Grimmigheid is terug in Pakistan na aanslag van IS

Soefisme als doelwit

Pakistan verwijt Afghanistan niets te doen tegen Pakistaanse Talibaan, die na offensieven de grens overstaken en nieuwe schuilplaatsen opzetten.

Lichamen van ‘terroristen’ in Karachi die donderdagnacht als vergelding voor de zelfmoordaanslag werden gedood door Pakistaanse anti-terreureenheden. Foto RIZWAN TABASSUM/AFP

Een bloedige zelfmoordaanslag waarbij donderdagavond zeker 80 doden en ruim tweehonderd gewonden vielen, heeft in Pakistan de grimmigheid van voorbije jaren teruggebracht.

De zelfmoordaanslag, waarbij volgens ooggetuigen zeker twintig kinderen werden gedood, is opgeëist door Islamitische Staat. Doelwit was de druk bezochte rituele zang- en dansavond in de Zuid-Pakistaanse stad Sehwan. Een grote menigte had zich verzameld bij een beroemd veertiende-eeuws complex rond de tombe van een populaire soefi-wijze: de dichter-filosoof Lal Shahbaz Qalandar.

Het soefisme, de dominante islam-stroming in Zuid-Azië, preekt verdraagzaamheid en spiritualiteit en zoekt god in rituele muziek (qawalaa) en extatische dans (dhawaal). Voor de Pakistaanse Talibaan én voor IS zijn dit doodszonden.

De aanslag was de bloedigste van de afgelopen twee jaar. Tot in 2015 werd Pakistan geteisterd door een golf van terreuraanslagen met als dieptepunt de Talibaan-aanval op een school in Peshawar in december 2014 waarbij 145 doden vielen, vooral kinderen.

Meteen daarna intensiveerde het Pakistaanse leger zijn offensief in Noord-Waziristan, een stammengebied aan de Afghaanse grens waar de Pakistaanse Talibaan en het beruchte, aan Haqqani Netwerk eerder slechts Amerikaanse drone-aanvallen te duchten hadden.

Veel Pakistanen vrezen een nieuwe periode van aanslagen. De aanval donderdagavond was de tiende die door militanten werd opgeëist in vijf dagen. Tot donderdag was de bloedigste daarvan een zelfmoordaanslag in Lahore waarbij dertien doden vielen. Bij acht kleinschaliger aanslagen in gebieden richting de Afghaanse grens vielen nog eens elf doden (de daders niet meegeteld). Twee politieagenten werden bovendien gedood bij het onschadelijk maken van een bom, bedoeld voor een aanslag in Quetta.

Premier Nawaz Sharif beloofde hard te zullen optreden tegen moslimextremisten. Hij kondigde een hernieuwde strijd aan „voor de identiteit van Pakistan en universele humaniteit”.

Vrijdagochtend vroeg lanceerden anti-terreureenheden een serie aanvallen op „schuilplaatsen van terroristen” verspreid over Pakistan. Daarbij zouden, zo werd rond het middaguur gemeld, 29 ‘terroristen’ zijn gedood. Over hun identiteit werd niets bekendgemaakt. Volgens de autoriteiten zullen het speuren en vernietigen enkele dagen aanhouden.

Intussen leidt de nieuwe grimmigheid ook tot spanningen met buurland Afghanistan. De Pakistaanse legerleider generaal Qamar Bajwa bezwoer in een tweet dat „elke druppel bloed van de natie onmiddellijk zal worden vergolden. Geen terughoudendheid meer voor wie dan ook”. Volgens een andere legerwoordvoerder zijn „buitenlandse krachten” voor de aanslagen verantwoordelijk. Pakistan verwijt Afghanistan niets te doen tegen Pakistaanse Talibaan die na de militaire offensieven de Afghaanse grens overstaken en nieuwe schuilplaatsen en trainingskampen opzetten. Ook IS is volgens de Pakistaanse legerleiding een „Afghaans probleem”. IS beheerst twee districten in de Afghaanse grensprovincie Nangarhar. Volgens Amerikaanse inlichtingendiensten zijn de meeste IS-strijders echter Pakistanen.

Donderdagavond na de aanslag sloot Pakistan de belangrijkste noordelijk grensovergang met Afghanistan. Vrijdagochtend protesteerde Pakistan bij de Afghaanse ambassade in Islamabad „tegen gebruik van Afghaans grondgebied bij uitvoeren van terreuraanvallen in Pakistan”. Er werd tevens een lijst overhandigd met 76 „most wanted terrorists.