Goede tennisser beweegt niet te veel

Wetenschappers maken rolstoeltennissers beter. Met drie sensoren op de sportrolstoel.

Veel van de beste rolstoeltennissers ter wereld hebben afgelopen week gespeeld in het ABN Amro-toernooi in Rotterdam. Deze toptennissers spelen wel vaker tegen elkaar, maar deze keer was er iets bijzonders aan de hand. Op hun sportrolstoel zaten sensoren, die alle versnellingen en draaiingen van hun stoel vastlegden.

„Die sensoren geven ons veel informatie over de wedstrijd. Met die informatie kunnen we straks de tennissers helpen om betere spelers te worden”, vertelt bewegingswetenschapper Rienk van der Slikke van De Haagse Hogeschool. Bij zijn onderzoek werkt hij samen met de TU Delft.

Twee sensoren zitten op de wielen en registreren de omwentelingen. Dat zijn er vele duizenden in een wedstrijd, met steeds wisselende snelheden. Een sensor zit op het frame en registreert de draaiingen van de rolstoel, honderden keren per wedstrijd.

„Na de wedstrijd lezen we de sensoren uit. We vergelijken die informatie met videobeelden van de wedstrijd”, legt Rienk uit. „Zo kunnen we bijvoorbeeld zien hoe snel de rolstoel reed toen een speler een punt won of verloor. Die informatie kan hij gebruiken in de trainingen bijvoorbeeld.”

Rienk heeft zo ook rolstoelbasketbal en rolstoelrugby onderzocht. „Daar geldt: hoe sneller de speler beweegt hoe beter hij het doet op het veld.” Maar in tennis is dat niet altijd zo, ontdekte Rienk eerder bij tennissers onderzocht. „Toen zagen we dat de speler die een winnend punt sloeg juist vrij langzaam bewoog. Wie goed slaat, laat vooral zijn tegenstander snel bewegen, van de ene kant van het veld naar de andere. Ik ben benieuwd of dat ook geldt voor de wereldtoppers in Rotterdam.”