Dit is waar de partijen op inzetten

Centraal Planbureau

Economische groei, miljarden te verdelen. De politieke partijen beloven van alles, ziet het CPB. En het is nog te betalen ook.

(VLNR) Hans Hers (CPB), Directeur Laura van Geest van het Centraal Planbureau (CPB), directeur Hans Mommaas van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Hans Hilbers (PBL) presenteren hun analyses van de verkiezingsprogramma's. Foto Bart Maat/ANP

„Er valt weer wat te kiezen”, zei directeur Laura van Geest van het Centraal Planbureau donderdag bij de presentatie van Keuzes in Kaart. Dat is het boekwerk waarin het CPB financieel-economische effecten van verkiezingsprogramma’s heeft doorgerekend. Van Geest zag zelfs „forse onderlinge verschillen” tussen de elf onderzochte partijen, veel meer dan bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen. Van Geest: „In 2012 domineerden de bezuinigingsvoorstellen, nu draait de economie beter en opteren partijen weer voor geld uitgeven. Ieder stelt daarbij eigen prioriteiten.”

Toch tonen de eerste paar tabellen en grafieken vooral overeenkomsten in macro-economische effecten. De economische groei ligt bij alle partijen rond de 2 procent, de werkloosheid rond de 4,7 procent. En het bijna bereikte begrotingsoverschot, bij het huidige beleid door het CPB in 2021 op 0,9 procent geraamd, wordt in de meeste verkiezingsprogramma’s min of meer opgesnoept. Tot nieuwe zware tekorten leidt dat nergens. Alleen de Vrijzinnige Partij stelt zich met de invoering van het basisinkomen budgettair nogal buiten de orde (met een tekort van 5 procent in 2021).

De forse verschillen waar Van Geest over spreekt, treden vooral op in de koopkrachtplaatjes – wie compenseert de ouderen het meest, en wie de gezinnen? – en in structurele effecten in de verre toekomst. Hier zit vaak de crux – en de adder – van de mooie cijfers waarmee partijen nu pronken. „Keuzes die je nu maakt, zie je op de lange termijn versterkt terug”, doceerde Van Geest. Veel negatieve effecten komen pas uit ná de komende kabinetsperiode.