Eén telefoontje van de zakenbank – en weg beursgang

Mislukte beursgang

EFactor zou een beursnotering krijgen aan de Nasdaq. Oprichters en investeerders van het eerste uur konden zo cashen. Maar het ging mis.

Vader en zoon Reinders. „Er zijn rekeningen te laat betaald, termijnen gemist en beloftes niet nagekomen. Maar dat hoort bij een startup.” Foto’s Merlijn Doomernik

Vrijdag 23 oktober 2015 had de dag moeten worden dat de gepokte en gemazelde ICT-ondernemer Adrie Reinders multimiljonair werd, samen met zijn zoon Roeland en zijn vriendin Marion Freijsen. De dag waarop hij, op 70-jarige leeftijd, de Amerikaanse beursgang zou realiseren waar hij al decennia van droomde. De dag ook waarop zijn vrienden, familieleden en zakenrelaties dubbel en dwars terugbetaald zouden worden voor hun jarenlange vertrouwen en financiële steun.

Maar de beursgang in New York van het door vader en zoon Reinders en Freijsen opgerichte ondernemersplatform EFactor werd een deceptie. Eerst ging het mis op de Nasdaq en twee maanden later ook op Wall Street. Daardoor is het Nederlandse antwoord op sociale netwerksites als LinkedIn en Facebook geen 80, 100 of 200 miljoen dollar waard, maar helemaal niets.

Vader en zoon Reinders en Freijsen zijn vertrokken bij EFactor, hun wereldwijde netwerksite met daaraan gekoppelde diensten en evenementen voor ondernemers. Het trio heeft een jaar lang de wonden gelikt en runt inmiddels vanuit Nederland een nieuw, kleiner bedrijf – zonder externe aandeelhouders. Ze overwegen nog een rechtszaak tegen de New Yorkse zakenbank die de mislukte beursgang begeleidde, maar hebben daar het geld niet voor. Ondertussen heeft een aantal investeerders die in ruil voor inmiddels waardeloze aandelen zes jaar lang de opbouw van EFactor financierden het gemunt op de familie Reinders.

Zij zijn naar een advocaat gestapt en praten met zakenblad Quote. Dat omschreef Adrie Reinders vijf jaar geleden nog als „IT-icoon” en „nestor van de automatiseringsindustrie”, maar is van toon gewijzigd. Zo wordt hij in het februari-nummer van het blad vergeleken met de Nederlandse Bernie Madoff – een charlatan die beleggers een rad voor ogen zou hebben gedraaid.

Daarom wil hij nu, samen met zijn zoon en Marion Freijsen in NRC zijn verhaal doen. Over hoe hun droom in het zicht van de finish uiteenspatte.

29 juli 2009, Stanford University, Silicon Valley

„Meet the New Captains of Innovation” was het motto van de AlwaysOn Stanford Summit 2009, de beurs voor startende ICT-bedrijven waar heel Silicon Valley over sprak. Drie dagen lang cirkelden ondernemers met een bedrijfsplan en vermogende investeerders om elkaar heen op de zonovergoten campus van Stanford University. De beginnende bedrijven op zoek naar geld, de investeerders op zoek naar het Apple of Microsoft van morgen.

En juist hier was EFactor door de organisator van AlwaysOn, startupvisionair Tony Perkins, uitgenodigd voor een CEO Showcase – een korte presentatie van de plannen en potentie van het bedrijf. „EFactor drijft de nieuwe economie”, hield Freijsen een zaaltje vol druk meeschrijvende investeerders voor, nadat ze die had overstelpt met alle plannen en grote namen die ze in exact zes minuten kwijt kon.

„We hadden geen idee waar we voor waren uitgenodigd”, zegt zij. „Twee jaar eerder was ik met Adrie en zijn zoon Roeland het netwerkbedrijf EFactor begonnen, een digitale en fysieke ontmoetingsplaats voor ondernemers. En daar stonden we opeens, in het walhalla van de startups. Toen dachten we: ons bedrijf kon wel eens echt potentie hebben.”

„Na die beurs op Stanford besloten we dat ons eerste kantoor in Californië moest staan,” zegt Roeland Reinders. „Daarvoor werkten we waar ter wereld we onze laptop maar inplugden, maar in Silicon Valley wilden we echt voet aan de grond krijgen.” Het werd San Francisco, waar zij voor een paar duizend dollar per maand een kantoor huurden.

„Facebook was nog die grappige startup boven een restaurant op University Avenue in Palo Alto, de straat die richting de campus van Stanford University loopt,” zegt Reinders. „In Nederland hadden we het over Hyves, netwerksite LinkedIn was pas net begonnen echt hard te groeien en Jawbone – nu een miljardenbedrijf in digitale fitnessmeters – had nog geen dollar omzet.”

„Er hing een goeie, spannende sfeer. Iedereen probeerde een nieuw bedrijf van de grond te krijgen. Het wemelde van de ondernemers die elkaar vooruit hielpen. En dat was precies ons bedrijfsmodel. We bouwden aan onze website en organiseerden daaraan gekoppelde netwerkevenementen. In Amsterdam, Londen, New York en San Francisco.”

Tussen alle borrels, conference calls en meetings door fantaseerden de oprichters van EFactor over de toekomst. Dat hun website, waar op het hoogtepunt twee miljoen mensen lid van waren, zijn werk zou doen en zij zich konden terugtrekken. Naar een huis ver weg van de drukte aan de overkant van de baai – waar hun bankrekeningen zich gestaag zouden vullen terwijl zij over het water uitkeken.

Oktober 2008, Museumplein Amsterdam

Driekwart jaar eerder, in de herfst van 2008, zat Adrie Reinders in de toonkamer van een klassieke kantoorvilla die uitkeek over het Museumplein in Amsterdam. Om de website van EFactor te bouwen, personeel aan te kunnen trekken en de wereld over te vliegen hadden de oprichters geld nodig – veel geld. En dus was Reinders op zoek naar investeerders.

Een suikeroom of bankkrediet was er niet. EFactor was aan het bootstrappen, zoals het starten van een onderneming zonder geldschieters in startup-kringen liefdevol werd genoemd.

Buiten op het grind van de oprit stond de klassieke Rolls Royce van vastgoedondernemer Ronnie Rosenbaum naast de fiets van diens schoonzoon David Beesemer. Binnen aan de salontafel besprak Reinders de voorwaarden. Rosenbaum, een van de rijkste onroerendgoedbeleggers van Nederland, zou zoals hij vaker deed mee-investeren met zijn schoonzoon. Ze dachten aan een gezamenlijke inleg van 150.000 euro, waarvan schoonpa het grootste deel voor zijn rekening nam.

Rosenbaum en Beesemer waren bij Reinders terechtgekomen via diens zoon Casper, horeca-ondernemer en de man achter hotspot Jimmy Woo, vlakbij het Leidseplein in Amsterdam. Het duo was gezamenlijk eigenaar van het pand van de Jimmy, zoals de populaire discotheek liefkozend werd genoemd. Het klikte tussen de discotheekuitbater en zijn verhuurders en van het een kwam het ander.

Het was een van de honderden investeringsgesprekken die vader en zoon Reinders de afgelopen jaren voerden. En met succes. De lijst van investeerders in EFactor, die is terug te vinden op de site van de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC, leest als een wie is wie van investerend Nederland. Bekende namen zoals Phillips-bestuurder Jeroen Tas en Bernhard van Oranje staan op de lijst, zij aan zij met minder bekende ondernemers.

In de hoofdstedelijke startup-scene, waar iedereen in dezelfde vijver vist, leidde de succesvolle fondsenwerving door de familie Reinders tot scheve ogen. Maar voor henzelf was het een tijdrovend circus. Adrie: „We hebben ons de blaren op de tong gepraat. Dat ging soms ten koste van het uitbouwen van EFacor. Achteraf bezien hadden we het beter in een aantal investeringsrondes kunnen organiseren, maar wij kozen voor stukje bij beetje.”

„We zijn eerst bij vrienden en zakenkennissen langs gegaan en later in een steeds grotere cirkel”, zegt Reinders. „We hebben in zes jaar zo’n 17,5 miljoen euro uit de markt gehaald, bij meer dan vijfhonderd aandeelhouders. Ook werknemers werden soms in aandelen betaald. Het idee was dat iedereen die zou verzilveren als we naar de beurs gingen.”

Oktober 2015, Manhattan, New York

Op dinsdag 20 oktober 2015 reden Adrie Reinders en Marion Freijsen in een auto met chauffeur over de Franklin D. Roosevelt East River Drive, de snelweg aan de oostkant van Manhattan. De wagen was geregeld door de Maxim Group, een kleine zakenbank uit Manhattan die de beursgang van EFactor begeleidde.

Reinders en Freijsen waren op weg naar een vermogensbeheerder die interesse had getoond had om drie dagen later – bij de geplande beursgang – een pakket aandelen te kopen. Het was een van de vele door Maxim geregelde afspraken in het New Yorkse die ervoor moesten zorgen dat de koers van EFactor na de beursgang zou opveren.

Roeland Reinders was niet mee, deze keer. Hij zou twee dagen later invliegen om de eerste notering van EFactor op de Nasdaq te vieren. Een speciaal daarvoor aangeschaft overhemd hing al klaar.

Vlak voor de afslag Houston Street ging de telefoon. Het was een van de adviseurs van Maxim, met een pijnlijke mededeling. De beursgang op de Nasdaq stond opeens op losse schroeven, meldde hij. EFactor stond al genoteerd aan een kleinere beurs in New York, de OTC. En juist daar was een probleem ontstaan: de koers van het aandeel EFactor bleek in de twee voorafgaande maanden te instabiel, waardoor het bedrijf niet mocht promoveren naar de grote Nasdaq. Een nieuwe kans zou minstens twee maanden op zich laten wachten.

Bij Reinders en Freijsen ging op de achterbank het licht uit. Waarom kwam Maxim daar nu opeens mee? Had de bank niet beter op de koersontwikkeling en de Nasdaq-regels moeten letten?

Vijf dagen eerder waren zij nog het gevierde stel, tijdens de succesvolle roadshow die EFactor samen met Maxim op de Amsterdamse Middenweg had georganiseerd, in het pand van de programmeurs van het Freedom Lab – met wie EFactor innig samenwerkte. Daar waren voor het eerst ook de grote Nederlandse aandelenbeleggers afgekomen op de presentatie van de veelbelovende startup.

„Op vragen uit het publiek zei de directeur van Maxim in Amsterdam: we gaan over een week naar de Nasdaq. Hij zei het echt. Dat was fantastisch, want alles was op die beursgang gericht. Die zou nieuw kapitaal opleveren en de scepsis wegnemen. We zagen mensen op de achterkant van een papiertje uitrekenen wat hun aandelen waard zouden worden”, zegt Roeland Reinders. „En ja, natuurlijk hebben we dat sommetje zelf ook gemaakt.”

„Toen we niet op de beloofde dag naar de Nasdaq konden, liep de fut er uit. Bij onze achterban sloeg de twijfel toe, want waarom zouden we de volgende keer wel slagen? We hebben alles op alles gezet om twee maanden later een notering aan de New York Stock Exchange te verkrijgen, maar ook dat lukte niet. Het momentum was weg en we konden het fysiek niet meer bijbenen. Kort daarna hebben we noodgedwongen afstand genomen van EFactor.”

Januari 2017, Amsterdam

Na het stille verstrek van de oprichters van EFactor gebeurde er een jaar lang vrijwel niets. Tot er opeens, begin december 2016, een investeerder uit de VS („een querulant”, volgens Adrie Reinders) een bericht stuurde aan alle aandeelhouders, waarin hij de familie beschuldigde van misleiding.

Op 29 december 2016 kwam daar een mail overheen aan de familie Reinders. Advocaat Allon Kijl deed daarin „een puur zakelijk voorstel”, afkomstig van onder meer David Beesemer en diens schoonvader Ronny Rosenbaum. Deze EFactor-investeerders van het eerste uur hadden volgens het schrijven „de stellige overtuiging” dat zij „bij de neus” waren genomen.

Ze waren „teleurgesteld”, schreef Kijl. Niet zozeer over „het resultaat van een verkeerde investering”, maar vooral over „de menselijke verhoudingen”. Beesemer, Rosenbaum en nog zes investeerders voelden zich „bedrogen” en „misleid”, omdat de familie Reinders toezeggingen had gedaan „die niet zijn nagekomen.”

Een oplossing zag Kijl ook. Als de familie Reinders de door de klagers ingelegde 500.00 euro zou overmaken, dan zouden de beleggers beloven hun onderzoek naar de familie geheim te houden. Kwam het geld niet, dan zouden „journalisten van dagbladen en boekenuitgeverijen” zich in de zaak vastbijten, om over het mogelijke „strafrechtelijke staartje hier en in de VS” nog maar te zwijgen.

„We gaan een Stichting Gedupeerden E-Factor oprichten, die als primaire doel heeft de waarheid boven tafel te krijgen”, zegt Kijl in een toelichting. „Als de familie Reinders kan uitleggen dat de opgehaalde 17,5 miljoen rechtmatig zijn uitgegeven en zorgvuldig besteed, dan zijn we snel klaar en nemen we ons verlies. Maar tot die tijd doen we er alles aan om de waarheid boven tafel te krijgen.”

En dus bereidt de familie Reinders zich voor op wat er komen gaat. Financieel en juridisch maken zij zich weinig zorgen, omdat alle investeerders wisten dat zij zeer risicovolle aandelen kochten. Maar ze begrijpen dat er „enige frustratie” heerst onder aandeelhouders. „Het is bijzonder spijtig dat het zo gelopen is”, zegt Adrie Reinders.

Voor antwoorden op vragen over de financiën verwijst hij naar de tientallen stukken die EFactor bij de Amerikaanse toezichthouder SEC moest deponeren. En naar alle toelichtingen daarop. „Voor aandeelhouders organiseerden wij elk kwartaal een conference call over de cijfers, maar daar belden hoogstens twee mensen in.”

„Er zit bij beleggers en bij oud-werknemers ongetwijfeld oud zeer”, beseft Reinders. „Er zijn rekeningen te laat betaald, termijnen gemist en beloftes niet nagekomen. Maar dat hoort bij een startup. Het is alles of niets. En zo dichtbij als we waren, voor ons werd het niets.”

Waarmee hij overigens niet wil zeggen dat hij het had willen missen. „Het was een onvoorstelbare avontuur. We hebben kei- en keihard gewerkt, zijn er voor gegaan en zijn overal geweest. Dat neemt niemand ons meer af.”