Deze projectontwikkelaar geeft Rotterdam vorm

Vincent Taapken

Van de Wilhelminapier en Feijenoord tot aan de Noordsingel, Vincent Taapken maakt zijn ‘script’ voor de stad.

Op deze plek bij de Noordsingel heeft Taapken zes loftwoningen gepland met onder aan de straat een espresso- en wijnbar. Fotografie Walter Herfst

‘Zie je die espressobar?” vraagt Vincent Taapken. De projectontwikkelaar wijst naar de centrale ingang van het gebouw De Rotterdam, op de Wilhelminakade. Taapken was met zijn bedrijf New Industry verantwoordelijk voor de functionele indeling van het nhow hotel, dat een espressobar exploiteert in de hal als verlengde van het hotel. „Ik wilde per se dat de mensen dichtbij het raam zouden verblijven, zodat een interactie ontstaat tussen binnen en de mensen op straat”, legt hij uit tijdens een wandeling door Zuid. „Juist in grote gebouwen bepalen de kleinere ruimten aan de straat de stedelijke sfeer die Rotterdam graag wil.”

De energieke Taapken is een smaakmaker onder de Rotterdamse projectontwikkelaars, de ondernemers die zo’n cruciale rol spelen bij het vormgeven van de stad. Hij laat niet alleen duidelijk van zich horen als het gaat om de toekomst van de stad, bijvoorbeeld met ingezonden stukken in media, maar pakt vooral zelf aan. Ook in delen van de stad waar anderen nu niet meteen durven te investeren. Hij wordt daarbij aangejaagd door een grote affectie voor het Rotterdam van zijn ouders.

Taapkens moeder komt van het Noordereiland. Zijn vader, geboren aan de Oostmaaslaan, loste als waterklerk ooit het eerste containerschip dat de haven werd binnenloodst. „Ik ben in de Nieuwe Maas ontsprongen”, zegt Taapken beeldend.

Hij studeerde bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit. Voor de horecagroep Dudok ontwikkelde hij voormalige bank- en industriegebouwen tot ‘ontmoetingsplaatsen’. Dat projectontwikkeling hem als gegoten zat, leerde hij als zakelijk rechterhand van Francine Houben, de creatief directeur van architectenbureau Mecanoo. „Zij vond dat beter bij mij passen en had gelijk. Wat ik voor Dudok deed, is nog steeds de kern van wat ik doe: vanuit de ‘software’ de ‘hardware’ ontwikkelen. Eerst nadenken over het gebruik, daarna over de stenen.”

Taapken voor de ingepakte villa Van Waning, op de Kop van Feijenoord. De projectontwikkelaar wil er een ‘ontmoetingsplaats’ van maken. Foto Walter Herfst

De hardware zijn de gebouwen, het staal en beton. „Dat is waarin beleggers investeren. Beleggers in Rotterdam komen uit de hele wereld. De ‘software’, zoals de functie-indeling van de plint (de gevel op straatniveau), wordt vaak als sluitpost in het beleggingsplan opgenomen. Het was de belangrijkste les die ik leerde toen ik nog bij OVG Real Estate werkte: vastgoed is in eerste instantie een financieel product.”

Zo niet voor Taapken. Hij schakelt als projectontwikkelaar constant tussen ‘macro- en microniveau’. Een stedenbouwkundig plan is macro, de barkrukken en lichtsterke aan de raamzijde zijn micro. „Een ketting is zo sterk als zijn zwakste schakel. Onderschat nooit hoe een detail het geheel kan opbreken”, doceert hij. „Net als bij een film moet je voor de stad een script schrijven en daarmee de bezoeker verleiden om zich van de ene naar de andere plek te bewegen.”

Sociale functie

Tijdens de wandeling in Zuid heeft Taapken een kritisch oog voor wat zich op straatniveau in gebouwen afspeelt. Als hij in het KPN-gebouw aan het begin van de Wilhelminapier een tandartspraktijk ontwaart waarvan de ruiten zijn beplakt met reclame, zegt hij: „Waarom heeft deze plek geen sociale functie? Dit is de entree van Rotterdam-Zuid!” Hier zou eigenlijk een levendig plein moeten zijn, vindt hij.

Vanaf het Nieuwe Luxor lopen we via de kromming van de Wilhelminakade richting de Spoorweghavenbrug. „Deze bocht heeft stedenbouwkundige Riek Bakker bedacht zodat bezoekers vanaf de Erasmusbrug op Zuid landen en de omgeving in zich opnemen. Maar kijk eens hoe vervolgens de plint is ingevuld van het eerste gebouw dat je ziet.” Het glas van het Deloitte-gebouw waarop hij doelt is voorzien van stickerfolie, daarachter staan stoelen in een onbestemde ruimte. Taapken: „Als ontwikkelaar bij OVG wilde ik daar ooit een horecagelegenheid maken. Er werken hier veel mensen, het waait hard. Geef hen de mogelijkheid te schuilen en elkaar te ontmoeten.”

Brenda Kamphuis, eigenaar van International Course Rotterdam Architecture, kent Taapken goed. „Vincent vraagt zich continu af hoe wat je voor jezelf doet van meerwaarde kan zijn voor de gehele plek”, legt ze uit. „Ontwikkelaars bouwen in de hoogte. In horizontale zin denken zij te weinig na over welke habitat ze creëren. De gemeente moet daarin sturen. Vincent kan zich er druk om maken als dit misloopt. Dat ziet hij als een verlies voor de stad.”

Neem de overkant, vanuit Zuid gezien. Taapken: „Het Noordereiland verdient toch een levendiger entree dan de ingang van een woningblok? Had ook daar een sociale functie aan gegeven. Die had het, maar is vervangen.” Of kijk naar de Coolsingel. „Daar worden miljoenen in de herinrichting van de buitenruimte geïnvesteerd terwijl nog onduidelijk is wat we er precies gaan doen. Rotterdam is goed in het maken van transitieruimtes terwijl de moderne stad behoefte heeft aan verblijfsruimtes.”

„Het is aan de gemeente om beleggers te kiezen die niet alleen aan het financiële product denken”, vervolgt Taapken. „De ideale eigenaar wordt één met zijn gebouw en betrekt de omgeving in de investeringen. Dat doe je niet alleen om aardig te zijn. Het levert geld op. En let op de kleine schaal, dan wordt het voor lokale, creatieve ondernemers mogelijk om op de behoefte van de stad aan te sluiten.”

We zijn intussen in de Nijverheidstraat op de Kop van Feijenoord aangekomen. Taapken is zeer bij dit gebied betrokken en heeft daar ook een verhaal bij. „Hier heerst een gemeenschapsgevoel. Dit is oorspronkelijk een eiland, dat voel je. De wijk heeft erfgoed, de rivier om zich heen en is multicultureel. Deze authentieke ingrediënten zorgen ervoor dat dit kan uitgroeien tot een unieke stadswijk”, denkt hij.

Taapken heeft zijn oog laten vallen op de villa Van Waning, aan de rand van het Nassaupark. Dit Rijksmonument uit 1898, ooit het hoofdkantoor van een beton- en aannemingsfirma, is nu met wit plastic ingepakt om het tegen de elementen te beschermen. Als het aan Taapken ligt wordt de villa herontwikkeld tot een ‘ontmoetingsplaats’ en aanjager voor een stadswijk waar „in een omtrek van een kilometer geen kop koffie is te halen”.

Verderop ligt de veerpont tussen Feijenoord en De Esch. „Voor deze waterverbinding heb ik mij hard gemaakt”, zegt Taapken. „Ik ben ook voor een derde stadsbrug aan de oostzijde. Zie je de meest zuidelijke punt aan het water? Daar heb ik een plan ontwikkeld voor een ‘mixed use’-toren. Tegenover het nieuwe stadion van Feijenoord moet dit een baken aan de Maas worden.”

Stadsontwikkeling

Dat het bij Taapken niet bij woorden blijft, laat hij zien in de Piekstraat. In 2008 stuitte hij hier op twee leegstaande industriële gebouwen. Hij zorgde voor tijdelijk gebruik, het gebied werd ontdekt door een groter publiek en na twee jaar kwam er een definitieve invulling, toen de panden konden worden verkocht. „Vincent had echt de drang om hier iets voor elkaar te krijgen en partijen te verbinden,” zegt Pim Peters, directeur van IMDb Raadgevend Ingenieurs dat een van de panden kocht en er zijn kantoor vestigde. „Voor ons heeft deze locatie meerwaarde. Wij zagen de aankoop als investering in ons bedrijf, niet zozeer als vastgoedinvestering.” Het gebied heeft volgens Peters een upgrade ondergaan. „Alleen kost het jaren voordat het kwartje op de juiste plek valt.”

Taapken past zijn recept niet alleen toe op Zuid, maar ook in Noord. Zo verwierf hij een kavel aan de Noordsingel en plande er ‘loftwoningen’. Die zijn inmiddels verkocht, laat hij weten. En de plint? „Daarin komt uiteraard een espresso- en wijnbar. Die houden wij als ontwikkelaar zelf zodat we de ondernemer kunnen vinden die bij de sfeer past. Dat is mijn doel: een ontmoetingsplaats creëren. Zo wordt projectontwikkeling stadsontwikkeling.”