K-olijven

Mijn bazin stopt mij een briefje van vijf in de hand. „Loop eens naar de markt voor zo’n lekker bakkie Kalamáta-olijven.”

Ik weet niet wat dat zijn, maar zwijg. Ik wil het beeld dat ze van mij heeft, dat van het naïeve provinciemeisje, liever niet bevestigen.

Onderweg herhaal ik het woord als een mantra: „Kalamáta!, Kalamáta!” Maar ik raak afgeleid en eenmaal voor de olijvenkraam besef ik dat ik mijn mantra kwijt ben.

„Eh… heeft u ook olijven die beginnen met een k?”

De marktvrouw wendt zich tot een man achter haar. „Papa, hoe heten die k-olijven ook alweer?”

„Kalamáta!”

De vrouw lacht. „Al twintig jaar in het vak en nog onthoud ik het niet!”

Ikje insturen? nrc.nl/contact