Cultuur

Interview

Interview

Foto Andreas Terlaak

Met 120 op de buik de berg af

Kimberley Bos

Kimberley Bos (23) timmert stevig aan de weg in het skeleton: op de buik door een ijskanaal de berg af. Bos wil doen wat Nicolien Sauerbreij deed in het snowboarden. „Nederland laten zien dat er meer wintersporten zijn dan schaatsen.”

Ze is geen type voor achtbanen, zegt Kimberley Bos. Maar op een sleetje van 1,20 meter, met je neus bijna letterlijk op het ijs, 120 kilometer per uur door een ijskanaal suizen, geen probleem. Begrijp het maar. In een achtbaan mist ze de controle die ze als skeletonster wel heeft, verklaart Bos zich nader. Geen snelheidservaring is tenslotte gelijk.

Kimberley Bos (23) en snelheid lijken sowieso een wonderlijke combinatie als je haar achter een kop thee in een vlaaienzaak in haar woonplaats Ede ziet zitten. Daar zit eerder de girl next door met haar frêle figuur, Hollandse toet, frisse blik en kekke bril. De skeletonbanen zijn even ver weg tijdens een kortstondig verblijf bij haar ouders. Volgende week wacht de hectiek van het WK skeleton in het Duitse Königssee. Maar eerst nog even de zinnen verzetten.

Atypische sportvrouw. Wie kiest er nu voor skeleton, wintersport met een vrijwel blanco geschiedenis in Nederland? Ook nog een afwijkende sport, van een mens die op zijn buik op een ‘dienblad’ door een ijskanaal raast. Ach, Bos is gewend aan gefronste wenkbrauwen als ze haar passie toelicht. Onbekend maakt onbemind, ervaart ze doorlopend.

Stuiteren als een pingpongbal

Ze snapt het wel. Want ook zij was niet op slag verliefd op de sport. „De eerste keer was verschrikkelijk”, grimast ze. „Ik kom uit het bobsleeën en daar heerst zo’n sfeertje van: oh, skeleton is makkelijk, je gaat op die slee liggen en komt ‘gewoon’ beneden. Man, ik stuiterde als een pingpongbal van links naar rechts door het ijskanaal en finishte vol blauwe plekken. Ik weet niet of ik dit wel leuk vind, was mijn eerste reactie. Maar ik laat me niet snel uit het veld slaan. Ik had zeker een week nodig om het goede gevoel te krijgen en rechtdoor te kunnen sturen. Na die week dacht ik: dit is best wel gaaf, met je neus op het ijs sneller gaan dan op de snelweg is toegestaan.”

Helemaal vrijwillig was haar overstap naar skeleton niet. De Nederlandse bobsleebond duwde Bos min of meer, omdat ze fysiek tekortschiet voor de bobsleetop. De tengere Bos mist het gewicht en de kracht om een bobslee naar de wereldtop te duwen, maar heeft volgens kenners het ideale, atletische postuur voor skeleton, waar de slee met een sprint op gang gebracht moet worden.

Mede ingegeven door de beroerde financiële positie van de bond werd Bos te kennen gegeven: het is skeleton of niets. Dus zat er weinig anders op dan haar ambities als (voortreffelijke) stuurvrouw van een bobslee bij te stellen. „En dat terwijl ik voor ogen had de plek in te nemen van Esmé Kamphuis die na haar vierde plek in Sotsji is gestopt”, sipt ze. „Maar ik begrijp de bond wel. Die potentie bij de start heb ik niet. Alleen jammer dat ze daar pas in september mee kwamen, toen ik de voorbereidingen op een nieuw seizoen al had getroffen. Ja, ik had ook kunnen weigeren. Nee, dat is niet in me opgekomen, daarvoor vind ik het sleeën veel te leuk.”

Kimberley Bos: „Ik had zeker een week nodig om het goede gevoel te krijgen en rechtdoor te kunnen sturen.”. Foto Andreas Terlaak

Een plek tussen de slee-elite

Skeleton dus. En hoe. Bos blijkt er gevoel voor te hebben. In haar derde seizoen, na een tweede plaats op het jeugd-WK, een achtste plaats op het ‘grote’ WK en zelfs al een vijfde plaats in een wereldbekerwedstrijd, heeft ze zich tussen de slee-elite gemanoeuvreerd. Met uitzicht op de Winterspelen van volgend jaar in Pyeongchang. Dan moet ze komend seizoen bij de top-12 in de ranking van de wereldbekerwedstrijden staan. „Ja, dat is een reële optie”, voorspelt Bos, nu elfde op de wereldranglijst.

In haar derde jaar heeft ze de zaakjes op orde, al kost het moeite het benodigde budget van zo’n 50.000 euro bij elkaar te schrapen. Ze weet zich omringd door een netwerk van sponsors en particulieren die haar helpen met het beschikbaar stellen van een auto tot een persoonlijke bijdrage van honderd euro. Daarbij krijgt ze een beurs van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) die haar in staat stelt tot 1.400 euro per maand aan onkosten te declareren.

Zo komt Bos de winter wel door, al blijft het op de centen letten. Vanwege budgetbewaking deelt ze haar reis- en verblijfkosten veelvuldig met de andere Nederlandse skeletonster, Joska Le Conté, en haar Australische lotgenote Jaclyn Narracott. In de zomer vult Bos zelf haar bankrekening aan door te werken als fysiotherapeute, haar vak. Mooie verbinding van geld verdienen en vaardigheden onderhouden, vindt ze.

Maar Bos’ prioriteit ligt nog zeker tot en met de Spelen van 2022 in Beijing bij skeleton. Daar zit ook een soort zendingsdrang achter. Ze wil skeleton propageren zodat veel mensen die sport leren kennen. Bos: „Ik hoef geen BN’er te worden, integendeel, maar om mijn sport bekend te maken moet ik naar de Spelen. Ik wil Nederland laten zien dat er meer wintersporten zijn dan schaatsen. Dat is zo standaard. Snowboardster en olympische kampioene Nicolien Sauerbreij is mijn voorbeeld.” En dan met een brede lach: „Ja, ik zou graag de Sauerbreij van het skeleton worden.”

Door de sterke afhankelijkheid van het materiaal heeft Bos een speciale band met haar slee, een 30 kilo zwaar fabrikaat van fiberglas en ijzer, met twee opstaande randjes. Een kostbaar bezit van zo’n 5.000 euro, zegt Bos, die koos voor een slee gebouwd door haar coach, de Brit Kristan Bromley. Ja, zo’n keus is kosjer, zegt Bos, die al een ‘Bromley’ had gekozen voor hij haar coach werd. En het is handig. Hij kent de slee het best.

Slee op de slaapkamer

Niet iedereen mag aan haar slee zitten. Hij gaat altijd mee naar haar kamer, ter beveiliging en om te drogen. En voor de visualisering. Vanwege de G-kracht – ,,zeker 4G” – blijft het aantal trainingsafdalingen beperkt. Ter compensatie gaan skeletonners op hun kamer op de slee liggen om in gedachten af te dalen, compleet met alle vereiste bewegingen. Een koddig gezicht? Bos weet niet beter. Iedereen het doet. „Soms liggen we met z’n drieën op de kamer. Ik ken mensen die op de slee in slaap zijn gevallen. Nee, ik niet.”

Zoals alle serieuze sporten is ook skeleton niet van dopingsmetten vrij. Een van de redenen dat het WK door de internationale federatie, na verschijning van het tweede McLaren-rapport, van Sotsji is verplaatst naar Königssee. Tot grote tevredenheid van Bos, maar dan vooral om financiële redenen. Op alle dopingspeculaties reageert ze nuchter. „Volgens McLaren hebben drie Russische skeletonsters tijdens de Spelen doping gebruikt. Het waren er maar drie, zodat de anonimiteit snel werd opgeheven. Nee, ze worden niet als paria’s behandeld, daarvoor is het skeletonwereldje te klein. Je hebt alle anderen liever te vriend dan als vijand. Tegen de Russinnen loopt nog een onderzoek. Laten we die uitkomsten eerst maar afwachten, hoewel ik het jammer vind dat er niet onmiddellijk actie tegen hen is ondernomen.”

Bos wil de beste van de wereld worden. Althans, daarmee opent ze haar website. Niet te ambitieus voor een Nederlandse skeletonster? „Ik zou niet weten waarom dat niet kan”, weerlegt ze de scepsis. „De laatste twee olympisch kampioenen komen uit Groot-Brittannië, evenmin een land met banen en bergen.”