Benoem

Iemand in mijn omgeving is voor de verkiezingen benoemd tot Teller, met een hoofdletter. Deze iemand is daar erg verguld mee, omdat hij nog nooit ergens toe benoemd is. Eindelijk een officiële functie.

Het zit ’m natuurlijk in dat woord ‘benoemd’. Benoemen is een mooi woord, want door een benoeming wordt iemand iets wat hij daarvoor niet was. Een van de momenten dat een woord ook een daad is, zonder dat er verder een handeling aan te pas hoeft te komen. Als de juiste persoon zegt: „Ik benoem je tot (vul maar in)”, dan ís dat zo.

Maar er is ook een andere kant van benoemen. Ergens in de jaren tachtig, negentig, is benoemen juist iets heel onofficieels geworden. Iets vaags en omcirkelends. We kennen het uit zinnen als: „En probeer dat gevoel nou eens te benoemen?” En: „Ik hoor dat je moeite hebt om jouw drive te benoemen, en daar gaan we dus aan werken.” Therapieën, trainingen, cursussen tot zelfverbetering, er wordt wat afbenoemd. Vanuit de gedachte, als iets benoemd is, mag het bestaan, ‘mag het er zijn’. En dan kun je je er, binnen dezelfde sfeer, ‘toe verhouden’. Om daarna iets in jezelf te herkennen, maar ook te érkennen. Want dat zijn belangrijke dingen.

Omdat bijna iedereen wel eens in therapie of op cursus/training is geweest, heeft iedereen het nu ook over benoemen, ook buiten de therapiesetting om. Dat je ook nog benoemd kan worden tót iets, tot Teller met een hoofdletter bijvoorbeeld, zag er op papier ineens nostalgisch uit.

Het slaat natuurlijk nergens op, maar ik vraag me af en toe af wat woorden hier nu eigenlijk zelf van vinden. Hoe zou het zijn om eeuwenlang het officieelste woord op aarde te zijn? En dan ineens jezelf, met steeds grotere frequentie, te bevinden in een setting met een systeemplafond, een whiteboard en bekertjes lauwe koffie? Of juist met een klein tafeltje, twee kuipfauteuiltjes, een doos Kleenex en een tikkende klok? Heb je daarvoor gekozen, als woord? Het is een beetje alsof Piet Hein Donner ineens gedwongen aan de slag zou moeten gaan als euritmie-instructeur.

Nogmaals, het slaat nergens op, maar soms kan ik zo’n medelijden hebben.