Recensie

Op een vliegend tapijt op zoek naar een spoorloze vader

‘Als je eenmaal geobsedeerd bent, dan blijf je het je leven lang.’ Misschien is dat wel de kernzin van De zoon van de verhalenverteller, de debuutroman van de Duitse schrijver Pierre Jarawan (1985) die door het boekenpanel van DWDD is uitgeroepen tot boek van de maand januari. Want geobsedeerd is Jarawans 28-jarige hoofdpersoon Samir bijna 450 bladzijden lang. Niet alleen door zijn in 1992 spoorloos verdwenen vader, maar ook door diens land van herkomst: Libanon.

Als bibliotheekmedewerker verzamelt Samir twintig jaar na die verdwijning als een bezetene boeken over dit land, dat tussen 1975 en 1992 geteisterd werd door een chaotische burgeroorlog waarin maronitische christenen, druzen, sji’itische en soennitische moslims elkaar bestreden. Door zich in Libanon te verdiepen, hoopt hij zijn vader terug te kunnen vinden.

De wereld van het Midden-Oosten zet Jarawan neer als een sprookje uit de Vertellingen van 1001 Nacht. In het begin van het boek zweef je er als op een vliegend tapijt binnen, dankzij de oosterse geuren en kleuren, de magische sterrenhemels, een sprekende dromedaris en de geheimzinnige held Abu Youssef uit de verhalen die Samirs vader ooit aan zijn zoon vertelde. Vandaar natuurlijk ook de titel van het boek, denk je dan.

Maar in werkelijkheid valt dat van die verhalen nogal tegen, want veel zijn het er niet. Het echte zwaartepunt van Jarawans roman ligt namelijk bij Samirs knullige speurtocht naar zijn vader, die hem uiteindelijk naar een dorpje in Libanon voert, waar de climax wordt bereikt.

De zoon van de verhalenverteller begint veelbelovend, als Samirs vader samen met zijn buurman Hakim een satellietschotel op het dak van zijn nieuwe huis probeert te monteren, die onder een hoek van 26,0 graden moet worden afgesteld om Libanese televisiezenders te kunnen ontvangen. Hoe die schotel ook wordt gericht, aanvankelijk verschijnt er alleen Koreaans tafeltennis en Italiaans ijshockey in beeld.

Dat nieuwe huis staat in Duitsland, waar de familie in 1983 naartoe is gevlucht om er in een opvangcentrum, een sporthal, te belanden. Meer dan dertig jaar later huisvest die sporthal opnieuw vluchtelingen, dit keer uit Syrië. En dan krijgt het boek ineens een hoog Wir schaffen das-gehalte, wat welwillende lezers heerlijk zullen vinden. Dat gevoel wordt nog versterkt doordat Samir en de zijnen voorbeeldig in de Duitse samenleving lijken te zijn geïntegreerd. Totdat duidelijk wordt dat hun Libanese wortels hun nieuwe identiteit toch in de weg staan. Dat blijkt als op zekere dag een foto opduikt van Samirs vader in uniform, staand naast de falangistische leider Bashir Gemayel. Die foto maakt hem ineens min of meer medeplichtig aan de burgeroorlog. Als Samirs vader kort daarna verdwijnt, lijkt alles daar dan ook mee te maken te hebben.

De speurtocht kan nu beginnen en langzamerhand komt Samir geheimen over zijn vader te weten. Storend daarbij is dat Jarawan niet ophoudt het verhaal van de strijdende partijen uit te leggen, waardoor zijn roman steeds meer als een langdradig en ingewikkeld geschiedenislesje leest. Het heen en weer schieten in de tijd maakt het geheel ook nog eens verwarrend, al wacht de volhouder een tranentrekkend einde.