Nog één keer in een Range Rover

Met een goede vriend, die terminale kankerpatiënt is, scheurt nog een keer in een Range Rover.

Met de nieuwe Range Rover over weggetjes scheuren foto Peter de Krom

Op een mistroostige januaridag gaat de telefoon. „Ik heb ’m gekocht.” Dat gaat over een Range Rover van 1998 en de koper is een van mijn oudste vrienden. Tot zover is dit een gewoon debiel gesprek van man tot man.

Top!, roep ik uit. Wat ik had moeten zeggen: idioot, wat doe je jezelf aan? De vriend heeft namelijk nog maar een paar maanden te leven. Dan is een kwetsbare terreinwagen het laatste waar je aan begint. Juist daarom vind ik het tegen beter weten in een onvergetelijk gezonde daad. Bovendien, hij heeft er baat bij. De luchtvering is een weldaad voor dat door die rotziekte gesloopte lijf. En wat kan er fout gaan? Die jongen is werktuigbouwkundig ingenieur, de beste monteur die het land nooit heeft gehad.

Dit was zijn droom die nu moest uitkomen, zodat we zijn beslissing bijna zouden rangschikken onder de rationele besluitvormingsprocessen. De ironie wil dat hij over dat onderwerp twee boeken schreef, de intellectuele erfstukken van een proefschrift over kunstmatige intelligentie. Mij vindt hij een dwaallicht, maar ik heb genoeg van zijn pleidooi voor logisch handelen begrepen om hem feestelijk te kunnen jennen met de achterlijke impulsaankoop van dat Britse wrak. Zijn theorie vloekt allermenselijkst met de praktijk.

Geestig ook dat ik, om te voorkomen dat zijn bucketlist een bodemloze put zou worden, net een Range Rover had geregeld voor een laatste onverharde dag uit op de Veluwe. Goed, we gaan met twee van die monsters op pad – een dubbeltest. Een ongelijke strijd. De zijne is een 4.6 HSE met twee ton op de teller, de pechgevoelige V8 die op Marktplaats voor een habbekrats te koop is; de mijne een splinternieuwe SDV8 met achtcilinder turbodiesel en verlengde wielbasis. Ook twee ton, maar dan in euro’s. Twintig centimeter langer dan de gewone Range Rover, speciaal voor Chinezen die achterin de benen willen strekken, maar net zo’n soevereine moddervreter als de korte.

Emotie ligt gevoelig

Wow, zegt de patiënt, heb je die nou speciaal voor mij geritseld? Welnee joh, zeg ik, ik moest hem toch nog testen. Emotie ligt gevoelig. We zijn jongens hè?

Na de koffie duiken we het bos in, de besneeuwde paden op; China voorop, Marktplaats met de vriend achter me aan. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik hem aan het stuur zitten met een legerhelm op zijn magere kop, belachelijk en toch zo passend bij de tragikomische absurditeit van het uitje. De hobbelpaden zijn meteen een mooie aankooptest voor zijn youngtimer. Kijk eens aan, die houdt zich boven verwachting. De vierwielaandrijving werkt, de luchtvering werkt, alleen het display van de airconditioning valt soms uit. Dat gaat of laat hij fiksen. Gaat, vrees ik. Hij is tegen sleutelen, hij is van de wetenschap. Maar stiekem vindt hij niks leuker.

We krijgen uiteraard een boze boswachter achter ons aan. Scheer je weg, handhaver, wij staan vandaag boven de wet.

Daarna parkeer ik Ruud achterin waar de Chinezen zitten. Ik wijs hem op de beeldschermen achter de voorstoelen. Je kan een film kijken, zeg ik; koptelefoons in de deuren, afstandsbediening in het opbergvak. Enjoy.

Fuck schermen!, zucht hij, ik wil een stoel. Fauteuil, verbeter ik, en zet de stoelverwarming op max, die jongen heeft het stervenskoud. Nogmaals duiken we illegaal het bos in. De intussen gevloerde techneut geniet met volle teugen. „Godverdomme!”, kermt het achter me, „wat een schitterende techniek. Hoe dat onderstel kuilen opvangt, ik voel niks! Briljant!” Geen boze brieven graag, Bond tegen het Vloeken, dit komt uit het hart.

Hij wordt spontaan mild. Een enkel tikje op de vingers voor mijn onbeholpen redeneervermogens, verder geen standjes. Gelukkig hebben we ingenieurs, roep ik naar achteren. Ik denk niet dat iemand ooit gelukkiger is geweest in een Range Rover.

Nadat hij wat op adem is gekomen, laat ik de passagier een stukje rijden. Gas!, zeg ik; 339 pk man, laat je vakbroeders niet in de kou staan! Had ik niet moeten zeggen; de duivelse versnelling komt hard aan. Maar hij is verliefd op de besturing. „Is dit elektrische stuurbekrachtiging? Verdomd knap gedaan. Het voelt als hydraulisch.” Een man en zijn vakgebied. Land Rover, you made his day.

Drie weken later overlijdt hij, net voor de dag waarop we in Düsseldorf nog even een peperdure set luidsprekers zouden ophalen. De bucketlist was bijna af. Ik hoop dat ze gereedschapskisten in de hemel hebben.