Oetsie koetsie speentje? Nee, zo dus niet

In de VS is opvoedmethode RIE aan een opmars bezig. Kondig het aan als je een baby optilt, praat niet op babytoon. Vergeet de kinderstoel.

Foto Fotodienst NRC, Productie Astrid van Rooij

In de amper twee tot drie uur die een baby wakker is tussen het ontwaken en een eerste dutje, zal de gemiddelde ouder zeker vier regels van opvoedmethode RIE overtreden. Wordt hij wakker met een speen in z’n mond? Krijgt hij zijn pap met appel in een kinderstoel? Zeggen zijn ouders „goed zo” als hij zijn handjes tegen elkaar klapt? Houden ze hem tegen als hij tijdens het verschonen van een luier met poepbillen en al op de commode wil gaan staan?

Allemaal fout.

Waarom?

Kort door de bocht: Een speen ontneemt een baby de mogelijkheid om te huilen. Een kinderstoel berooft hem van zijn bewegingsvrijheid. Het constante complimenteren maakt hem afhankelijk van (onze) goedkeuring. En een luier verschonen – net als andere zorgmomenten – moet een intiem en onthaast moment zijn.

RIE, ofwel ‘Resources for Infant Educators’, werd in 1978 in Los Angeles opgericht door de inmiddels overleden Magda Gerber, een Hongaarse die volgens haar biografie op de officiële website was te herkennen aan haar „Zsa Zsa Gabor-accent”, petite postuur en witte bob. Gerber schreef boeken en gaf lezingen en introduceerde een voor de Amerikanen radicaal nieuw concept: een baby, hoe klein ook, is een volwaardig, zij het onvolwassen mens. Een die zelf het initiatief neemt om de wereld te ontdekken en ons respect verdient.

Communiceren is een belangrijke pijler van de RIE-methode, die de laatste jaren aan populariteit heeft gewonnen (en ook is omarmd door Hollywood-ouders (acteursechtpaar Penelope Cruz en Javier Bardem, Spider-Man Tobey Maguire). RIE heeft behalve in de VS volgers in China, Italië, Canada en Nieuw-Zeeland.

Je moet vertrouwen hebben in het kunnen van de baby, hem niet wegzetten in ‘marteltuigen’ als een wipstoel of babywalker, hem onafhankelijk laten ontdekken en spelen zonder te sturen of in te grijpen, op een normale manier met hem communiceren (geen babypraat!) en hem niet oppakken zonder dit van tevoren aan te kondigen.

„Logisch toch?”, zegt de New Yorkse Rebecca Campón, moeder van Lorenzo van negen maanden, na afloop van een RIE-klasje van Present Parenting in West Village in Manhattan. „Hoe zou jij het vinden als iemand je opeens oppakt, zonder waarschuwing?” Respectloos noemt Present Parenting oprichter en lerares Kristin Eliasberg het. „Het is niet meer dan natuurlijk dat je je baby vertelt wat je gaat doen.”

Communiceren gebeurt het liefst op een normale, haast volwassen toon. Neem dit voorbeeld uit de les: wanneer Lorenzo in al zijn enthousiasme de vier maanden oudere Pia nog net niet plet terwijl hij over haar heen kruipt, spreekt Eliasberg de baby’s rustig toe. „Ja Pia, dat zag ik, je werd geplet”, zegt ze tegen het verbaasde meisje en „Lorenzo, je plette Pia. Ze vindt het fijn als je wat rustiger doet” tegen het jongetje.

„Het is fout om te denken dat baby’s ons niet begrijpen”, legt Eliasberg na de les uit. „Zelfs als ze niet precies begrijpen wat je zegt, snappen ze wat je bedoelt. Mits je duidelijk bent.” Geen babypraat dus? „We weten dat de kinderen 2 zijn en niet 22, maar dan nog vinden we dat ze met respect behandeld kunnen worden. Een koosnaampje is prima. Maar als je een kind water aanbiedt, kun je gewoon zeggen ‘wil je water?’ en niet ‘wil de baba een beetje wawa?”

In rap tempo een prakje voeren

Respect is misschien wel het sleutelwoord van de methode. Het is het eerste punt op de officiële website: „We respecteren baby’s niet alleen, maar tonen dit ook iedere keer als we met ze communiceren. Een kind respecteren betekent zelfs de jongste baby behandelen als een uniek mens.”

Even snel een luier verschonen of je kind in rap tempo z’n prakje voeren, is ongewenst. Eliasberg: „Sommige ouders willen een vieze luier zo snel mogelijk uit de weg hebben. Bij RIE maakt het niet uit hoe lang het verschonen duurt.” Want een zorgmoment is volgens RIE, een moment voor zelfs de kleinste baby’s om te participeren. „Dus als je baby aangeeft dat het te snel gaat, ga je langzamer. Als hij liever wil staan of zich wil omdraaien, dan sta je dat toe. Het is zijn lichaam. Je wilt hem niet het idee geven dat het normaal is dat hij gewoon ligt terwijl iemand aan zijn edele delen zit.”

Ook ongewenst is de speen, een keiharde NEE volgens Gerber. Een baby moet namelijk huilen als hij wil huilen (baby’s huilen nu eenmaal) en ze stil krijgen met een speen is alleen maar ten bate van de ouder die het gejank niet wil horen. „Je wilt niet voorkomen dat ze huilen, je wilt dat ze leren zichzelf tot rust te brengen”, zegt Eliasberg. „Een speen maakt ze maar afhankelijk van volwassenen.” Helena McCarthy Schmalhofer, moeder van Pia van 1 jaar, valt Eliasberg bij. Op vakantie in Europa, en met name in Italië, zag ze schrikbarend veel kinderen met een speen. „Meestal hadden die kinderen al een mond vol tanden”, zegt Helena bijna boos. „Zaten ze daar in hun kinderwagens roerloos te sabbelen.”

En dat zijn, wie de RIE-methode strikt wil volgen, twee overtredingen in één. Ook de wagen, want dat is, net als draagzakken en kinderstoelen en babyschommels, tuig dat baby’s hun bewegingsvrijheid ontneemt. „Het is in feite een gevangenis”, zegt Eliasberg. „Daarbij worden ze in zo’n stoel vaak in een houding gezet waar ze zelf nog niet in kunnen komen, wat niet goed is voor de ontwikkeling en ze het signaal geeft dat het prima is om oncomfortabel te zijn.”

Eliasberg neemt het haar cliënten overigens niet kwalijk wanneer ze naar de les komen met een draagzak of kinderwagen. „We wonen in New York, dat is de realiteit als je van a naar b moet in de stad.” Maar, zegt ze, ga niet uren wandelen met je kind in de wagen. Leg hem eerder op een dekentje in het park.

Vandaar dat RIE een ‘safe space’ aanraadt. Een box of een afgezet gedeelte dat volledig babyproof is. Want de vrijheid om te bewegen is het belangrijkste voor de ontwikkeling van het kind, meent RIE. En dan het liefst met zo min mogelijk bemoeienis van de ouders en verzorgers.

Tijdens een RIE-les komt dat neer op 20 minuten observeren terwijl de baby’s rondkruipen, zich optrekken en spelen met de door Eliasberg verspreide objecten – lege flessen, haarkrullers, houten onderzetters, rieten mandjes, dingen die je in ieder huishouden vindt, want speelgoed specifiek gemaakt voor baby’s is volgens Eliasberg te beperkend. Wanneer Lorenzo halverwege de twintig minuten opeens besluit dat hij – voor het eerst – over het lage, speciaal voor de les gemaakte trapje omgeven door zachte matten wil klimmen, zit moeder Rebecca op haar handen. Zeker wanneer de negen maanden oude baby de trap weer afkruipt, met zijn hoofd eerst. Iets wat ze thuis nooit had laten gebeuren, zegt ze later. „Maar hier durf ik te kijken en nu weet ik dat hij het kan.”

„Ouders hebben vooral bij de trap de neiging om op te springen en voor te doen dat het kind beter met de billen eerst naar beneden kan gaan. Maar voor baby’s is het in eerste instantie logisch dat ze vooruit kruipen”, zegt Eliasberg. „Uiteindelijk ontdekken ze vanzelf dat het makkelijker andersom is. Mits ze die vrijheid krijgen.”

Diezelfde vrijheid is volgens RIE nodig om te leren vallen („als je ze constant opvangt, leren ze het nooit”), om zelf te gaan zitten, staan en lopen („als je ze met rust laat in een veilige omgeving, doen ze instinctief wat veilig is, wanneer er constant wordt ingegrepen gaan ze juist meer risico’s nemen). En om te spelen („als ouders een kind vertellen dat de stapelbakjes op elkaar horen en niet, zoals het kind deed, aan z’n voeten, dan beperkt het niet alleen zijn fantasie maar geeft het hem ook het gevoel dat wat hij deed, niet goed was”).

Extra duidelijk praten

Anneloes van Baar, hoogleraar pedagogische wetenschappen aan de Universiteit Utrecht, is RIE in Nederland nog niet tegengekomen, maar herkent wel veel in de opvoedmethode: „Wat mij vooral opvalt is dat een aantal van de basiszaken die Magda Gerber heeft samengevat in de pedagogiek niet nieuw zijn, ze zijn bijna vanzelfsprekend. Al past een woord als respect misschien minder goed. Maar ik snap wat ze bedoelt: een baby is een uniek persoon.”

Van Baar heeft wel de neiging om de scherpe randjes eraf te halen. Er is volgens haar niets mis mee om met een hogere stem en extra duidelijk met een baby praten, wat wereldwijd instinctief wordt gedaan. En ook een kinderstoel moet prima kunnen. „Als een baby niet meer vast wil zitten, laat ie dat echt wel merken.”

Ze pleit er vooral voor om niet te strikt te zijn maar ziet niet zoveel kwaad in de opvoedmethode. „Observeren en kijken waar je kind behoefte aan heeft, zijn signalen opvangen en daarop aansluiten, is belangrijk bij een baby die alles nog moet ontdekken.”

„Ik vind het allemaal logisch”, zegt Ashta Hunter, moeder van de negen maanden oude Maceo, na de RIE-les. Thuis heeft Maceo een veilige ruimte waar hij kan ontdekken. En als hij valt, wacht Ashta even met reageren, zoals RIE voorschrijft. „Zodat hij niet reageert op mijn schrik maar zelf, onafhankelijk, ontdekt wat hij vindt.” En meestal vindt hij het dan snel prima.

Rebecca zegt dat ze minder angstig is en meer op het kunnen van haar kind vertrouwt. Daarvoor moesten wel wat gevaarlijke meubels de deur uit, maar dat is een kleine opoffering.