Commentaar

Doorrekening CPB Een gunstige economie en een fundament voor het debat

Een economische groei van gemiddeld 1,7 procent, een werkloosheid van 5,5 procent en een begrotingsoverschot van 0,9 procent. Het basis-scenario dat het Centraal Planbureau (CPB) hanteert bij de doorrekening van de programma’s van politieke partijen blijkt dermate gunstig dat vrijwel alle deelnemende partijen er, naar hun eigen smaak, met hun plannen goed uit springen. Donderdag presenteerde het CPB de uitkomsten, die het debat in aanloop naar de verkiezingen nu voorzien van een fundament.

Van de doorrekening is door drie belangrijke partijen, de PVV, de PvdD en 50Plus, afgezien. Hoewel dat hen in theorie had moeten verlossen van de knellende band van de CPB-modellen, is de kans groot dat het nu een nadeel gaat opleveren. Vrijwel alle andere partijen deden wel mee. Hun uitkomsten verschillen, maar vrijwel alle kunnen zij het electoraat overwegend wijzen op voordelen die hun plannen bieden. De niet-doorgerekenden zullen nu beschuldigingen van feitenvrijheid moeten afweren. Dat ook effecten voor milieu en klimaat nu voor het eerst zijn meegerekend, door het Planbureau voor de Leefomgeving, maakt het contrast extra groot. Het leek aantrekkelijk om als zwervende spits te kunnen figureren, maar de kans buitenspel te staan is nu wel zeer groot.

Dat het effect op inkomensongelijkheid voor het eerst door het CPB is berekend is winst. Daar tegenover staat een aantal omissies. De plannen zijn door de partijen ingediend op de dag vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De verkiezing van Donald Trump heeft niet alleen de onzekerheid van het pad van de economie vergroot. Ook de druk op Europa, en dus ook Nederland, om de uitgaven aan defensie fors op te schroeven is fors toegenomen. Extra uitgaven aan defensie zullen ten koste gaan van andere keuzes. Hoewel tussentijdse bijstellingen mogelijk waren, komen vrijwel alle voorstellen van de politieke partijen daar nauwelijks aan tegemoet.

Daarnaast neemt de Amerikaanse druk toe op landen met grote overschotten op de handels- en betalingsbalans. Duitsland heeft daar al kennis mee gemaakt. Nederland, met een proportioneel overschot dat vergelijkbaar is met het Duitse, kan dit eveneens verwachten. Maar de effecten van de verkiezingsprogramma’s op het handels- en betalingsbalansoverschot zijn niet wezenlijk doorgerekend.

Er is kritiek mogelijk op de modellen van het CPB. Maar het is vooralsnog belangrijker als iedereen zich in verkiezingstijd van dezelfde feiten en cijfers bedient. Dat geeft het debat vaste grond.