Recensie

Scenes door een retro-filter

Een kelner begint voor de middagdrukte nog even de krant te lezen aan de toog; een hond tilt zijn kop op als groet aan een voorbijganger; een weg met kleine huisjes, parallel aan de rivier, twee jongens kuieren langs met de handen in de zakken, een vrouw buigt uit een zolderraam.

Het zijn beelden die na het lezen van Een straat zonder ambitie van Pavel Jurácek (1935-1989) blijven hangen. Jurácek behoorde als regisseur en scenarioschrijver tot de new wave in de Tsjechoslowaakse cinema, deze verhalen schreef hij in de jaren vijftig ‘voor de bureaula’. Ze staan vol met dit soort scènes die doen verlangen naar vroeger, toen alles ingewikkeld leek maar simpel was.

In twee langere verhalen volgen we het geklungel in de marge van kleine luiden uit de provincie. Het is alsof we de beelden al kennen, ze maar op hoeven te diepen uit het collectieve geheugen. De vrouwen zijn knap, de jongens ontevreden, er is bier genoeg, maar weinig voldoening. De scherpe tekening verraadt Juráceks talent voor film. Hij schetst een tijd, een plaats, of een iconisch moment zoals het eindexamen of een jaarvergadering.

Een van de mooiste verhalen is ‘De eenzaamheid zelve’, over een reizende etaleur die naar niets zo verlangt als naar gezelschap. ‘Het was zeven uur toen ik weer naar buiten ging. Het motregende en achter alle ramen brandde licht. Ik nam een van de lange straten, keek naar die verlichte ramen en stelde me de mensen voor die daarachter zaten. Het ergste was nog dat die mensen gesprekken met elkaar voerden.’

Hij gaat op zoek naar iemand die met hem zal willen praten, al is het een gek of een opschepper. Het verhaal eindigt abrupt: ‘Bij het restaurant naast de bibliotheek keek ik door het raam naar binnen. Ik zag hem daar niet en vervolgde meteen mijn weg.’

Het is opvallend hoe weinig politiek de verhalen zijn, al zet het lot van Jurácek – ballingschap, een gefnuikte carrière – ze hoe dan ook in een politiek licht. Maar op een andere manier dan verwacht, namelijk door de verbeelding van de jaren vijftig, een periode die voor sommigen het paradijs van onschuld is waarnaar we zouden moeten terugkeren. Ja, die zonovergoten stadjes met slaperige honden en kelners roepen nostalgie op, en het retro-filter doet ze lijken op een herinnering aan verloren geluk. Maar uit elke bladzijde spreekt ook de onmogelijkheid van een terugkeer naar die wereld. Het zijn klassieke verhalen, uit een tijd die definitief tot het verleden behoort.