Franse belangen gaan straks voor, vrezen de Duitsers

Opel

Duitsers zijn geschrokken van de mogelijke overname van ‘hun’ Opel door PSA.

De introductie van de Opel Tigra op de Franse markt, in 1994. Opel is een kleine speler in Frankrijk en moet het vooral hebben van Duitsland en Groot-Brittannië.

Het nieuws dat de Duitse autofabrikant Opel mogelijk wordt verkocht aan de Franse concurrent Peugeot Citroën (PSA), heeft Duitsland overvallen. Terwijl toch allang duidelijk was dat Opel, dat al sinds 1999 geen winst meer maakt, een zorgenkindje is van het Amerikaanse moederbedrijf General Motors (GM).

Toen GM en PSA dinsdag bekendmaakten dat ze over de verkoop van Opel onderhandelen, reageerde de nieuwe Duitse minister van Economische Zaken, Brigitte Zypries (SPD), meteen als door een adder gebeten. Ze noemde het „volledig onacceptabel” dat die gesprekken gevoerd worden zonder dat de centrale ondernemingsraad van Opel of de regering van de deelstaat Hessen daarbij betrokken is, en ook zonder dat de vakbond IG Metall op de hoogte is gesteld.

Opel is al sinds 1929 onderdeel van GM. Maar in Duitsland geldt het bedrijf, dat in de negentiende eeuw door Adam Opel is opgericht voor de productie van fietsen en naaimachines, als oer-Duits. Er werken in Duitsland 18.200 mensen in de Opel-fabrieken en kantoren, en men vreest dat een samengaan met PSA veel Duitse banen zal kosten. Vooral het stadje Rüsselsheim in Hessen, waar 14.200 ‘Opelaner’ werken, zou hard getroffen kunnen worden. De andere twee fabrieken staan in Kaiserslautern en Eisenach.

Lees ook het stuk van onze correspondent Frankrijk over de mogelijke overname: Fransen zijn niet onder de indruk van Opel, maar kunnen met de aankoop wel hun concurrentiepositie verbeteren.

Veel goeds verwachten de meeste Duitse analisten en commentatoren hoe dan ook niet van de combinatie PSA-Opel – ook al zou die de op één na grootste autobouwer van Europa worden, na Volkswagen. Beide bedrijven zijn op dezelfde markt gericht – de Europese – en dan ook nog in ongeveer hetzelfde segment. Weliswaar werken ze al intensief samen, onder meer op het gebied van inkoop en ontwikkeling. Maar dat is heel wat anders, beseft men in Duitsland, dan bestuurd te worden vanuit Frankrijk. Dat wordt, zoals de laconieke kop luidt boven een analyse van het CAR-Center van de universiteit Duisburg-Essen, „inparkeren in Parijs”.

Extra zorgwekkend vindt men in Duitsland dat PSA voor 14 procent in handen is van de Franse staat. Die zal, als er vanwege verdergaande samenwerking fabrieken gesloten moeten worden, makkelijker fabrieken van Opel willen offeren, dan werkgelegenheid in eigen land. En beide bedrijven kampen met overcapaciteit. De sluiting van een fabriek in Bochum, in 2014, heeft Opel niet van dat probleem verlost, net zo min als de eerdere sluiting van fabrieken in België en Portugal.

Het komt de Duitse regering uiterst ongelegen

Al in 2009 probeerde GM zich van Opel te ontdoen. Maar op het laatste moment zagen de Amerikanen toen af van de geplande verkoop aan de Canadese toeleverancier Magna. De afgelopen jaren wist Opel de verliezen wel te verminderen – van 1,2 miljard euro in 2014 tot 257 miljoen in 2016. Maar eigenlijk had het bedrijf in 2016 al uit de rode cijfers zullen zijn. Die doelstelling werd niet gehaald, zegt Opel, vanwege de Brexit en de daling van het Britse pond van de afgelopen maanden. Het doel van Opel-topman Karl-Thomas Neumann was vervolgens, met een reeks nieuwe modellen, in 2018 weer winst te maken.

Opel heeft behalve drie fabrieken in Duitsland, ook productielocaties in Spanje, Polen, Oostenrijk, Hongarije en het Verenigd Koninkrijk, met in totaal 32.000 werknemers. In de Britse fabrieken wordt de Vauxhall geproduceerd, een apart merk, maar eigenlijk vooral een lokaal omhulsel voor een Opel. Opel wordt straks een lokaal omhulsel voor een Peugeot, vreest analist Ferdinand Dudenhöffer.

Zeker is de verkoop van Opel nog niet, maar dat doet niets af aan de ongerustheid in Duitsland. Ketst de verkoop aan PSA alsnog af, dan heeft het toch al niet zo florissante imago van Opel een flinke deuk opgelopen. Gaat de verkoop wél door, dan wordt Opel vermoedelijk één van de merken in het grotere Franse bedrijf, na Peugeot en Citroën. En zal het erop moet rekenen behalve fabrieksbanen ook arbeidsplaatsen te verliezen op het gebied van ontwikkeling en inkoop. Voor de Duitse regering komt dit alles, met in september verkiezingen voor de Bondsdag, allemaal uiterst ongelegen.

Als de nieuwe „Duits-Franse alliantie” ondanks alles toch een succes wordt, schrijft het Handelsblatt in een commentaar, dan kan ze gezonde concurrentie met Volkswagen aangaan en een impuls betekenen voor de Europese automarkt.