De wetenschap is het vooral oneens over de schadelijkheid van kunstgras

Onderzoek Vrije Universiteit

VU-wetenschappers deden proef met vis-embryo’s in water met rubberkorrels voor kunstgras. Ze stierven. Collega’s hebben kritiek.

Foto ANP / Remko de Waal

Wetenschappers van de Vrije Universiteit in Amsterdam maken zich zorgen dat uit rubberkorrels in kunstgrasvelden toch meer gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen dan eerder werd ingeschat door het RIVM. Deskundigen van andere universiteiten vinden echter dat zij het risico overdrijven. „Ongefundeerde stemmingmakerij”, zegt een van hen.

De Amsterdamse onderzoekers baseren zich op proeven met zebravis-eitjes die werden blootgesteld aan water waarin de rubberkorrels een week lang waren geweekt. De veertig geteste vissenembryo’s gingen allemaal dood. Het experiment werd donderdag getoond in een uitzending van het actualiteitenprogramma Zembla.

1. Is dit bewijs dat rubberkorrels toch gevaarlijk zijn?

Niet noodzakelijk, want wat giftig is voor zebravissen hoeft dat niet te zijn voor mensen. Het is hooguit een indicatie dat er meer aan de hand kan zijn. Maar voorzichtigheid is geboden. Vissen zijn bijvoorbeeld gevoelig voor vervuiling met metalen, zoals zink. Zinkoxide is ruim aanwezig in bandenrubber omdat het als hulpstof wordt gebruikt bij de productie.

Milieuchemicus Jacob de Boer van de Vrije Universiteit denkt echter dat er ook veel organische stoffen uit het rubber vrijkomen, die giftig zijn voor vissen. De aanwezigheid daarvan kan hij aantonen met een kleurreactie in de visjes, en het strookt ook met een gedragsverandering die hij ziet bij blootgestelde vissenlarven. Welke stof of stoffen het precies zijn zou nader onderzoek moeten uitwijzen.

„Totaal onverantwoord om op basis hiervan te zeggen dat er risico is”, zegt hierover hoogleraar ecologie van Mariene Dieren en toxicoloog Tinka Murk van de Wageningen Universtiteit. „Als je dit naar de mens zou vertalen dan zou je het extract moeten toevoegen aan het vruchtwater van een ongeboren kind. Dat is natuurlijk absurd.”

2. Mag je dan al wel een conclusie trekken uit dit vissenexperiment?

Het onderzoek aan de VU is nog niet afgerond. Volgens gangbare methodes in de toxicologie zou de proef bijvoorbeeld moeten worden herhaald met een verdunningsreeks om te achterhalen bij welke concentratie de giftigheid optreedt. Ook moet het resultaat bij voorkeur zijn gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift of een onderzoeksrapport, zodat ze in het licht van ander wetenschappelijk onderzoek bekeken kunnen worden.

VU-onderzoeker De Boer zegt aan de telefoon dat hij ervoor koos de resultaten toch al naar buiten te brengen „omdat je anders als wetenschapper vaak het verwijt krijgt in een ivoren toren te zitten.” Hij hoopt de resultaten binnenkort te kunnen opschrijven in een „short communication”, een signalering in een wetenschappelijk tijdschrift.

3. Komen er dus toch meer gevaarlijke stoffen uit het rubber vrij dan het RIVM denkt?

De Boer vergelijkt de proef in zijn lab met „een regenbui op het voetbalveld”. In waterige omstandigheden kan er een giftig mengsel van stoffen vrijkomen, zegt hij. Het onderzoek is een reactie op de bewering van het RIVM dat er weliswaar schadelijke stoffen in het rubber zitten, maar dat deze bij inslikken voornamelijk opgesloten blijven in het materiaal en het lichaam dus via de ontlasting weer verlaten.

Volgens het RIVM zijn de metingen in het Amsterdamse lab echter „niet representatief voor veldomstandigheden”. Dit omdat er veel rubbergranulaat aan water is toegevoegd dat vervolgens langdurig intensief is geschud. Dat levert veel meer uitloging van stoffen op dan realistisch is op het veld. In de filmopnamen van Zembla is te zien dat van de korrels na een week schudden niet veel meer over is. Het werd een soort dropwater dat eerst moest worden gecentrifugeerd om een heldere vloeistof te krijgen.

„Het is heel dubieus wat daar gebeurt”, reageert emeritus hoogleraar toxicologie Gerard Mulder van de Universtiteit Leiden. „Zo’n sapje is een heel raar extract”, zegt hij, „Als het gaat om risicoschatting is dit volstrekt onvoldoende.” Het RIVM heeft juist heel zorgvuldige proeven gedaan naar het vrijkomen van stoffen bij inslikken, aldus Mulder.

4. Wat schieten kunstgrasvoetballers op met deze nieuwe discussie?

„Deze ongefundeerde stemmingmakerij is heel schadelijk”, zegt toxicoloog Murk in Wageningen. „Het maakt mensen bang terwijl de zebravissenlarveproef geen betekenis heeft voor de risicoschatting van het granulaat op voetbalvelden. De hoofdvraag is: hoeveel kun je maximaal binnenkrijgen en via welke route? Via inademing of via eten van de korrels? En is dat meer of veel minder dan wat ons lichaam aan kan? Vergelijk dat maar eens met wat je doorgaans binnenkrijgt bij een barbecue of het branden van kaarsen of de open haard in huis.”

De uitzending van Zembla „heeft geen nieuwe feiten aan het licht gebracht”, zegt een woordvoerder van het RIVM. „Onze onderzoekers staan nog volledig achter het rapport. Voor het publiek is het nu heel lastig wat ze hiervan moeten denken. Wij gaan binnenkort nog eens met de kritische wetenschappers om de tafel zitten.”

5. Waarom twijfelen ook andere onderzoekers aan de stelligheid van het RIVM-rapport?

Martin van den Berg van de Universiteit Utrecht en Jos Kleinjans van de universiteit van Maastricht, beiden toxicoloog, zaten in de wetenschappelijke klankbordgroep die de onderzoekers van het RIVM adviseerden over het onderzoek en het opstellen van het rapport. Achteraf zeggen zij nu in het Zembla-programma dat het rapport onder politieke druk veel „te gehaast” is uitgevoerd. Het RIVM had de opdracht om met een duidelijke uitslag te komen en concludeerde dan ook in december dat kunstgras met rubberkorrels „veilig” te bespelen is, ook voor kinderen.

In de uitzending van Zembla zeggen Van den Berg en Kleinjans nu dat het hun niet verstandig lijkt kinderen op kunstgrasvelden te laten spelen. Ze vinden dat juist bij kinderen de risico’s zo laag mogelijk gehouden moeten worden.

Gerard Mulder uit Leiden vindt dat veel te ver gaan: „Dat voorzorgprincipe is vanuit wetenschappelijk oogpunt wel te verdedigen, maar het betekent ook dat je haast niets meer kunt doen als het kinderen betreft. In de toxicologie kun je nooit met zekerheid zeggen dat iets absoluut veilig is. Maar aanvoeren dat je je eigen kind niet op kunstgras zou laten voetballen, doet het misschien leuk op tv, maar als wetenschapper vind ik het een heel slecht argument.”