Het miljoenengevecht om de kunstgraskorrels

Alternatieven voor rubber

Opnieuw heeft een uitzending van Zembla twijfel gezaaid over de veiligheid van rubberkorrels op kunstgrasvelden. Dat kan de bandenrecyclingindustrie tientallen miljoenen kosten. Aanbieders van alternatieven staan aan de zijlijn klaar om de groeimarkt over te nemen.

Korrels van rubber bij de fabriek van bandenverwerker Granuband, waar korrels voor kunstgras worden vervaardigd uit autobanden. Foto Remko de Waal/ANP

Met de voetbalcompetities ruim over de helft gaan clubs en gemeenten nadenken over investeringen in nieuwe velden. In de voorbije jaren kozen ze vrijwel altijd voor kunstgras, ingestrooid met gemalen autobanden. Maar dit rubbergranulaat staat ondanks een geruststellend onderzoek van het RIVM nog altijd ter discussie vanwege mogelijke gezondheidseffecten. Producenten van alternatieven voor de rubberkorrels zien hun kans schoon.

„De belangstelling voor mijn product is nog nooit zo groot geweest”, zegt Mario Smit van Terra Sports Technology uit Limburg. Terra Sports, voortgekomen uit DSM en nu onderdeel van het Italiaanse SO.F.TER, produceert al dertien jaar korrels van synthetisch rubber (TPE). Geurloos, veilig en goed, zeggen deskundigen – onder meer Roda JC en PEC Zwolle spelen erop – maar ook duur. Een veld met TPE kost bijna drie ton, anderhalf keer zo veel als een veld met rubbergranulaat.

Smit verkoopt vooral goed in Amerika, zegt hij. Daar zitten de korrels van vermalen autobanden al wat langer in het verdachtenbankje, hoewel schadelijke effecten nooit zijn aangetoond. Terra verwacht nu ook in Nederland te profiteren van de onrust rond rubbergranulaat die een nieuwe impuls heeft gekregen door de uitzending van Zembla deze week. Daarin werden de conclusies van het RIVM in twijfel getrokken.

Er staat veel op het spel. Omdat het gaat over volksgezondheid, maar ook commercieel. Want kunstgras is een groeimarkt waarin alleen in Nederland al tientallen miljoenen omgaan. Er liggen hier op dit moment al zo’n tweeduizend velden – naar schatting van branchekenners voor meer dan 90 procent gevuld met rubbergranulaat – tegenover ongeveer zevenduizend natuurgrasmatten. Kunstgras wint ieder jaar terrein en de velden moeten om de tien jaar worden vervangen. Bovendien is Nederland voorloper in Europa, wat betekent dat ontwikkelingen bij ons bepalend zijn voor wat straks de standaard wordt in het buitenland.

Geen wonder dat de banden- en recyclingbranche flink heeft gelobbyd om de zwarte korrels op de velden te houden, zoals de Volkskrant vorige week schreef. Eind 2015 speelde in Brussel de discussie of rubbergranulaat als mengsel of product moest worden aangemerkt. Ogenschijnlijk een bureaucratisch detail, in werkelijkheid een kwestie van groot belang voor de industrie.

De normen voor producten zijn namelijk veel strenger dan voor mengsels. Te streng voor de vermalen banden. Maar het kwam goed voor de leveranciers van het rubber, zoals het Amsterdamse Granuband, marktleider in Nederland. De korrels waren een mengsel, besloot Brussel vorig jaar met steun van Den Haag, dat eerder nog voor de strengere norm leek te ijveren. Lobby geslaagd, kortom.

Toch is het niet zo dat alleen de bandenbazen hebben geprobeerd de discussie te beïnvloeden. Ook onder meer Terra Sports zocht contact met Nederlandse en Europese ambtenaren, bevestigt directeur Smit. Volgens hem moest rubbergranulaat wél als product worden aangemerkt. Een begrijpelijk pleidooi vanuit zijn perspectief. Toepassing van de strenge norm had de markt immers opengebroken.

Terugkerende verhalen

Dat gebeurt nu alsnog vanwege de terugkerende verhalen over kankerverwekkende stoffen in rubbergranulaat, denkt Theo Ceelen van aannemersbedrijf CSC Sport. Ceelen, die met zijn bedrijf kunstgrasvelden aanlegt met alle soorten korrels, schat dat rubbergranulaat „zomaar de helft van de markt kan verliezen”.

Daarvan profiteert niet alleen Terra Sports. Ook onder meer het Aziatische Regalfill en het Duitse Melos produceren korrels van synthetisch rubber. En dan is er nog Amorim, een groot, beursgenoteerd bedrijf uit Portugal, dat kurk maakt om kunstgrasvelden mee in te strooien. Kurk is duurder dan rubbergranulaat, maar weer goedkoper dan TPE.

Alternatieven te over dus. Toch? Dat klopt niet helemaal, zegt Bart Wijers van Ten Cate, dat kunstgrasvezels produceert en werkt met zowel rubbergranulaat als kurk of TPE. Volgens Wijers is er op korte termijn nooit genoeg alternatief ‘infillmateriaal’ voor handen om het rubbergranulaat op de Nederlandse velden te vervangen. Bovendien, zegt Wijers, gaat het niet om een simpel product, dat nieuwkomers in een vloek en een zucht kunnen produceren. „Die korrels krijgen veel te verduren. Denk aan extreme weersomstandigheden, wrijving en langdurige blootstelling aan vocht. Daar moeten ze tegen kunnen.”

Rubbergranulaat kan dat, is relatief goedkoop en bovendien eenvoudig in het onderhoud, zeggen branchekenners. Toch zijn de gouden tijden voor de gemalen banden voorbij, denkt Ben Moonen van BSNC, de branchevereniging voor alles wat met kunstgras te maken heeft. Hij verwacht dat de vraag naar alternatieven ‘een vlucht neemt’. Want welke gemeente of sportclub durft de keuze voor de gewraakte korrels nog aan?

Amsterdam, dat 78 kunstgrasvelden bezit, heeft al aangekondigd voortaan voor alternatieven te kiezen.