel aangetoond.

Nu is Wilders’ CV op dit gebied beter dan dat van Trump. Anders dan Trump zit hij al bijna zijn hele werkzame leven in de politiek.

Hij was lid van een coalitiefractie tijdens Paars II en Balkenende I en II (1998-2004). Hij gedoogde als partijleider Rutte I (2010-2012).

Tegelijk heeft hij sinds zijn afsplitsing van de VVD, en de vorming van de PVV na 2004, nooit serieus belangstelling getoond de PVV tot echte partij om te vormen. Met een eigen bureau, medewerkers, een jongerenvereniging, democratie en carrièrekansen in gemeenteraden voor mensen die hun werkzame leven aan PVV-idealen opofferen.

Anders gezegd: voor de kern van democratisch besturen – tegenspraak en samenwerking – heeft hij in eigen gelederen altijd zijn neus opgehaald. In de PVV draait alles om hem.

Het gevolg is dat die hele PVV geen enkele ontwikkeling doormaakt. „Dion is instabiel”, mailde Wilders 24 mei 2012 intern over fractiegenoot Dion Graus. Toen dezelfde Graus later in een mail met juridische stappen dreigde omdat de technische dienst van de Kamer geen lamellen op zijn kamer wilde hangen, schreef Wilders een partijgenoot: „Die mail (-) kan echt niet hoor.”

Dus velen in de PVV verwachtten dat Graus begin dit jaar van de kandidatenlijst zou verdwijnen. Maar hij staat gewoon weer verkiesbaar, op twaalf: ziehier de ontwikkeling van de PVV.

Toch presenteerde Wilders begin dit jaar met groot vertoon een nieuw gezicht: Vicky Maeijer, nummer drie op de lijst.

„We zijn een platte organisatie”, zei hij in De Telegraaf. Talenten komen zo snel boven. „Bij ons hoef je niet de auto van de partijvoorzitter te wassen voordat je kans maakt op het Kamerlidmaatschap.’’

Punt is alleen dat Maeijer in de PVV allesbehalve nieuw is: ze begon in 2007 als fractiemedewerker en was reeds Statenlid en Europarlementariër. Bij de Kamerverkiezingen van 2010 stond ze op plaats 31, in 2012 op 21.

Toch verklaarde Martin Bosma zijn lagere plaats, hij zakte van drie naar zes, deze week in het AD uit het streven naar „verversing”. Dat is dus verversing met iemand die tien jaar terug al nabij Wilders werkte.

Zo weet de PVV de eigen stilstand als vernieuwing te verkopen. Dus geef Wilders het land in handen, en je weet zeker dat hij hooguit een paar mensen heeft om op te leunen.

Een groter experiment is voor het Nederlands bestuur amper denkbaar. Dus los van alle standpunten en trivia lijkt dit me een cruciaal campagnethema: willen we dit werkelijk?

Trumps vroege problemen bevatten trouwens nog een les voor ons: hij doet alsof hij zijn grote woorden uit de campagneperiode kan continueren in het Witte Huis.

Lees ook de column van Bas Heijne: Nuttige idioten

Maar veel problemen – het immigratieverbod, de Mexicanen, de Russen – zijn op diezelfde grote woorden terug te voeren.

Dus in feite beleeft hij ook een afstraffing van al zijn onredelijkheid in campagnetijd. En nu zich dit zo nadrukkelijk aan ons oog ontrolt, zou het wel knap zijn als wij, zoals de Amerikanen, ook die lessen pas na de verkiezingen tot ons nemen.

Anders gezegd: als het goed is, gaat deze campagne nu óók over de taal van lijsttrekkers, alsmede hun vermogen standpunten om te zetten in maatregelen. Om iets te presteren, in plaats van alleen te praten.

En als grote partijen en hun leiders hiervoor terugdeinzen, bij voorbeeld omdat de meesten liever Rutte attaqueren dan de koploper in de peilingen, ligt hier, lijkt me, ook een mooie taak voor de media.

Het zou goed kunnen dat de trollenlegers dan weer over ‘de media’ heen walsen. Ik zou zeggen: dat moet dan maar. Als media niet zelfstandig de thema’s meer kunnen aanwijzen die er echt toe doen, dan hebben ze überhaupt hun waarde (en gezag) verloren.

Liever dat dan pas ná 15 maart ontdekken of onze nieuwe premier iets voor elkaar krijgt aangezien het concept van samenwerking met andersdenkenden hem nogal vreemd is.

Dan wel of hij ook als premier van plan is de Kamer nepparlement te blijven noemen, andere politici knettergek, en moskeeën haatpaleizen. Of het Openbaar Ministerie, wegens een hem onwelgevallige vervolging, gewoon weer wil uitschelden alsof het terroristen zijn.