De 10 pgb-missers van staatssecretaris Martin van Rijn

Persoonsgebonden budget De invoering van het nieuwe persoonsgebonden budget werd het grootste fiasco van het kabinet-Rutte II. Tienduizenden patiënten raakten in de problemen. Hoe is dat gekomen? En hoe is het nu?

Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Martin van Rijn, informeert de Tweede Kamer over de voortgang van het trekkingsrecht persoonsgebonden budget (september 2015). Foto Martijn Beekman/ANP

De sfeer in de krappe vergaderzaal is gespannen. Hoog in het ministerie van Volksgezondheid zoekt een keurkorps van ambtenaren naar een list om de politieke carrière van Martin van Rijn te redden. De staatssecretaris van Volksgezondheid werd door coalitiepartij PvdA in 2012 gepresenteerd als de golden boy die de langdurige zorg succesvol kon hervormen. Nu is het donderdag 16 april 2015. Van Rijn dreigt zijn reputatie én zijn baan te verliezen.

Sinds 1 januari 2015 heerst er chaos bij de uitbetaling van het persoonsgebonden budget. Houders van dit zogeheten pgb krijgen al jaren een zak geld om hun zorg te regelen zoals zij dat zelf willen. Volwassenen en kinderen die vanwege ouderdom, ziekte of handicap professionele hulp of verzorging nodig hebben.

Maar sinds 1 januari heeft Van Rijn dat anders geregeld: om fraude te verminderen krijgen patiënten dat geld niet meer zelf. Het wordt overgemaakt aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB), en die betaalt namens de patiënten de declaraties van hun zorgverleners, op grond van zorgcontracten die patiënten met hen gesloten hebben.

Lees ook: Pgb vergt al jaren héél veel geduld, de roemruchte geschiedenis van het persoonsgebonden budget: twintig jaar misère.

Nu lukt het al maanden niet om declaraties op tijd te betalen. Zorgverleners die al die tijd geen geld krijgen, dreigen failliet te gaan. Tienduizenden patiënten die aangewezen zijn op hulp verkeren in paniek en de Tweede Kamer is woedend.

„Het was alsof we met een helikopter boven Nederland vlogen en de bankbiljetten over het land strooiden”, zegt een betrokken politicus.

Van Rijn heeft de Kamer beloofd dat hij de chaos op 15 mei heeft opgelost. De SVB moet dat doen. Maar op deze aprildag herhalen de drie bestuurders van de SVB: op 15 mei zal de chaos niet zijn opgelost. Wat Van Rijn de Kamer heeft beloofd, is onmogelijk.

De hoogste ambtenaar van het ministerie vindt die boodschap onacceptabel. Hij snauwt. Als de SVB niet levert, zal hij er voor zorgen dat er koppen gaan rollen. Aanwezigen zien dat Van Rijn zich ongemakkelijk voelt. Maar hij corrigeert de uithaal van zijn secretaris-generaal niet.

Hoe moeilijk is het om een pgb aan te vragen? Bekijk onze animatie:

 

De invoering van het nieuwe pgb werd uiteindelijk een van de grootste fiasco’s van het kabinet Rutte II. Staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) bereikte precies het tegenovergestelde van wat hij wilde. Het nieuwe pgb-systeem moest fraude bestrijden en het makkelijker maken voor mensen om eigen zorg te regelen. Voor patiënten is het nieuwe pgb niet eenvoudiger, maar veel ingewikkelder. En toen het nieuwe pgb niet bleek te werken, keerde de overheid over een periode van twee jaar bijna vijf miljard euro aan budgetten uit zonder noemenswaardige controle. „Het was alsof we met een helikopter boven Nederland vlogen en de bankbiljetten over het land strooiden”, zegt een betrokken politicus.

Hoe kon het zo ver komen? Op grond van honderden interne en vertrouwelijke documenten en uitgebreide gesprekken met vele betrokkenen reconstrueert NRC hoe het misging in vrijwel elke fase van de voorbereiding en invoering van het nieuwe pgb. De staatssecretaris maakte tien cruciale misstappen, die en passant inzicht geven in de bestuurlijke binnenwereld van Nederland.

Misser 1: Van Rijn luistert niet naar adviezen om het simpel te houden

Martin van Rijn had zonder twijfel de grootste hervormingsopdracht van dit kabinet. Hij moest de almaar uitdijende chronische zorg voor ouderen en gehandicapten ombouwen en uitkleden. Zijn opdracht is om er jaarlijks 3,5 miljard euro op te bezuinigen.

De hervorming van het pgb voor zo’n 150.000 patiënten leek binnen zijn hervormingspakket niet de grootste klus. Een jaar eerder, na de val van het kabinet-Rutte I, had de Tweede Kamer besloten dat de uitvoering en controle in handen moest komen van een administratiekantoor. Maar welk?

Op 2 mei 2013 loopt de top van de Sociale Verzekeringsbank binnen bij Martin van Rijn om zich aan te prijzen: zij kan, met haar ervaring in „excellente dienstverlening”, zorgen voor „een geruisloze overdracht” voor patiënten naar het nieuwe systeem.

De SVB is een trotse organisatie, met een uitstekende reputatie als uitbetaler van allerlei overheidsregelingen, zoals de AOW en de kinderbijslag. Maar net als vele andere overheidsorganisaties vreest zij bezuinigingen. Aangewezen worden als administratiekantoor voor het nieuwe pgb biedt een uitgelezen kans daaraan te ontkomen.

Lees ook: Een maand is geen vier weken, bureaucratie pur sang

Van Rijn is enthousiast, maar tegelijk bezorgd. Door de gelijktijdige decentralisatie van langdurige zorg en jeugdzorg – zijn grootste project – worden gemeenten verantwoordelijk voor bijna alle mensen met een pgb.

Van Rijn moet gemeenten dus te vriend houden. Maar de gemeenten, toch al overvoerd met nieuwe wettelijke taken, willen helemaal geen pgb’s gaan uitdelen. Zeker niet via „gedwongen winkelnering” bij de SVB. Dat kan „niet op steun rekenen” van de gemeenten, zo hoort Van Rijn tijdens een overleg met directeur Jantine Kriens van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Ook zorgverzekeraars hebben geen zin in Van Rijns plannen. Zij blijven verantwoordelijk voor de pgb’s voor intensieve zorg van chronisch zieken en gehandicapten. De brief die André Rouvoet 8 juli 2013 aan Van Rijn stuurt is genadeloos.

De voorzitter van de lobbyclub Zorgverzekeraars Nederland heeft „grote zorgen”. Het „gekozen model” – dat nauwelijks fraude zal bestrijden, maar voor patiënten wel lastiger wordt – is „niet het juiste”. Rouvoet sluit af met een lange lijst fundamentele bezwaren en een „dringend advies”: stel invoering uit, bedenk iets nieuws.

In het voorjaar van 2013 waarschuwde het hoofd automatisering van het ministerie zelf in een vertrouwelijk advies dat er wel erg veel organisaties bij de uitvoering betrokken zijn. Kan dat niet eenvoudiger? En als dat niet lukt, zorg dan in elk geval dat mensen bij „één loket” terecht kunnen. Nog een dringend advies: ga eerst op kleine schaal proefdraaien, om te kijken of dit ingewikkelde systeem werkt.

Van Rijn luistert niet naar de adviezen en bezwaren. Hij geeft de SVB de opdracht. Zo dwingt hij gemeenten feitelijk opdrachtgever van de SVB te worden, en de SVB te betalen voor het bedenken van beleid waar de gemeenten zich vervolgens weer aan moeten onderwerpen.

Anders gezegd: terwijl Van Rijn de verantwoordelijkheid voor het pgb decentraliseert, centraliseert hij uitvoering van het pgb.

Lees ook: ‘Dit ga ik niet nog eens meemaken’, een exclusief interview met toenmalig bestuursvoorzitter SVB

Misser 2: Van Rijn neemt niet de leiding

Wel stelt Van Rijn de invoering uit, tot 1 januari 2015. Voor Van Rijn is dat een nederlaag: de Kamer zet hem al anderhalf jaar onder druk om het nieuwe pgb zo snel mogelijk in te voeren.

Het ministerie wil wel een proef. Betrokkenen zijn verbouwereerd. Niemand weet nog hoe het nieuwe pgb er precies uit gaat zien, de SVB heeft nog geen ict-systeem gebouwd. Wat valt er dan te testen? Bij een vergadering met gemeenten, verzekeraars en de SVB legt een VWS-ambtenaar uit dat deze proef dient om Van Rijn te beschermen tegen het ongeduld van de Kamer.

„De bedoeling is de landelijke politiek in ieder geval te laten zien dat er een substantiële beweging plaatsvindt middels de pilot.”In de maanden die volgen schittert VWS door afwezigheid. Dat is een bewuste keuze. Ambtenaren van het ministerie willen „op afstand” staan, en de SVB de boel laten regelen.

Voor Van Rijn, zo voelen andere betrokkenen, is het nieuwe pgb „maar een kruimel”. Zijn tijd en aandacht worden opgeslokt door de immense verbouwing van de langdurige zorg. En in Den Haag werkt het zo: als er geen politieke aandacht is, kijken ambtenaren ook weg.

De SVB loopt over een dun koordje. Om het nieuwe pgb snel genoeg te kunnen invoeren, vertrouwt zij op een oud en instabiel computersysteem.

Het kán op tijd opgeknapt worden om de pgb’s per 1 januari 2015 uit te kunnen betalen. „Er moeten echter geen tegenvallers optreden”, concludeert de SVB.

Zorgverzekeraars, gemeenten en SVB steggelen over alles. Neem het probleem met de ‘vier weken’. De systemen van veel gemeenten – die de budgetten van patiënten vaststellen – rekenen alles terug tot perioden van vier weken. Maar de systemen van de SVB berekenen alles per maand. Patiënten, voor wie het toch al ingewikkelder wordt, moeten met twee verschillende budgetten gaan rekenen. Vanaf 2013 komt dit ‘agendapunt’ telkens voorbij, maar niemand doet er iets aan. Tot op de dag van vandaag.

Misser 3: Van Rijn laat het aankomen op een race tegen de tijd

In maart 2014 ligt het project door alle onenigheid en technische problemen al bijna een half jaar nagenoeg stil. De SVB vestigt de hoop op een ‘Heidag’ op 24 maart „om het project vlot te trekken”. Op het menu: een vernietigend vertrouwelijk rapport, waar in staat dat invoering op 1 januari 2015 zonder ingrijpende wijzigingen „niet of nauwelijks haalbaar” is.

De werkwijze wordt scherp bekritiseerd. Er zijn veertien vergadercircuits. Daar wordt veel gepraat, maar nauwelijks besloten. De gezamenlijke papierproductie is indrukwekkend, de inhoud ervan niet. „Voor zover er een strategie is wordt daar vervolgens niet aan vastgehouden.”

Met nog negen maanden tot het nieuwe systeem moet draaien, beloven Van Rijns ambtenaren daadkracht: ze gaan een plan van aanpak maken. Daarin benoemen zij 19 grote risico’s. Voor 18 risico’s bedenken de ambtenaren papieren oplossingen. Zo moeten „draagvlakbijeenkomsten” zorgen voor het ontbrekende draagvlak. Bij één risico blijft het vakje ‘oplossing’ helemaal leeg: „Organisatiebelangen prevaleren boven de klantbelangen. De PGB-houders staan niet centraal in de gekozen oplossingen.”

Er is nog een probleem: de ambtenaren hebben vier maanden over het plan gedaan. Nu zijn nog maar vijf maanden over om de almaar groeiende lijst technische en wettelijke problemen rond het nieuwe uitbetalingssysteem op te lossen.

De invoeringsdatum komt in gevaar. Daarom besluit Van Rijn het nieuwe pgb uit te kleden. Aan de oude en instabiele software van de SVB zal alleen „het hoogst noodzakelijke” worden verbouwd. Intern heet het de „kale kerstboom”.

Van Rijn schrapt het plan om onrust weg te nemen met één loket voor alle vragen van de patiënt. Die moet straks zelf zijn weg vinden in het bestuurlijke moeras waar de professionals in verdwaald zijn. Voor Van Rijn is het halen van de aan de Kamer beloofde deadline inmiddels belangrijker dan een systeem dat voor patiënten goed werkt.

Als de staatssecretaris zijn besluiten op 9 juli op zijn ministerie presenteert als onmisbaar voor het op tijd afkrijgen van de voorbereidingen, gaan alle aanwezige partijen akkoord.

Een projectmanager van de SVB schrijft opgelucht aan zijn bazen: „We hebben een mooie mijlpaal bereikt. Op naar 1.1.2015!” Medewerkers van de uitkeringsinstantie willen bouwen, ontwikkelen, testen, en denken nu eindelijk aan de slag te kunnen.

Misser 4: Van Rijn grijpt niet in als gemeenten en SVB ruzie krijgen

Op 22 juli 2014 krijgt Martin van Rijn een brief van de VNG.

De gemeenten zijn ongelukkig. Ze voelen zich niet gehoord. Ze eisen dat Van Rijn alle uitkleedvoorstellen intrekt die hij net – met hun instemming – heeft genomen. Ze komen met een waslijst wensen en zeggen dat Van Rijn „spoedig actie” moet ondernemen.

De brief is een bom onder het project. Pas na een maand stuurt een hoge ambtenaar van Van Rijn een formele brief terug. Hij meldt dat de VNG toch echt heeft ingestemd met de route die Van Rijn heeft uitgezet.

Bij de SVB zijn ze verbijsterd over het plotselinge verzet van de gemeenten. Gemeenten zijn altijd uitgenodigd om mee te denken, maar kwamen vaak niet opdagen. Ze stuurden steeds andere mensen, waren slecht geïnformeerd en gaven afspraken niet door aan hun achterban. En nu doen ze alsof het allemaal nieuw is en niemand naar ze luistert?

De frustratie is wederzijds. Op alle wensen die de gemeenten hebben, zegt de SVB intussen ‘nee, daar is geen tijd meer voor’. Of, ‘daar hebben we het al over gehad’. Dat wekt wrevel: „Wij gaan niet betalen voor zaken die de SVB op zich zou nemen, wel in rekening brengt en gemeenten nu zelf moeten uitvoeren”, klagen de gemeenten bij Van Rijn.

Over één ding zijn gemeenten en SVB het eens: met de onderlinge gegevensuitwisseling gaat het niet goed. Het digitale kanaal dat daarvoor gebouwd zou worden, is er niet.

Het computersysteem van de SVB kan niets zonder informatie van zorgverzekeraars en gemeenten. Zij moeten bepalen welke patiënten recht op een budget hebben, hoe hoog dat wordt en welke zorg ze daarvan mogen kopen.

Al maanden waarschuwt de SVB iedereen die het maar wil horen: als die informatie niet uiterlijk op 1 oktober binnen is, kan de SVB per 1 januari 2015 de verzorgers van patiënten niet betalen. „Overschrijding van de jaargrens voor de initiële vulling lijkt onafwendbaar”, schrijft een SVB-manager. Van Rijns ambtenaren definiëren dit probleem weg: de uitwisseling van patiëntgegevens tussen zorgverzekeraars, gemeenten en SVB valt „niet onder de verantwoordelijkheid” van het projectmanagement. Opgelost.

Misser 5: Van Rijn negeert tekenen dat de deadline niet haalbaar is

Ook patiënten moeten in de aanloop naar 2015 cruciale informatie aanleveren bij de SVB: het zorgcontract dat zij sluiten met hun verzorger. Maar patiënten hebben geen idee. Van hun vaak onvoorbereide gemeente krijgen ze nauwelijks hulp. Er komen letterlijk bierviltjes met een paar krabbels erop bij het hoofdkantoor in Amstelveen binnen.

Op 1 november staan er pas 371 goedgekeurde contracten in het systeem van de SVB. Nog geen twee promille van de 275.000 die de uitkeringsinstantie nodig heeft – veel patiënten hebben meer dan één verzorger.

Zonder goedgekeurde contracten kan de SVB vanaf 1 januari 2015 niet gaan uitbetalen. „Het dossier gaat koken” mailt een SVB-bestuurder ’s avonds laat aan een collega. „Alle hens aan dek.”

Op 14 november hebben alle hoofdrolspelers zich op het ministerie verzameld. Er heerst paniek, maar Martin van Rijn noemt het laatste vertrouwelijke rapport „geruststellend” – daarin staat, na enkele vernietigende oordelen, dat de deadline kan worden gehaald.

De aanwezige wethouders delen zijn optimisme niet. Zoetermeer gaat de deadline „sowieso niet halen”. Rotterdam „kan niet anders dan concluderen, dat 01-01-2015 niet gehaald gaat worden”.

Toen het project een jaar eerder van start ging, had het ministerie een memo rondgestuurd met het volgende voornemen: „Invoering vindt slechts plaats indien dit op een verantwoorde wijze kan. Toetsingspunten hierbij zijn o.a. tijdige voorlichting aan budgethouders, tijdigheid, adequaat ingerichte ICT en gegevensstromen.” Geen van deze zaken is geregeld.

Op 20 november, zes weken vóór de aftrap, maken Van Rijns ambtenaren een noodscenario. Zij formuleren vijf mogelijke „calamiteiten” die kunnen leiden tot het niet betalen van declaraties van verzorgers waardoor „de continuïteit van zorg in het geding komt”. Drie van die ‘calamiteiten’ doen zich dan al op grote schaal voor: veel zorgcontracten zijn door patiënten niet op tijd ingeleverd, de SVB heeft ze niet op tijd verwerkt, en gemeenten en zorgverzekeraars hebben ze niet op tijd gecontroleerd. Het ministerie erkent dat ook: „Van sommige situaties is de kans van optreden nagenoeg 100 procent”.

Het noodplan bevat een opmerkelijke conclusie: bij nood zal het niet werken. Het ministerie formuleert het zo: „Veel van de terugvalscenario’s bestaan uit handmatige acties die veel capaciteit vragen (met name bij de SVB). Bij een stapeling van meerdere scenario’s zijn deze niet meer uitvoerbaar.”
In dat geval, zo schrijft het plan voor, is er maar één scenario mogelijk: uitstel. Maar Van Rijn zet door.

Misser 6: Van Rijn verzwijgt aan de Kamer en patiënten dat hij intussen weet dat het misgaat

Op de ochtend van 27 november 2014 overlegt Van Rijn met gemeenten, zorgverzekeraars en SVB. Om te voorkomen dat ze in paniek wegrennen, belooft hij alle extra kosten te vergoeden die zij vanwege de puinhoop maken. Ook staat hij garant voor alle juridische en financiële consequenties van het noodplan.

Kamerleden die lucht hebben gekregen van de problemen legt Van Rijn nog eens de theorie van het systeem uit: „Hiermee is alle informatie om zorgdeclaraties te betalen voorhanden bij de SVB.” Over de enorme achterstanden met zorgcontracten meldt hij niets. Áls er wat mis gaat, is er een noodplan, schrijft Van Rijn. Dat hij al weet dat het noodplan onvermijdelijk is, en ontoereikend in geval van echte nood, meldt hij niet.

Het is een tactiek van vertragen, vervagen en verzwijgen die Van Rijn en zijn ambtenaren in de maanden daarop structureel zullen toepassen om zich de Tweede Kamer van het lijf te houden.

Op kerstavond hebben 20.000 patiënten nog helemaal niets van zich laten horen. Hun zorg is in gevaar. Ook dat meldt Van Rijn niet.

Misser 7: Van Rijn ontregelt in zijn crisismanagement de SVB

Op 5 januari bellen 7.860 bezorgde patiënten de Sociale Verzekeringsbank. Deze dagelijkse stormloop zal weken aanhouden. Sommigen hebben zorgcontracten opgestuurd, maar weten niet of die zijn goedgekeurd. Anderen vragen zich af wat hun budget voor 2015 is.

Nu manifesteert zich een ‘calamiteit’ waarvoor regelmatig was gewaarschuwd, maar dat de ambtenaren niet in hun noodplan hadden opgenomen. 98.000 patiënten hebben van hun gemeenten nog geen budget toegewezen gekregen. Het gaat om bijna tweederde van alle pgb-houders. Zonder zo’n budget weigert het SVB-systeem om zorgverleners van de patiënt te betalen. Eén op de zes gemeenten heeft niets geleverd.

Omdat de digitale gegevensuitwisseling niet goed geregeld is, kan de SVB duizenden berichten die gemeenten wél hebben aangeleverd, niet verwerken. Maar met bijna honderdduizend ontbrekende budgetten kan de SVB de gemeenten niet opbellen om dat op te lossen: dan zou de SVB maanden aan de telefoon hangen.

Aan de Kamer zal Van Rijn het later zo verwoorden: „Niet alle toekenningberichten waren op tijd.”

Op 13 januari 2015, in café-restaurant De Veranda in Amsterdam, presenteert Van Rijn de uitweg die zijn ambtenaren hebben bedacht. Als de gemeenten geen budgetten vaststellen, moet de SVB zelf maar fictieve budgetten in het systeem invoeren. En als gemeenten zorgovereenkomsten niet op tijd goedkeuren, dan moet de SVB het zelf maar doen, ook als de vereiste informatie ontbreekt. ‘Ambtshalve goedkeuren’, heet dat eufemistisch.

Als de declaraties in de tweede helft van januari binnenstromen, stort het systeem in – zoals het noodplan ook voorspelde. Door met fictieve budgetten en ongecontroleerde contracten te werken, verliezen SVB-medewerkers alle houvast. Het systeem waarmee zij werken is bedoeld om fraude te voorkomen. Dus weiger je declaraties bij onvolledige of onjuiste informatie.

Maar nu de maatschappelijke onrust toeneemt eist Van Rijn het omgekeerde: declaraties moeten „minimaal gecontroleerd worden”. Als op de declaratie een budgethouder en bedrag staat, en adres en bankrekeningnummer van een zorgverlener, moet de SVB van de staatssecretaris betalen. Zonder controle. In het SVB-gebouw in Utrecht waar ze de pgb uitvoeren, worden er cynische grappen over gemaakt: „Je kan ook zwemmen met dolfijnen in Harderwijk declareren, wij betalen wel.”

Wanneer Van Rijn de Tweede Kamer op 2 februari 2015 meldt dat ook in dit noodscenario „de zorg uiteraard rechtmatig dient te zijn” is van die eis al geen sprake meer.

Het blind uitkeren begint. Het is de enige manier om zorgverleners en patiënten zekerheid te geven.

Misser 8: Van Rijn geeft stap voor stap alle controle op

De ingebakken zorgvuldigheid van de SVB levert wrevel op. De uitkeringsinstantie krijgt de opdracht om eerst elke declaratie te betalen, en dan pas uit te zoeken of die declaratie klopt. „Betalen prio 1. prio 2 zie prio 1 […] wij willen geen enkel signaal meer hebben dat betalingen niet prio 1 heeft.”

Toch gaat het niet snel genoeg bij de SVB. 80 procent van de declaraties komt op papier binnen, terwijl de SVB erop had gerekend dat de helft digitaal zou binnenkomen. Dat leidt tot extra tikwerk en nieuwe achterstanden. Ook maken zorgverleners en patiënten veel fouten. In declaraties en zorgcontracten ontbreekt essentiële informatie, zodat er moet worden nagebeld of teruggestuurd. Steeds meer zorgverleners klagen dat ze in de financiële problemen komen.

De stapels aanvragen in de postkamer van het SVB, december 2014.

Van Rijn reageert door stap voor stap alle controle op te geven.

Eerst schrapt VWS de eis dat er voor de betaling van een declaratie een onderliggend zorgcontract moet zijn. „De enige check die de SVB uitvoert is of de melder een budgethouder is en of het uit te keren bedrag enigszins redelijk is”, noteert een topambtenaar. Twee weken later laat het ministerie de eis vallen dat de declaratie gaat over zorg aan iemand met een budget. Elke declaratie onder de 10.000 euro wordt nu blind uitbetaald.

De SVB vraagt een topambtenaar van VWS wat ze moeten doen met declaraties met Bulgaarse en Roemeense rekeningnummers, waar geen zorgcontract van is, en waarvan niet bekend is om welke patiënt het gaat. Betalen, reageert de ambtenaar. En over zulke individuele gevallen meldt hij: „Wat mij betreft hoef je ze niet meer voor te leggen.”

Zelfs aantoonbaar onjuiste declaraties worden op bevel van het ministerie uitbetaald. Dat gebeurt bij zorgverlener Kitty Beelen uit Deurne. Zij is directeur van Zorgdorp Deurne, waar dementerende ouderen met een pgb wonen, en is op Twitter een van de meest uitgesproken critici. Oppositieleden in de Kamer gebruiken haar kritiek om Van Rijn aan te vallen. Beelen eist publiekelijk de spoedige betaling van 73.333,88 euro aan achterstallige declaraties en ook een voorschot van 100.000 euro.

De SVB heeft uitgezocht dat Beelen nog maar recht heeft op 9.000 euro.

De rest is al betaald of betreft ongeldige declaraties: de patiënten zijn niet bekend, één ervan is zelfs overleden, of hun budget is al op. De SVB waarschuwt dat er waarschijnlijk niet kan worden teruggevorderd: de zorgondernemer heeft grote financiële problemen. Maar een topambtenaar sommeert de Raad van Bestuur van de SVB om Beelen alles te betalen wat ze eist.

In de Kamer zegt Van Rijn in die periode: „Wij moeten niet iedereen die zegt geen geld meer te hebben en aangeeft dat er betaald moet worden, met de ogen dicht betalen.”

Misser 9: Van Rijn stemt in met onmogelijke eisen van de Kamer

Op 26 maart krijgt Van Rijn een ultimatum van de Tweede Kamer: het nieuwe pgb moet „uiterlijk 15 mei 2015 op reguliere basis functioneren”. Om dit te halen, bedenken Van Rijns ambtenaren een creatieve interpretatie. De SVB moet het blind betalen zo perfectioneren dat klachten over onbetaalde declaraties of telefonische onbereikbaarheid op 15 mei minimaal zijn.

Maar de manier waarop Van Rijn dat wil regelen is onhaalbaar, laat de SVB weten. Deze boodschap leidt tot de explosieve vergadering op het ministerie, waar de hoogste ambtenaar van de staatssecretaris de SVB-top dreigt met ontslag. In de notulen staat slechts dat de SVB de opdracht van Van Rijn „accepteert”.

Direct na die bijeenkomst waarschuwt de SVB per brief: sommige dingen die Van Rijn de SVB heeft opgedragen „wijken af van onze mogelijkheden”.

Van Rijn heeft de Kamer ook een ‘herstelplan’ beloofd, dat op 15 juli moet zijn uitgevoerd. Alle fictieve en dus ‘vervuilde’ data – verkeerde budgetten, zorgcontracten en declaraties die in de noodweken door de SVB zelf zijn ingevoerd – moeten dan uit de systemen verwijderd zijn. De SVB noemt dat onrealistisch. Het herstel zal nog „minimaal” tot oktober duren, schrijft de SVB aan het ministerie.

Twee weken later schrijft Van Rijn aan de Kamer: „Op het gebied van herstel wordt goede voortgang geboekt.” Alleen in een bijlage wordt het uitstel gemeld.

Van Rijn krijgt in de Kamer de kritiek dat hij in 2014 heeft zitten slapen. Als verweer verwijst hij naar het noodplan dat hij in november 2014 klaar had liggen. De staatssecretaris meldt er niet bij dat in dit noodplan al stond dat het niet volstond in geval van nood. Een topambtenaar adviseert – in een mail die ook aan Van Rijn wordt gestuurd – niet te diep op de details van het noodplan in te gaan. De staatssecretaris moet uitstralen: „Ik heb geen signalen van de SVB genegeerd.”

Van Rijn bedelft oppositiepartijen in het kader van „transparantie” onder bergen rapporten en brieven. Met abstract beleidsjargon maakt hij zich ongrijpbaar. Eén voorbeeld: „In het hele voortraject hebben we met een projectmanagement geprobeerd zo veel mogelijk risico’s in kaart te brengen, en hebben alle betrokken partijen hun zorgen kunnen uiten en zaken kunnen benoemen waar ze het wel of niet mee eens waren. Er zijn soms ook knopen doorgehakt.”

Misser 10: Van Rijn trekt zich terug. De ketenregisseur moet het doen

Voor de structurele problemen waarmee de nieuwe pgb kampt, is nog geen begin van een oplossing. Van Rijn besteedt dit uit aan ketenregisseurs. Zij moeten „met kracht en gezag” ervoor zorgen dat „gemeenten, de zorgverzekeraars en de Sociale Verzekeringsbank en anderen doen wat zij moeten doen”, zo laat hij de Kamer weten. Het is een impliciete erkenning dat het ministerie dat zelf niet kan.

De ingevlogen probleemoplossers organiseren een verzoeningsdiner bij Diner Thuis, een herenhuis voor besloten diners in het centrum van Den Haag. Een prachtige locatie. Als de deelnemers arriveren, blijkt de zaal niet rolstoeltoegankelijk. Een van de vertegenwoordigers van de gemeenten – ook pgb-houder – is lichamelijk gehandicapt. Zij weigert zich de trap op te laten tillen. „Ik ben geen pakketje!” Een van de ketenregisseurs gaat op zijn scooter op zoek naar een nieuw eetadresje.

Vlak voor de zomer hebben de regisseurs slecht nieuws voor Van Rijn. Nieuwe vertraging dreigt.

Gemeenten moeten voor 2016 opnieuw budgetten aan hun patiënten toekennen. Daarvoor moeten ze op 1 oktober 2015 de gegevens naar de SVB hebben gestuurd.

In een mail eist VNG-bestuurder Jantine Kriens dat de SVB de deadline intrekt. Gemeenten kunnen 1 oktober niet halen.

Een ketenregisseur probeert de deadline op te rekken naar 1 november. De SVB mag haar grote bezwaren hiertegen van het ministerie niet op papier zetten. In het eerste concept noemt de SVB het uitstellen van de deadline „niet uitvoerbaar”. In de vijfde versie, de definitieve brief aan de ketenregisseur, staat dat zijn voorstel om de deadline uit te stellen „nadere uitwerkingsslagen” nodig heeft. Zo accepteert de SVB opnieuw dat gemeenten hun gegevens te laat leveren.

Bij de Raad van Bestuur van de SVB is de wanhoop compleet. De hele organisatie dreigt aan het nieuwe pgb ten onder te gaan. De SVB-bestuurders bereiden een brief voor. Als hun verbetervoorstellen en deadlines steeds worden genegeerd kan de SVB „haar rol als uitvoerder van volksverzekeringen niet op een loyale en gedegen wijze blijven vervullen”, schrijven ze. „Dan zijn we, omwille van de continuïteit als uitvoerder van volksverzekeringen, genoodzaakt onze PGB-opdracht terug te geven aan de opdrachtgever het Ministerie van VWS.” De brief wordt uiteindelijk nooit verstuurd. De SVB laat zich ompraten door toezeggingen van Van Rijn dat ze het systeem in de toekomst eenvoudiger en gebruiksvriendelijker mogen maken.

En nu?

De massale problemen met het uitbetalen van declaraties namen in de loop van 2015 af. Dat kon omdat bijna duizend medewerkers van de SVB fulltime bezig waren met het binnenharken van alle informatie en het handmatig omzeilen van de controles in het eigen ICT-systeem om declaraties te kunnen uitbetalen. Zelfs nu, meer dan twee jaar na invoering van het nieuwe pgb, zijn er meer dan 800 fulltime medewerkers nodig om de pgb in de lucht te houden. Het hadden er 270 moeten zijn.
De kosten explodeerden. In plaats van 30 miljoen per jaar, kostte de uitvoering jaarlijks zo’n 75 miljoen euro.
Herhaalde voorstellen van de SVB om het verouderde ICT-systeem te vervangen werden afgewezen. „De ICT zit aan elkaar met plakband en staat nu nog op springen”, zegt een direct betrokkene.

Staatssecretaris Van Rijn overleefde alle moties van wantrouwen. Van de top van de SVB ruimden twee leden van de raad van bestuur begin 2016 het veld.

Het corrigeren van alle gegevens van patiënten bleef tot ver in 2016 voortduren. Zelfs in 2017 is er nog een tiental gemeenten die de zorgcontracten van ‘hun’ burgers niet controleert. Daarnaast ontbreken nog zo’n vijfduizend zorgcontracten.

Pas in november vorig jaar, bijna twee jaar na inwerkingtreding van het nieuwe stelsel, werd het ‘blind betalen’ gestopt en zette de SVB de controles in het ICT-systeem weer aan. Van bijna de helft van de gemeenten in Nederland werd het jaarverslag van 2015 vanwege de pgb-chaos niet door de accountant goedgekeurd – een unicum.

Pgb’ers krijgen regelmatig gekke brieven die ze van de SVB moeten negeren. Dat ze terecht kunnen bij „één loket” blijft een toekomstdroom. Onderhandelingen over wie de website waarop patiënten gegevens kunnen inzien en invullen mag verbeteren liepen afgelopen najaar vast in onenigheid tussen zorgverzekeraars en gemeenten.