‘Een adrenalinejunkie ben ik altijd geweest’

Germaine de Randamie

De Utrechtse Germaine de Randamie werd vorige week in New York als eerste Nederlandse vrouw ooit wereldkampioen in de Ultimate Fighting Championship. Als vechtsportster leert ze zichzelf en haar lichaam kennen. „Je krijgt te maken met zo veel emoties.”

Germaine de Randamie (L) vecht tegen Holly Holm Foto Frank Franklin/AP

Ze had gevraagd of ze de gouden riem mee moest nemen. Tuurlijk, dat fotografeert lekker. Zonder dat ding zou je haar ook minder makkelijk herkennen, nu weet je in ieder geval dat ze íets gewonnen heeft. Dus haalt Germaine de Randamie de immense, protserige riem uit de zwarte tas waarin ze hem had opgerold in een handdoek. Toch wat ongemakkelijk, denkt ze. We staan bij een ingang van Utrecht Centraal, dus het is niet alsof niemand haar ziet. Ze woont nog steeds bij haar moeder in Lombok, en dan staat ze opeens op een verhoging te poseren met zo’n glimmend gouden geval om haar schouder.

Met de minuut komen er meer mensen om De Randamie heen staan, telefoon in hun hand. „Het was een slapeloze nacht, maar ik heb je gezien hoor”, zegt een man tegen haar als de fotograaf even een korte pauze heeft genomen. „Dank je wel, dank je wel.” Een kleine jongen vraagt haar nadat hij met haar op de foto is gegaan wie ze eigenlijk is. De Randamie had al niet veel tijd en de selfieverzoeken blijven komen. „Ik kom echt zo bij je hoor”, zegt ze. Vooral een oude vrouw die op haar afstapt, maakt indruk. „Had jij gedacht dat die mij zou kennen? Of had gekeken?”, zegt ze enthousiast als we zijn gaan zitten in een café op het station. „Dan zie je dus wat het losmaakt.” Ze bestelt water. Ze wilde thee, maar toen de ober zei dat ze niet aan ‘smaakjes’ deden maar werkten met echte kruiden en voorstelde om de theekaart er even bij te pakken, maakte ze een wegwerpgebaar. „Nee liefje, ik ga niet moeilijk doen hoor.” Als hij is weggelopen: „Ik ben een simpele Hollander. Kwak er gewoon een zakje in.”

Utrechts Finest

Een paar dagen eerder werd De Randamie (32) de eerste Nederlandse vrouw ooit met een wereldtitel in de UFC (Ultimate Fighting Championship), de grootste, meest prestigieuze en lucratieve competitie in de MMA (Mixed Martial Arts). Ook de eerste kampioen ooit in het vedergewicht (66 kilo). Dat dus als „simpele Hollander”, geboren en getogen in Utrecht, de stad waarop ze zo trots is dat ze vandaag haar trui draagt van Utca’s (Utrechts) Finest. Zo trots dat ze op haar getatoeëerde lichaam nog wel een plekje wil vrijmaken voor de Dom. Simpel. Hollander. Ze wil het maar even benadrukken. In Brooklyn versloeg ze de Amerikaanse Holly Holm (35), die sinds zij als eerste ooit de legendarische Ronda Rousey wist te verslaan, een publiekslieveling is geworden. Ze won op punten, nipt.

Daar was niet iedereen het mee eens. De Randamie zou de terechte winnaar niet zijn geweest, helemaal niet omdat ze twee keer zou hebben doorgevochten toen de bel al had geklonken. Natuurlijk zit ze daarmee. „Ik word beschuldigd van iets wat ik niet heb gedaan, dat doet pijn. En de mening over de bel is ook wel bijgedraaid hoor. De eerste keer was er precies op, de tweede keer gebeurde in het heetst van de strijd. De beste scheidsrechter in de sport heeft me nog verdedigd en zei dat ik niets illegaals had gedaan. En weet je, ik zou ook wel heel dom zijn als ik zo een wereldtitel op het spel zou zetten, toch?” Ze heeft veel respect voor Holm, maar nu was ze toch – „excuus” – een „zure verliezer”. „Er was geen twijfel over mogelijk dat ik de betere was. Ik snap dat de Amerikanen teleurgesteld zijn, ze hadden niet verwacht dat ik kon winnen. Maar het is naar dat er nu een vlek op mijn titel komt. Ik denk dat als je het nu aan Holm vraagt, nu ze de beelden heeft teruggezien, ze er anders naar kijkt.”

Geen onaardige voetbalster

De vechtsport zat niet in de familie, toen De Randamie ermee begon op haar vijftiende. Haar Surinaamse vader had er niets mee, haar Nederlandse moeder had weleens een kickbokslesje gehad, maar niet meer dan dat. De Randamie voetbalde – nog steeds trouwens – daarom is de huldiging die ze zaterdagavond krijgt in de Galgenwaard heel speciaal. Ze speelde in het Nederlands elftal onder de zestien. Niet onaardig dus. Spits, beetje lui wel, liep alleen als het echt moest. Tot een vriend haar meenam naar een groepsles kickboksen en ze verliefd werd. „Ik ben altijd al een adrenalinejunkie geweest. Het is niet alleen een geweldige work-out, je leert jezelf en je lichaam ook kennen. Je leert je persoonlijke grenzen opzoeken. Je krijgt te maken met zo veel emoties. Angsten, voor de andere persoon, voor een klap, of gewoon om te verliezen. Momenten van extreme vreugde, dieptepunten. Dagen dat je niet lekker in je vel zit en tóch moet. Het is zo’n achtbaan.”

De Randamie had aanleg, meer dan. Eén Nederlandse, drie Europese titels, tien wereldtitels. „Nederland is ook echt een goed kickboksland. Dutch kickboxing is een begrip. We doen ons eigen ding, volgen de menigte niet. Andere landen zijn heel ‘Thais’ georiënteerd. Hier begon het met karate en combineerden we dat met muay thai in het kickboksen. De Thaise stijl is vrij statisch, wij zijn heel aanvallend.”

Germaine de Randamie: „Ik wil nu ook gewoon een echt normaal leven. Ik wil ook een relatie, ik wil ook kinderen.”. Foto Bastiaan Heus

De overstap naar de MMA was wel lastig. Dat is van alles door elkaar. Boksen, karate, maar ook grondgevechten zoals in het judo en het worstelen. In 2011 verhuisde ze naar Californië om „dichter bij het vuur” van de UFC te zitten. „Je ziet in Amerika bijna net zoveel MMA-sportscholen op de hoek als Starbucksen.” Ze had mazzel met haar kickboksreputatie, kon bij een goede school terecht en kwam eerst uit voor Strikeforce, een andere grote MMA-competitie. Toen die competitie werd overgenomen door de grote UFC, was zij een van de drie vrouwen van wie het contract werd overgenomen. Wat ze op tv moest zien toen ze met een vriendin in een restaurant zat. Pas later werd ze gebeld.

Ze heeft nu meer dan zestig profpartijen gevochten, maar is nooit het prototype vechter geweest. In de ring intimiderend, daarbuiten eigenlijk verre van. Staat ze te glimlachen tijdens de staredown, door de meesten gebruiken voor mentale spelletjes. Ja, je moet er toch van genieten? Voor elk gevecht doet ze een schietgebedje, voor haar en haar tegenstander: het is een heftige sport, maar laat ons er gezond uit komen. Nooit is ze bezig met haar imago, leuk als ze respect krijgt, maar liever in Nederland. Wat ze in Amerika vinden, ach. Ook niet het type dat een enorme mediapersoonlijkheid wil zijn. Zoals een Ronda Rousey. En Holly Holm staat ook nooit meer achter de kassa ergens. De Randamie wil maatschappelijk bijdragen, gewoon aan het werk. „Je hebt twee armen en twee benen, doe er wat mee.”

Psychiater

Ze wilde vroeger psychiater worden, het menselijk brein vindt ze „enorm” fascinerend. Bij hoge uitzondering kon ze via een vriendin jaren terug aan de slag op de spoedeisende psychiatrische jeugdafdeling van het AMC. Had ze het diploma niet voor, maar haar kickboksachtergrond was nuttig, ze was felle confrontaties wel gewend. Ze heeft ook voor justitie gewerkt, gaf onder meer les in justitiële instellingen. Het past bij haar. Als je naar haar luistert, hoor je een motivatiecoach. Zit ze druk te gebaren, kijkt ze je indringend aan. Over hoe je alles maar kunt bereiken, als je het maar genoeg wil. Hoe je nooit je droom moet opgeven, ook als iemand zegt dat die niet reëel is, net als bij haar gebeurde. Inmiddels is ze in opleiding bij de politie, maar werkt ze er ook al. Ze heeft veiligheid altijd belangrijk gevonden, kunnen doen en laten wat je wilt. Draagt ze graag aan bij. Ook ideaal: ze is in opleiding én krijgt betaald. Want zo denkt ze ook: ze heeft best wat verdiend met vechten tot nu toe, maar zekerheid heeft ze nooit gehad. Stel je voor dat er een groot gevecht aankomt – soms is dat er maar één per halfjaar of langer – en je tegenstander zegt af. Zit je dan. Ze leeft wel, maar nooit boven haar stand.

Sport van intimidatie

De Randamie is bijna 33, het einde van haar vechtsportcarrière zit er bijna op. Wat valt er nog te winnen, ze heeft het hoogste bereikt. Als er nou geen gedoe was ontstaan na die wedstrijd van zaterdag, had ze ook geen rematch hoeven voorstellen. Had ze niet gezegd: hee, Holly, als je denkt dat je me kunt verslaan, kom dan maar naar Nederland. Er is altijd gedoe in deze sport van intimidatie, provocatie, persoonlijke vetes. Je zou eigenlijk nooit ‘mogen’ stoppen, altijd wel iemand die je zwak noemt als je niet ook tegen haar vecht. Maar ze móét niets meer. „Ik wil nu ook gewoon een echt normaal leven. Ik wil ook een relatie, ik wil ook kinderen. Ik wil niet vriendinnen afwimpelen die me meevragen voor een avondje uit omdat ik over vier weken moet vechten. Het einde nadert, maar er zijn nu te veel emoties om al te beslissen.”

Een dag na ons gesprek maakt Holm bekend dat ze protest heeft aangetekend tegen de zege van De Randamie. „Ach, wat moet ik daarvan zeggen?”, zegt ze. „Als ze hiermee een punt wil bereiken, dan moet ze dat doen. Iedereen mag voelen wat hij voelt. Ze vertellen me dat ze geen poot heeft om op te staan. Ik heb die rematch al aangeboden. Maar er is niemand die mij verplicht om te vechten.”