Column

Het CPB komt naar je toe deze zomer

Op woensdagen schrijft Japke-d. Bouma in NRC over kantoorclichés, op vrijdagen over interessante taalverschijnselen. Deze week: CPB-woorden. Over doorrekenen, leefomgevingeffect en koopkrachtplaatje.

Het was de week van het Centraal Planbureau – de week dat alle politieke plannen door de rekenmachines van het CPB ratelden – dus eindelijk kon de burger zien wat er overblijft als de politiek niet alleen iets belooft, maar het ook nog ergens van moet betalen.

Maar ook voor taalliefhebbers levert dit ‘doorrekencircus’ altijd weer een hoop te genieten op. Neem het woord ‘rekenmeesters’, zoals de CPB’ers worden genoemd. Als ik het hoor, zie ik een groepje outlaws voor me, met lange jassen op paarden en de calculators in hun koppelriemen. Elke politieke partij dagen ze uit tot een duel bij het ochtendgloren. En niet elke partij durft dat aan, kijk naar de PVV, de PvdD en 50Plus, die niet willen dat er op hun programma’s geschoten wordt.

Maar ook het woord ‘doorrekenen’ is natuurlijk een schoonheid. Want het laat zien dat ze niet alleen zijn begonnen met rekenen bij het CPB, maar dat ze er ook mee zijn dóórgegaan. Ook als niemand de uitkomsten wil horen.

Daarin lijkt het CPB op die oom die iedereen in zijn familie heeft, die zich op een verjaardag bij elk enthousiast verhaal hardop afvraagt of het wel realistisch is. Zo’n type dat vraagt of het nou wel verstandig is om je baan op te zeggen en op wereldreis te gaan en of je nou wel moet trouwen in gemeenschap van goederen. Zo’n verjaardag wordt er een stuk ongezelliger op, maar iemand moet het zich afvragen, zeker tijdens de meest feitenvrije verkiezingscampagne ooit.

Ze zijn alleen wel vaak veel te bescheiden, bij het CPB. En dan bedoel ik dat ze best wat meer onomwonden mogen zeggen wat ze allemaal hebben uitgerekend. Het woord ‘leefomgevingeffect’ bijvoorbeeld vind ik veel te omfloerst. Daar bedoelen ze de effecten mee die maatregelen hebben op je wijk, op de bossen en op je uitzicht. Zeg dan liever „Het wordt een zootje als dit doorgaat”, „Het Groene Hart wordt een asfaltjungle”, of „Heel Groningen zakt in zee als we dit gaan uitvoeren”. Lijkt mij iets duidelijker.

Ook het ‘koopkrachtplaatje’ mag van mij weg. Want een plaatje is het toch allesbehalve, die koopkracht, zeker bij mij. Ik vind het ook echt zo’n teken van de tijd dat er weer een plaatje bij moet. Plaatjes kijk ik altijd met mijn neefje van zes, van het CPB verwacht ik zwarte cijfers en letters.

Maar verder niets dan lof voor de rekencowboys van het CPB, die sneller schieten dan politici kunnen beloven. Sterker nog, ik zou willen dat ze ook mijn leven eens doorrekenden.

Wat de gevolgen zijn als ik vanavond op de bank blijf zitten of ga sporten bijvoorbeeld, of ik beter kan flossen of tandenstoken en wat de effecten op mijn leefomgeving zijn als ik morgen met pensioen ga.

Wát zeg ik, dat zou een enorm goed idee zijn voor alle Nederlanders. Dat het CPB met teams het land intrekt, in van die zwarte A-team-busjes, om van alle Nederlanders apart hun leven door te rekenen. Een soort ‘Het CPB komt naar je toe, deze zomer!’ Dan zou niemand meer een ongefundeerde beslissing nemen.

Nog wel één dingetje: het woord ‘Planbureau’. Dat klopt natuurlijk niet. Want jullie maken geen plannen, jullie rekenen alleen die van anderen door. Ik zou zeggen: goddank. Want plannen, die zijn er deze verkiezingen al genoeg.

Taaltips? Dat kan via @Japked op Twitter.