De universele eenvoud van Dick Bruna

1927-2017

Als hij een boek maakte, deed hij dat alléén voor het kind, en niet voor de ouders. Al ging Dick Bruna „ook niet zitten denken: dit is voor kinderen.” Zijn grootste schepping is Nijntje, het konijn dat de wereld veroverde.

Foto ANP

Eenvoud was wat hij nastreefde, maar noem het werk van Dick Bruna niet simpel. Daar deed je de tekenaar en schepper van Nijntje, geen plezier mee. „Goh, ze moesten eens weten hoe ik hier zit te zwoegen, echt te zwoegen”, zei hij eens. „Ik zit hier heus niet even leuk kinderboekjes te maken.”

Dick Bruna is donderdagavond op 89-jarige leeftijd in zijn woonplaats Utrecht overleden.

De opmerking dat hij met zijn kinderboeken over Nijntje een ‘leuke formule’ had gevonden, kon hem al even giftig maken – al was het niet helemaal onwaar. Altijd maakte Dick Bruna boeken van 12 pagina’s tekeningen en 12 pagina’s tekst, vierkante bladzijden van vijftieneneenhalve centimeter hoog én breed, in een vast en beperkt kleurenpalet. Figuren en objecten die zijn teruggebracht tot hun oervorm, in platte vlakken zonder diepte. Steeds hetzelfde, altijd eenvoudig. Maar niet voor Dick Bruna: „Nijntje tekenen is nog net zo moeilijk als in het begin, een zekere vlotheid heb ik daar niet in ontwikkeld”, zei hij nog op hoge leeftijd.

Het succes van zijn kinderboeken was toen al enorm. Vele tientallen boeken heeft hij gemaakt, miljoenen zijn ervan verkocht en over de hele wereld kennen ze Nijntje, al noemen ze haar meestal Miffy. De iconische Nijntje (zoals alle woorden in Bruna’s boeken schrijf je haar naam eigenlijk zonder hoofdletter) is uitgegroeid tot een van de lucratiefste culturele exportproducten van Nederland.

Het begon met boekomslagen

Voor goede zaken leek Dick Bruna al in de wieg gelegd. Als telg in het Bruna-uitgeversgeslacht was hij voorbestemd om de uitgeverij van zijn vader over te nemen, maar de jonge Dick heeft toch meer interesse voor de kunst. Tijdens de Tweede Wereldoorlog – Dick zat als tiener ondergedoken en had alle tijd om zich te bekwamen in het tekenen. Na de oorlog gaat hij toch in de leer om in de uitgeverij te werken, om zijn vader te plezieren. In de praktijk worden dat stages in Londen en Parijs, waar hij in aanraking komt met beeldende kunst, die hem inspireert. Met een omweg en onder zijn eigen voorwaarden belandt hij toch bij het familiebedrijf, waardoor hij met een vast inkomen een goede partij wordt voor zijn geliefde, met wie hij de rest van zijn leven samen zou zijn. Bij Bruna wordt Bruna toegepast kunstenaar, hij gaat boekomslagen maken.

Dat zouden er zo’n tweeduizend worden. De detectives van Havank en Simenon en al het andere in de goedkope Zwarte Beertjes-pocketreeks gaf Bruna een zeer eigen smoel. Hij maakte er grafische illustraties voor, met grote kleurvlakken en strakke lijnen, die geïnspireerd waren op zijn voorbeelden (Mondriaan en Rietveld en andere modernisten van De Stijl, maar ook Matisse, Léger, Picasso). Die zouden altijd kenmerkend blijven voor zijn stijl. Zijn boekomslagen hadden „de kracht van affiches”, zou Picasso er ooit over hebben gezegd – overigens: reclame-affiches zou Bruna later ook veel maken.

Zijn eerste kinderboek verscheen in 1953 – De appel, nog altijd leverbaar en geliefd – en ook dat had al alles wat Bruna’s kinderboekenoeuvre zou kenmerken. Eenvoudige beelden in dikke, strakke lijnen en heldere, primaire kleuren. En een zachtaardig verhaaltje.

Nijntje, het vakantieverhaaltje

Tussendoor ontstond in 1955 Nijntje, in een vakantieverhaaltje voor zijn zoon. Een konijnenmeisje, of eigenlijk een oerfiguur dat teruggebracht is tot louter het idee van een konijn, gestript van alles wat haar dierlijk of ‘echt’ maakt. Ze kijkt de toeschouwer recht aan en is daarmee volledig toegesneden op het cognitieve niveau van jonge kinderen, zoals psycholoog Dolph Kohnstamm eens betoogde. Als een kleuter met konijnenoren, stipogen en een snorhaarkruisje beleeft ze gemoedelijke, huiselijke verhaaltjes. Gezapige verhaaltjes, moet je misschien ook zeggen: brave, lieve Nijntje heeft geen humor en was allerminst een jarenzestigkonijn.

Maar dat het zó moest en niet anders, dat was Bruna’s rotsvaste overtuiging. Hij wilde jonge kinderen veiligheid bieden, „een koffertje geluk meegeven”. Als hij een boek maakte, deed hij dat alléén voor het kind, en niet voor de ouders – al ging hij „ook niet zitten denken: dit is voor kinderen”. Bruna verdedigde zich graag met zijn eigen eenvoud, enigszins koketterend. Hij was een „simpel denkend mens” en „emotioneel heel weinig gegroeid”, zei hij eens. Het volwassen succes heeft hem er ook nooit toe verleid om zijn Utrechtse rijtjeshuis te verlaten.

Ondertussen wist Bruna heel goed wat hij deed. Zijn kenmerkende eenvoud was in wezen diep bestudeerd. Zijn zwarte lijnen kwamen nooit in één vlotte streek op het papier terecht, maar werden millimeter voor millimeter opgebouwd. Door die secuurheid hebben Bruna’s lijnen die ‘bibber’, waardoor ze toch niet al te strak zijn, en die subtiliteit mogelijk maakt. „Je weet niet hoe lang ik ermee bezig kan zijn haar een heel klein beetje ongelukkig of vrolijk te maken”, zei hij eens. Bruna was een maker die álles zelf uitvond en bepaalde, hij ontwikkelde een ingenieuze werkwijze, schreef zelf zijn teksten en stond redactie nauwelijks toe. Hij gaf zijn boeken zelf vorm, tot de belettering, papiersoort en drukinkt aan toe.

De zakelijke kant

Foto Vincent Mentzel

Dat hij de zakelijke kant van het leven afzwoor door zijn vader niet op te volgen in de uitgeverswereld, is deels mythe: zijn zaken heeft Dick Bruna tamelijk strak georganiseerd. Al in de jaren zeventig, toen Nijntje de wereld ging veroveren, bracht hij zijn auteursrechten onder bij de volledig aan hem gewijde uitgeverij Mercis. Dat oefende en oefent nog steeds strakke een controle uit op de exploitatie van Bruna’s figuren. Mercis bleef het werk in telkens nieuwe vormen publiceren en gaf honderden licenties uit voor de productie van spulletjes.

Tegelijk werden auteursrechtenschendingen door Mercis hard aangepakt. De uitgeverij spande eens een slepende rechtszaak aan om een internetparodie te verbieden, waarin Nijntje was afgebeeld als de terroristische ‘nijn-eleven’ en de drugsverslaafde ‘lijntje’. Dat vond Dick Bruna pijnlijk: niet alleen om de schending, maar vooral omdat het verwarrend zou zijn voor kinderen. Die zaak verloor hij, maar verder werkte de strenge aanpak en profiteerde niemand ten onrechte van wat hij had gemaakt. Het vermogen van Bruna groeide naar schattingen tot meer dan 40 miljoen euro.

Dat zijn werk zo populair was bij kleine kinderen, leidde de aandacht misschien wel af van de artistieke kwaliteit, iets waar Bruna wel eens miskend over kon doen. De Stijl-grootheid Gerrit Rietveld complimenteerde hem als jonge graficus al met een „mooi vormpje” op een boekomslag, maar kunstcritici vonden zijn werk aanvankelijk „esthetisch onbeduidend” en „kil en fantasieloos”. Brede erkenning als kunstenaar kwam laat in zijn leven – pas in 2015 mocht zijn werk in het Rijksmuseum voor het eerst tussen dat van Matisse, Mondriaan en Léger hangen, de mensen door wie hij ooit werd geïnspireerd. Pas in 2016 ontving hij voor zijn gehele oeuvre de Max Velthuijs-prijs, de ‘P.C. Hooftprijs voor illustratoren’.

Over de hele wereld

Dat maakte Bruna zelf nauwelijks meer mee – de laatste jaren kampte hij met gezondheidsklachten. Zijn brandschone atelier, waar hij tot het einde toe zeven dagen per week werkte, omdat hij anders maar onrustig werd, verliet hij enkele jaren geleden van de ene op de andere dag. Inmiddels staat het volledig naar de werkelijkheid nagebouwd in het Centraal Museum in Utrecht.

Die stad heeft Bruna als ereburger omarmd en dagelijks ontvangt het Nijntje-museum daar toeristen van over de hele wereld. Onder meer uit Japan, waar Bruna’s klare lijn misschien wel het populairst is. Overal ter wereld sprak hij kinderen aan, had Bruna gemerkt en dat bevestigde hem in zijn zoektocht naar de universele eenvoud. „Overal lachten ze om dezelfde plaatjes en waren ze bij dezelfde plaatjes verdrietig.”

Bij het overlijden van Bruna stond zijn werk in talloze boekenkasten, stond de iconische Nijntje op vele broodtrommels en rugtasjes, en lag zij als knuffel in duizenden wiegjes, over de hele wereld.