Groot contrast tussen partijen op milieugebied

Leefomgeving

Wat willen partijen met broeikasgas, varkens, asfalt en spoorwegen? De plannen tussen de partijen op deze gebieden lopen zeer uiteen.

De effecten van beleid van politieke partijen voor milieu en klimaat verschillen sterk. Dat blijkt uit de doorrekening die het Planbureau voor de Leefomgeving. heeft gemaakt op het gebied van mobiliteit, landbouw en energie.

Op bijna alle terreinen hebben de plannen van GroenLinks het gunstigste effect. De partij is dan ook bereid in de komende regeerperiode 16,4 miljard euro extra uit te trekken voor milieu- en klimaatbeleid, veel meer dan alle andere partijen.

Van de partijen die hun verkiezingsprogramma’s door het PBL daarop hebben laten doorrekenen – van de grote ontbreekt behalve de PVV ook het CDA – levert de VVD een relatief bescheiden bijdrage aan verbetering van klimaat en milieu. De partij heeft een half miljard euro meer beschikbaar ten opzichte van bestaand beleid (basispad).

Ook D66 en ChristenUnie zijn bereid relatief veel extra geld uit te geven aan milieu en klimaat: 9,5 miljard euro door D66 en 8,4 miljard door CU. De SP wil ruim 7 miljard extra besteden, de PvdA en de Vrijzinnige Partij ongeveer 2,5 miljard.

De VVD is de enige partij die meer geld wil uitgeven aan nieuwe wegen. De andere partijen richten zich juist op meer openbaar vervoer. De mate waarin zij dat nastreven verschilt aanzienlijk: GroenLinks wil 8,8 miljard euro minder voor nieuwe wegen, maar 11 miljard meer voor het ov. D66 wil 1 miljard minder in de weginfrastructuur steken en een half miljard minder in openbaar vervoer, maar wel een half miljard meer in fiets- en wandelwegen.

Alle onderzochte partijen, met uitzondering van de VVD, willen het wegverkeer terugdringen door een vorm van kilometerbeprijzing. Alles bij elkaar opgeteld bereikt Groenlinks met de maatregelen op dit gebied de grootste CO2-reductie: 20 procent. Gevolgd door D66 met 12 en CU met 10 procent. De VVD is de enige partij die de uitstoot van CO2 in mobiliteit licht laat toenemen, in vergelijking met het basispad.

Kleinere veestapel

Met uitzondering van de VVD willen alle partijen de veestapel drastisch inkrimpen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Ook hier loopt GroenLinks voorop: de melkveestapel zou 30 procent moeten krimpen, de varkensstapel zelfs 40 procent. De ChristenUnie zet in op 10 procent van de melkveestapel en geeft geen doelen voor de varkenshouderij. Vier partijen, VVD, PvdA, GroenLinks en ChristenUnie, stimuleren mestvergisting.

De opstellers van het rapport noemen het opvallend dat alle partijen, dit keer met uitzondering van de ChristenUnie, de relatie tussen landbouw en natuur op enigerlei wijze willen versterken. GroenLinks en ChristenUnie halen met hun plannen op dit gebied de grootste emissiereductie van broeikasgassen: 10 megaton jaar. Het programma van de VVD staat op nul ten opzichte van het basispad.

Het klimaatbeleid van de partijen leidt tot heel verschillende resultaten. De VVD vindt niet dat Nederland binnen Europa het voortouw moet nemen. De partij vreest voor een zogeheten waterbedeffect binnen de Europese Unie: andere EU-landen die hun uitstoot laten stijgen omdat Nederland extra zijn best heeft gedaan. De opstellers van het rapport hebben dit effect meegenomen in hun uiteindelijke oordeel.

De partijen, met uitzondering van de VVD, halen hun klimaatwinst onder meer uit de sluiting van kolencentrales en het intensiveren van de bestaande subsidieregeling voor duurzame energie. Ook willen ze in 2030 een bodemprijs voor de uitstoot van CO2 (die prijs schommelt nu onder de 10 euro per ton). De hoogte daarvan verschilt per partij: de PvdA wil naar 67 euro per ton, net iets meer dan de CU (60 euro). D66 en GroenLinks komen uit op 40 en 37 euro. De SP bepleit een CO2-heffing van 25 euro per ton.

Behalve naar de effecten voor de middellange termijn (tot 2030) heeft het PBL ook een kwalitatieve beoordeling gemaakt van de gevolgen voor de periode tot 2050. Tegen die tijd moet Nederland zijn energie op een heel andere manier opwekken, om te voldoen aan het ook door Nederland geratificeerde klimaatakkoord uit 2015. Opnieuw scoort GroenLinks met +6 (op een schaal van 0-10) het beste. D66 en CU komen uit op +5, PvdA en SP op +3,5, de Vrijzinnige Parij +1 en de VVD +0,5. De hogere score is mede het gevolg van extra investeringen in energiebesparing en hernieuwbare energie.