Opstaan en gaan slapen met de zon

Een rond huis dat meedraait met de zon. Op de Veluwe staan twee bijzonder ontworpen huizen. „Je merkt het niet maar we draaien twee meter per uur.”

De Wendelaar in Twello.

In het schemerdonker volg ik het paadje naar het huis van Eef Poelma en Cees Tinke. Dankzij de sneeuwresten zijn eerdere voetstappen nog duidelijk zichtbaar. Maar dat spoor loopt dood. De voetstappen houden abrupt op bij de zijkant van het huis. Geen deur of raam te bekennen. „Hier moet je zijn.” Het hoofd van Poelma steekt een paar meter verderop naar buiten. „We zijn een stukje gedraaid.”

Dit is De Wendelaar in Twello , een vooralsnog uniek huis in Nederland. Niet zozeer omdat het rond is, maar omdat het kan ‘wendelen’ – een archaïsch woord voor wentelen of draaien. Het huis wendelt overdag met de zon mee, in een halve cirkel: het brede balkon is altijd in de zon. ’s Nachts draait het diezelfde 180 graden weer terug, zodat de schuifpui in de ochtend weer op het oosten is gericht.

Dit weekend wonen Eef Poelma en Cees Tinke er vijf jaar. Poelma, wiskundedocent, droomde al geruime tijd over het ontwerpen van een eigen huis.

„Van mijn vorige huis, in de Haarlemmermeer, had ik wel de binnenkant ontworpen, maar van buiten zag het er gewoon uit als een huis op een kindertekening. Ik wilde af van dat strakke keurslijf.”

Het resultaat is een koepel, ondersteund door 27 houten spanten en geheel bekleed met ‘dakpannen’ van cederhout. Het dak loopt naadloos over in de muren en vanaf de buitenkant heeft het geheel wel wat weg van een reusachtige taart, met een doorsnede van 16 meter.

De binnenkant oogt ruim. Het hoogste punt is 5,5 meter. Poelma: „De akoestiek is fantastisch. We organiseren wekelijkse koorrepetities bij ons thuis.” De huiskamer en de open keuken nemen samen zowat het halve huis in beslag en kijken uit over een wadi, een groen infiltratiegebied voor regenwater.

Het huis lijkt stil te staan

Buiten loopt een haas, maar verder zie ik niets bewegen – het huis lijkt net zo statisch als de omgeving. „Lijkt, ja”, zegt Tinke. „Maar we bewegen zo’n twee meter per uur. Niet snel genoeg om duizelig te worden, maar als je straks naar buiten kijkt zul je zien dat we een stukje zijn opgeschoven ten opzichte van die bomen daar.” Poelma: „Er is een artikel over De Wendelaar verschenen waar per abuis in de kop stond dat het huis 2 kilometer per uur ronddraait. Dat artikel heb ik op school aan mijn leerlingen laten zien, tijdens de wiskundeles. Die voelden direct aan dat een huis met zo’n snelheid eerder een soort kermisattractie zou zijn.”

Tinke: „Dat we draaien kun je ook zien aan de voegen van de balkontegels ten opzichte van de voegen van de betonnen keerwanden rond het huis. Langzaam schuift de ene voeg langs de andere.”

Binnenin de keerwanden ligt het geheim van De Wendelaar: de rails waarover het huis kan bewegen. Onder het gebouw zitten 28 wielen: de aandrijfwielen van de 4 elektromotoren plus 24 steunwielen.

Tinke: „Er waren wel wat opstartproblemen, zoals slippende wielen en momenten waarop het huis met een knal heen en weer schudde. Maar al die problemen hebben zich eigenlijk vanzelf opgelost. Nu de rails zijn gaan roesten, is er voldoende frictie tussen de rails en de wielen.”

Waarom ze een huis willen dat kan ronddraaien, vragen mensen regelmatig aan Poelma en Tinke. Heeft het iets te maken met de antroposofische leer van Rudolf Steiner, die voorschrijft dat een gebouw geen rechte hoeken mag hebben? „Allerminst”, antwoordt Poelma. „Het eerlijke antwoord is: het leek ons gewoon leuk. En natuurlijk is de lichtinval prettig. Maar we hebben bijvoorbeeld geen zonnepanelen op het dak. Dat zou afbreuk doen aan het beeld van het gebouw. Bovendien hadden we daar op dat moment het geld niet voor.”

Zoveel mogelijk licht vangen

Zonne-energie is wel de aanleiding voor een ander ronddraaiend huis dat, niet ver van De Wendelaar, gestalte begint te krijgen. In een loods in Apeldoorn werkt een team van vier mensen – architecten Mireille Langendijk en Ed Euser, bedrijfseconoom Annemarie Huisman en houtconstructeur Martijn Monné – aan MiniStek. Een houten huis van twee verdiepingen met een woonoppervlak van 22 vierkante meter. Eveneens rond, maar met een schuin aflopend dak. „De hellingshoek is precies zo gekozen dat de zonnepanelen in de wintermaanden, wanneer de zon laag staat, zoveel mogelijk licht vangen”, zegt mede-ontwerper Martijn Monné.

Want MiniStek moet uiteindelijk een volledig autarkisch huis worden: zelfvoorzienend, onafhankelijk van waterleiding- of elektriciteitsbedrijven. Het idee ervoor ontstond begin 2016, tijdens een brainstormsessie in de voormalige Zwitsal-fabriek, tegenwoordig een werkplaats voor creatieve ondernemers.

„In Apeldoorn ontbreekt het aan betaalbare woningen voor jonge mensen”, zegt Monné. „Als je te veel verdient voor sociale huur maar te weinig voor een koophuis, kun je eigenlijk nergens terecht. Daar willen wij met ons tiny house verandering in brengen. MiniStek moet zo’n 60.000 euro gaan kosten.”

De keuze voor een ronde vorm was snel gemaakt. „Blokkendoosjes zijn er al genoeg, bovendien is een ronde vorm energiezuinig. Het is niet voor niets dat mensen en dieren gestroomlijnde lichamen hebben, zonder scherpe hoeken: rondingen zijn voordeliger.”

Sjouwen is niet de bedoeling

Dat MiniStek ook met de zon zou meedraaien, om zoveel mogelijk licht te vangen, was snel besloten. „Aanvankelijk hadden we bedacht dat het leuk was om het huisje warm te stoken met hout. Maar net zoals olie of kolen moet dat hout elders vandaan komen en zorgt de verbranding ervan voor de uitstoot van CO2. De enige energiebron die we vrijelijk tot onze beschikking hebben, is de zon. Met die gedachte zijn we begonnen aan de bouw van MiniStek.”

Het draaimechanisme is te vergelijken met dat van De Wendelaar: rails waarover het huis overdag van oost naar west draait en ’s nachts weer terug. „Maar je kunt ook zelf de richting kiezen, in principe. Stel nou dat er net een leuke buurman- of vrouw langsloopt, dan wil je natuurlijk wel de juiste kant op kunnen draaien.”

Het skelet is inmiddels af; Monné gaat voor door het houten frame. Beneden komen de badkamer, keuken en zithoek, boven is de slaapverdieping. „Ook de buitenkant wordt opgetrokken uit duurzame materialen. De wand wordt geïsoleerd met 30 centimeter cellulosevezel.”

Uiteindelijk moet MiniStek een makkelijk demontabel huis worden, dat binnen een dag te verplaatsen is. „Maar de bedoeling is niet dat mensen er elke week mee gaan sjouwen. Als je echt veel bewegingsvrijheid wilt met je huis, koop dan alsjeblieft een caravan.”

In totaal wordt MiniStek ongeveer 8.000 kilo zwaar. Ondanks het grote gewicht kost het ronddraaien relatief weinig energie, benadrukt Monné. „Als je het vergelijkt met een lamp die brandt, is het vrijwel niets. En als je het echt energie-zuinig wil doen, kun je altijd nog aan een paar vrienden vragen of zij het huisje willen rondduwen...”