Doe als in het buitenland en loop die kerk nou eens in

Kerken in Amsterdam

Op vakantie lopen we óók even die kerk in. Maar gek genoeg in eigen stad niet. En ze zijn zo mooi van binnen! Zeven verborgen schatten in Amsterdam.

Sint-Nicolaaskerk Foto Arjan Bronkhorst

Kerken bezoeken is iets dat de meeste mensen alleen tijdens hun vakantie doen. Dan lopen ze – of eigenlijk moet ik schrijven: we – in oude Italiaanse en Franse stadjes oude kerken in en uit, vaak met een gids in de hand en soms met verveelde kinderen achter zich aan. Maar in onze eigen stad, Amsterdam, laten we de kerken vooral links liggen. Alleen toen onze twee zonen klein waren en we jaarlijks naar de intocht van Sinterklaas gingen, hadden we als gewoonte om na Zijn aankomst even de Basiliek van de Heilige Nicolaas te bezoeken, de katholieke koepelkerk tegenover het Centraal Station, waar een groot beeld van de heilige in de top van de gevel neerkijkt op de voorbijgangers. Meestal was de Spaanstalige hoogmis, die er nog steeds elke zondag om één uur wordt gehouden voor de Latijns-Amerikaanse leden van de Parroquia San Nicolàs, zojuist afgelopen en hoorden we overal om ons heen Spaans spreken.

Maar sinds onze zonen niet meer in Sinterklaas geloven, gaan we alleen nog maar Amsterdamse gebedshuizen binnen waar niet meer (alleen) wordt gebeden. Zo zijn we een paar keer naar een concert in de Noorderkerk geweest en hebben we in een andere kerk van de Hollandse-renaissance-architect Hendrick de Keyser, de Zuiderkerk, wel eens een tentoonstelling bezocht. Hetzelfde geldt voor de Oude Kerk, de gotische kerk in de hoerenbuurt waar regelmatig kunstwerken tentoongesteld worden, en de Nieuwe Kerk, de gotische kerk aan de Dam die nu dienst doet als kunsthal.

In kerken die geen openbare functie hebben gaan we bijna nooit naar binnen. Ook niet tijdens onze stadswandelingen, als we als het ware toerist in eigen stad zijn. Dit komt vooral doordat de meeste Amsterdamse kerken niet uitnodigend zijn. Op doordeweekse dagen zijn hun deuren bijna altijd dicht. En als ze op zondagen wel open staan, weten we dat er een mis of dienst gaande is en die willen we, wegens een overmaat aan missen in onze jeugd, niet bijwonen.

De enige kerk in Amsterdam waarvan de deuren ook doordeweeks wagenwijd open staan is De Papegaai. Rechts van de ingang, die zit ingeklemd tussen winkelpuien in de Kalverstraat, hangt een bord met de tekst: ‘Een kwartier voor God. Hiertoe is deze kerk toegankelijk voor iedereen’. Maar bidden is niet verplicht: rondkijken mag ook in de verrassend grote en gave neogotische kerk die zich achter de façade met spitsbogen bevindt.

Toch betekenen dichte deuren niet altijd dat de kerk ook echt gesloten is. De Nicolaaskerk bijvoorbeeld, een van de zeven Amsterdamse kerken die in het monumentale fotoboek Kerkinterieurs in Nederland zijn opgenomen, ziet er doordeweeks altijd gesloten uit, maar is toch elke middag enkele uren geopend. Wie er binnengaat, wordt er, net als in De Papegaai, teruggeschoten naar de tweede helft van de 19de eeuw, toen Rooms-Katholieken na eeuwenlang missen te hebben gevierd in schuilkerken, weer hun eigen kerken in Nederland mochten bouwen. Sinds de Sint-Nicolaaskerk met zijn spectaculaire, glazen koepel in 1887 werd ingewijd is er weinig veranderd. Architect Adriaan Bleijs, een leerling van Pierre Cuypers (de ontwerper van het Centraal Station), heeft alle remmen losgegooid. In alles is de Nicolaaskerk wat de protestantse, kalige kerken van Hendrick de Keyser niet zijn: van onder tot boven is het interieur bedekt met ornamenten, fresco’s en mozaïeken die het tot een schitterend geheel maken dat zijn weerga niet kent in Nederland. Loop er nu dus eindelijk maar eens binnen.

Alle foto’s bij dit artikel zijn afkomstig uit het boek Kerkinterieurs in Nederland, fotografie Arjan Bronkhorst, red. Marc de Beyer, Pia Verhoeven, Albert Reinstra. Uitgeverij WBOOKS, 396 blz., € 49,95.