Column

Het ietsisme bereikt nu ook de economie

Ook zo benieuwd naar de Monitor brede welvaart? Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gaf dinsdag te kennen deze maatstaf op verzoek van het kabinet te gaan ontwikkelen. In het voorjaar van 2018 wordt hij voor het eerst gepubliceerd en vanaf dan elk jaar. De Monitor voldoet aan een behoefte. Er is al langer kritiek op het bruto binnenlands product (bbp), waarvan de ‘economische groei’ wordt afgeleid. Te nauw, te cijfergericht. Te kil en ongevoelig voor het welzijn. Veel zaken, zoals het milieu, worden er niet in meegenomen. Nee, dan de Monitor: naast ‘bbp-gerelateerde indicatoren’ komen daar andere zaken in, zoals ‘milieu, gezondheid, onderwijs, arbeid, veiligheid, vertrouwen en ongelijkheid, gezondheid en onderwijs’.

De Monitor die, het CBS kennende, naar eer en geweten zal worden ontwikkeld, zal voldoen aan een stijgende behoefte. Want hoe kan het dat het zo goed gaat met de economie, maar er zo veel onvrede is? Er is ‘iets’ wat we kennelijk niet meten. Met de verkiezingen in aantocht is die kwestie actueel. Maar als ze achter de rug zijn?

Elk jaar publiceren de Verenigde Naties de Human Development Index. Kraait geen haan naar. De OESO heeft een Better Life Index, een prachtig project waar alle hierboven genoemde aspecten jaarlijks aan bod komen. Hoor je zelden iets over. Schuld van de mainstream media (MSM) zeker? Nee. Twitter, waar iedereen kan zenden, is een goede maatstaf voor de aandacht van de non-MSM. Het aantal Nederlandse tweets over deze prachtige, internationaal te vergelijken index van de OESO valt weg achter de komma.

Economisch ‘ietsisme’ is in de mode, maar je moet dus nog maar zien wat er concreet van komt. Als economen een hard cijfer moeten geven aan zachte fenomenen is het altijd uitkijken. Dan wordt liefde een transactie en een verloren levensjaar krijgt een prijs. Zo’n zogenoemde qaly (quality-adjusted life year) wordt gebruikt in de afweging van de kosten van een medische behandeling tegenover de baten van een gewonnen levensjaar. Dat is overigens al arbitrair: een levensjaar is in de Britse gezondheidszorg zo’n 35.000 euro waard, in de Nederlandse 80.000 euro.

Een voorbeeld: qaly’s speelden de hoofdrol in een SEO-onderzoek naar de schade van roken deze week. Het grootste deel van de berekende nettoschade door roken van maar liefst 33 miljard euro per jaar bestaat uit verloren levensjaren, die in het onderzoek een prijs hebben van 60.000 euro. Dat is dan „2.000 euro per Nederlander”.

Is het verstandig om qaly’s zo te gebruiken? Volgens dezelfde redenering zou de antiabortuslobby kunnen komen op een viervoudige ‘schade per Nederlander’ per jaar door abortus. Hoeveel mensen zouden die redenering accepteren?

Er is kritiek op het bbp, omdat het ‘onvolkomen’ is: het vangt slechts een deel van de maatschappij in cijfers. Maar stel je voor dat milieu, gezondheid, onderwijs, arbeid, veiligheid, vertrouwen en ongelijkheid, gezondheid en onderwijs in een Monitor brede welvaart worden ondergebracht. Dan kun je twee dingen doen: ze cijfermatig benaderen, het geheel uit laten dampen in een klein aantal echte indicatoren, om trends en veranderingen te signaleren. Dat kan leiden tot een oeverloze discussie over methodiek, weging en significantie.

Of het wordt een jaarlijkse verzameling van bredere trends en observaties. Gezien de ervaringen van OESO en VN met hun bestaande indicatoren is het onduidelijk hoe veelbetekenend dit allemaal gaat worden. Uiteindelijk blijft, ook over tien jaar, alsnog het geplaagde bbp over als maatstaf: een lelijk hondje, waar je toch van houdt.

Maarten Schinkel schrijft over elke donderdag over economie en financiële markten.