CPB: alle partijen zorgen voor extra groei, grootste verschillen in koopkrachteffect

De partijen profiteren bij hun plannen allemaal van het economisch herstel en van het voorspelde begrotingsoverschot voor de komende kabinetsperiode.

Foto ANP / Koen van Weel

Diverse partijen waren positief verrast toen ze de doorrekening van de economen van het Centraal Planbureau terugkregen. Ze bedachten miljardencadeaus in de vorm van extra overheidsuitgaven of lastenverlichtingen. Toch blijft het huishoudboekje van de overheid op orde in de modellen van het CPB. Behalve de PvdA koersen de grote partijen af op een begrotingsoverschot in 2021. De partij van Lodewijk Asscher kiest voor een begrotingsevenwicht. En de staatsschuld daalt nog steeds, ook al daalt hij minder snel dan in de voorspelling van het CPB.

De partijen profiteren bij hun plannen allemaal van het economisch herstel en van het voorspelde begrotingsoverschot voor de komende kabinetsperiode. Vrijwel elke partij gebruikt dat overschot om lasten te verlichten of extra uit te geven. Daarmee zorgt elke partij voor licht hogere economische groei, een lagere werkloosheid en meer koopkracht dan het CPB voorspelt bij ongewijzigd beleid. Daaronder zitten grote verschillen in de keuzes die partijen maken.

Volgens CPB-directeur Laura van Geest zijn de keuzes in mate van lastenverlichting, voor zowel huishoudens als bedrijven, dit keer groter dan in 2012, toen de verkiezingsprogramma’s vooral om bezuinigingen draaiden. „Er valt echt wat te kiezen”, zei Van Geest bij de presentatie van de doorrekeningen.

Op de korte termijn van 2018 tot 2021– normaal gesproken de volgende kabinetsperiode – ontlopen de partijen elkaar niet veel op door het CPB ingeschatte belangrijke macro-economische effecten. Bij iedereen ligt de economische groei rond de 2 procent (ietsje hoger dan het CPB in september nog voorspelde). De werkloosheid daalt harder dan het CPB voorspelde: bij de elf doorgerekende verkiezingsprogramma gemiddeld 4,7 procent van de beroepsbevolking, waar het CPB in september nog op 5,5 procent rekende. De staatsschuld loopt bij alle partijen terug tot ver onder de Europese norm van 60 procent.

Hieronder de belangrijkste cijfers uit het CPB-rapport:

Koopkracht gemiddeld 1 procent omhoog

Na jaren van bezuinigingen en lastenverzwaringen proberen de meeste partijen de koopkracht weer wat op te krikken: gemiddeld met ruim 1 procent voor alle huishoudens. Maar bij de indicator ‘koopkracht’ manifesteren zich, zoals gebruikelijk, ook de politieke verschillen.

Waar het kabinet Rutte II de laatste twee jaar vooral geld uittrok voor mensen met een baan, willen de meeste partijen nu ook wat doen voor de niet-werkende Nederlanders. De VVD, SGP en Denk doen daar niet aan mee: zij laten de koopkracht van uitkeringsgerechtigden licht dalen. Alle partijen behalve de SGP verbeteren de koopkracht van gepensioneerden, het meest SP en PvdA. Opvallend is dat ook de VVD de lasten voor bedrijven verhoogt. Dat komt vooral door een hogere heffing op woningcorporaties.

Een tweede terrein waarop verschillen tussen de partijen blijken zijn de langetermijneffecten. Het CPB berekent er, met de nodige slagen om de arm, drie: de structurele werkgelegenheid, het zogeheten houdbaarheidssaldo dat de betaalbaarheid van de sociale voorzieningen inschat en de inkomensongelijkheid. Bij de VVD, CDA en VNL nemen de inkomensverschillen toe, bij VNL het meest. Bij de rest nemen ze af, en bij de SGP blijven ze gelijk.

Effecten grote plannen opvallend mild

Ook opvallend aan de doorrekening zijn de milde effecten van de grootse plannen van GroenLinks en SP op de overheidsfinanciën en de economie op de korte termijn. SP wil de AOW-leeftijd verlagen, de uitkeringen verhogen en nationaal zorgfonds invoeren. GroenLinks verandert het belastingstelsel drastisch: minder lasten op arbeid, meer op milieu. Het CPB merkt bij deze partijen op dat door „deze ingrijpende wijzigingen” de berekeningen met meer dan gebruikelijke onzekerheden zijn omringd. Deze opmerking maakt het CPB ook bij de plannen voor een basisinkomen van de Vrijzinnige Partij en de vlaktaks van VNL. Van Geest: „Ons instrumentarium is niet uitgerust voor de revolutie.”