Arts die de wereld toonde hoe het anders kan

Foto AFP

‘Breng me mijn zwaard”, sprak Hans Rosling, „en ik zal laten zien dat het schijnbaar onmogelijke mogelijk kan worden.” Het was 2007, tegen het eind van zijn TED-lezing New Insights on Poverty. Met statistiekanimaties en anekdotes had hij laten zien dat wij in het westen een verkeerd beeld hebben van de armoede en ongezondheid in ontwikkelingslanden.

Afrika blijft helemaal niet achter, bijvoorbeeld. Daar liggen de landen die de afgelopen 50 jaar de grootste vooruitgang hebben geboekt. „Als je er tenminste rekening mee houdt waar ze vandaan komen. Ze zijn in 50 jaar vanuit het stenen tijdperk gekomen en zijn nu nog maar 100 jaar van ons vandaan.”

Rosling werkte vanaf 1979 veel als tropenarts in Afrika. Zijn wetenschappelijke publicaties gingen vooral over de geheimzinnige verlammingsziekte Konzo die in Afrika soms uitbrak. Rosling vond dat deze verlammingsziekte ontstond door blauwzuurvergiftiging van mensen die, in tijden van armoede, uitsluitend cassave aten.

In 1997 werd hij hoogleraar internationale volksgezondheid aan de universiteit van Uppsala. Wereldberoemd werd hij vanaf 2006 met een aantal TED-lezingen. Hij liet met prachtige statistiek zien hoe, waar, wanneer en waardoor de gezondheid van de wereldbevolking verbetert. En hoe het verder moet en kan. Want gezondheid, goed onderwijs, een goede levensstandaard, allemaal mooi, maar het hogere doel, zei Rosling, is: culturele ontwikkeling en mensenrechten die overal worden gerespecteerd. Rosling kreeg veel invloed bij modern denkende hulpverleningsorganisaties.

In de TED-lezing waarin hij om zijn zwaard vroeg, liet hij een statistiekanimatie tot het jaar 2048 zien. Rosling (1948) koos dat jaar „omdat ik verwacht 100 jaar te worden.” Maar op 7 februari overleed hij aan alvleesklierkanker.

Het schijnbaar onmogelijke is mogelijk, was de rode draad in de lezing. Uiteindelijk trok hij voor de volgepakte zaal zijn roodgeblokte Zweedse overhemd uit. Opeens stond hij daar in een zwart hemdje met wat gouden stiksels. Zijn zwaard bleek een Zweedse legerbajonet, zo’n halve meter lang, uit 1815: „het laatste jaar waarin Zweden oorlog voerde”.

Degenslikken is een oude Indiase culturele traditie, zei hij. Hij draaide zijn hoofd achterover en schoof, al slikkend, het staal zijn slokdarm in. Het schijnbaar onmogelijke. Daverend applaus.